Welk weer is het op Tenerife, een eiland van amper 2.035 vierkante kilometer groot? Het antwoord is niet eenvoudig en vooral niet weer te geven in één verklarende zin. Het eiland heeft een danige topografische verscheidenheid dat je een aantal weertypes nodig hebt om de waarnemingen op éénzelfde moment te beschrijven.

Daarom moet je het eiland opsplitsen in een aantal zones. Noord en zuid zijn alvast twee gekende zones, ook west en oost hebben verschillende aantrekkingspolen. Daarboven steken de Teide en de omringende bergzones eruit als een uitzonderlijk meteorologisch gebied. Maar dát wist je reeds.

We hebben in deze reeks eerder een artikel geplaatst dat mar de fondo beschreef, een fenomeen dat ontstaat door een harde oceaanwind. Maar er kunnen hier meer meteorologische verschijnselen ontstaan. De ligging van de Canarische archipel op een subtropische dertigste graad noorderbreedte heeft meer in petto dan 300 dagen zon per jaar.

De Canarische eilanden hebben een vrij gelijkmatig klimaat dat in stand wordt gehouden door de omringende Atlantische oceaan. Zeewatertemperatuur tussen de 19 en 24 graden zorgt ervoor dat de temperatuur in de kustgebieden vaak niet warmer wordt dan 22 graden in de winter en 27 in de zomer.

Natuurlijk zijn er ook dagen dat het warmer wordt dan gemiddeld. Extra warme lucht lekt soms op grotere hoogte uit het oosten of zuidoosten en weet aldus door te dringen tot deze archipel. Dat gaat soms met wat minder helder weer gepaard. De temperaturen in de zomer lopen dan zo’n 4 a 5 graden op, in de winter is het verschil nauwelijks te merken. We spreken dan van een lichte calima of een calima ligera zoals de Spaanse weerman/weervrouw dit ook meedeelt.

Voor een echte fikse calima hebben we meer nodig! Op nog geen 300 km afstand ligt de kust van Afrika. Zand- en stofstormen teisteren regelmatig de Sahara. Met voldoende drukverschillen tussen het Azorenhoog en een zogenaamd thermisch lagedrukgebied boven Afrika kan de wind uit oost tot zuidoost flink toenemen. Niet alleen op zeeniveau maar ook op grote hoogte blaast er een gortdroge luchtstroom vanuit de Noord-Afrikaanse stofgordel richting de Canarische eilanden. Vanaf Egypte, over Libië, Tunesië, Algerije, Marokko, Mauritanië, Mali en vooral vanaf de Westelijke Sahara komt er stof overgewaaid en geen zand zoals menigeen soms durft te beweren.

Op 2 á 3 km hoogte en soms nog hoger wordt er heel veel superfijn stof met deze zeer warme en gortdroge wind aangevoerd. De inversie die typerend is voor dit gebied zorgt ervoor dat het meestal niet hoger komt dan een paar kilometer.  Een beige tot bruinrode stoflaag boven zee is het eerste gevolg. De zon wordt zichtbaar verzwakt en met de stevige wind verspreidt de laag zich snel richting het westen.

De oostelijke eilanden Lanzarote, Fuerteventura en La Graciosa komen eerst aan de beurt met verhoogde temperaturen en een dalende luchtvochtigheid in een korte tijdsspanne. Vaak volgen de andere eilanden een dag of twee dagen later. Soms weet La Palma er net onder uit te komen.  Het zicht wordt meestal beperkt tot 2 à 5 km. Optisch is het in grote lijnen vergelijkbaar met heiigheid. In zeer extreme gevallen daalt het zicht tot een paar honderd meter. De ene calima is duidelijk de andere niet, daarom werkt de Spaanse meteo met gradaties die afhangen van de ‘concentratie stof per kubieke meter’. Deze concentraties worden op Tenerife in Izaña en in Santa Cruz gemeten met zeer gevoelige apparatuur. De hoeveelheid stof in de lucht wordt uitgedrukt in µg/m³ (microgram per kubieke meter) en verdeeld in een aantal categorieën.  De Europese informatiedrempel bedraagt 180 microgram per kubieke meter. Computers berekenen vooral de verplaatsing ervan op korte en middellange termijn. 

Behalve het hinderlijke stof, heeft een verhoging van de temperatuur ook impact op het menselijk lichaam. Wanneer de calima ineens met een opstekende oost-zuid-oostenwind aan land komt, stijgt de temperatuur in de zomerperiode vaak in een half uur met 6 tot 10 graden. Zo kan het zijn dat het ‘s morgens vroeg al ruim boven de 30 graden is in plaats van normaal 20 à 22 graden. Maar sta zeker niet raar te kijken wanneer het kwik naar de 35 tot 40 graden vliegt. Ooit werd het op Tenerife 44,3 graden warm, de allerhoogste schaduwtemperatuur ooit gemeten op 17 augustus 1988.

Het temperatuurverloop is sterk afhankelijk van de windrichting en snelheid. Stopt de krachtige tot harde oostelijke wind dan zie je ook de temperatuur vaak weer dalen. Zeer sterke temperatuurschommelingen, veel stof in de lucht en een vochtigheidsgraad vaak onder de 20% zijn niet zo gezond en maken het voor mensen met long- en hartproblemen ondraaglijk. Ademhalingsproblemen bij risicogroepen zorgen voor een toeloop in de spoedopnames.

De calima heeft een zeer wispelturig karakter; zo kan deze eindigen na een halve dag, soms duurt het een hele week. Gemiddelde duurtijd is 2 tot 3 dagen. Daarna keren de temperatuur en de vochtigheid terug naar hun normale waarden.  Een calima kan het gehele jaar optreden maar valt wel iets vaker voor in het voorjaar en de zomer.

Wil je zelf eens nakijken hoe de stofconcentraties zich verplaatsen over de Noord-Afrikaanse stofgordel, dan kun je dit HIER zien.