Eiland van de eeuwige lente. Waar hebben wij dat nog gehoord? Lang geleden was dat een uitspraak die Christoffel Columbus over de lippen haalde toen hij in de contreien verbleef. Hij verbleef hier niet lang genoeg om te ondervinden dat dit subtropisch gebied ook soms een meteorologisch dipje vergaat.
Ruim driehonderd dagen zon en temperaturen om je vingers van af te likken. Vele Europeanen zijn jaloers op dit klimaat en dat is de reden waarom zoveel noorderlingen afzakken naar de subtropische archipel waar Tenerife het grootste eiland van is. Alleen kan het weer hier ook grillig zijn, en niet alleen in april. De buien vallen ook niet allemaal in maart. 

Het stelt allemaal niet zo veel voor als je hier niet bent. En toch spelen de weergoden nu en dan eens met fenomenen die enkel in de omgeving van de dertigste graad noorderbreedte kunnen voorkomen.

Om alle exceptionele weerfenomenen op te sommen en te beschrijven zal dit artikel wellicht een dubbele trilogie worden, want over het weer kan hier heel veel gezegd worden. 

Er bestaan nogal wat onduidelijkheden als wij het over het weer, en dan vooral als wij het over het weer voor de volgende dagen hebben.
Eén misvatting is alvast dat weerberichten geen voorspellingen zijn, maar wel verwachtingen. Het weer kan immers anders uitpakken dan tevoren was aangegeven. De woorden weersverwachting en weersvoorspelling worden vaak door elkaar gebruikt en velen denken dat wat ‘verwacht’ wordt ook uitkomt.
Naast vooruit kijkt een meteorologisch instituut ook achteruit: achteraf wordt bekeken in hoeverre de verwachting uitgekomen is.
Voor de temperatuur blijkt zeker 85 procent van de verwachtingen te kloppen, dat wil zeggen dat de waargenomen temperatuur minder dan twee graden verschilt van de verwachte temperatuur.
Bewolking en neerslag zijn het moeilijkst te ‘voorspellen’. Naarmate de verwachting verder in de toekomst kijkt neemt de betrouwbaarheid af. De weersverwachtingen voor vijf of zes dagen ver zijn in het algemeen minder betrouwbaar dan die voor de eerste drie dagen. En daarom zie je op Aemet de eerste dagen in ruime kaders staan, dus sterk geloofwaardig, de drie volgende dagen staan in een kleiner hokje omdat deze gegevens minder betrouwbaar zijn…
Maar dat is geen weerfenomeen. Dat is een misvatting.

De echte fenomenen luisteren naar ronkende namen als mar de fondo, calima, cumulus lenticularis, alisios en nog veel meer. Om dwalingen en legendes weg te nemen, om toch maar de juistheid der dingen te verhalen wordt deze verklarende column gepubliceerd. Dan moet ik de uitspraak ‘er waait zand over bij een calima’ misschien niet meer aanhoren.

Wat hier regelmatig de revue passeert en wat vooral op de noordkusten spectaculair uitpakt is… zeedeining of in het Spaans mar de fondo. In het Engels spreekt men over Grounswell. In het Nederlands wordt ook nog het woord ‘windgolven’ gebruikt. Golfhoogten tot 5 meter en hoger is geen uitzondering wanneer deze verwoestende muren van water op de kusten van de Canarische Eilanden inbeuken.
Als er wind over water waait, ontstaan er korte golfjes door de instabiliteit van de stroming. Deze korte golfjes wekken langere golven op die verder groeien onder invloed van de wind. Dit proces ontwikkelt zich op volle zee en groeit met de afstand, waarbij uiteindelijk lange en hoge golven ontstaan.
Als de golven te steil worden, breken ze. Bij een gegeven windsnelheid ontstaat hierdoor ook een maximale golfhoogte. Dat wordt pas bereikt bij een windsnelheid van 10 m/s en nadat de golven over een afstand van honderden kilometers de invloed van de wind hebben ondergaan.
Deze zeedeining is een door wind gegenereerd golfpatroon aan het wateroppervlak van de oceaan. Dit is een gevaarlijke situatie. Ga dan vooral niet zwemmen. Deze golven zijn dodelijk! Ze komen uit het niets; iedere 10 à 15 minuten, een paar zware inslagen en dan is het terug over voor een wijl.
Het zal je maar overkomen. Tenerife ligt midden een gigantische oceaan, wat wil je…

Wordt vervolgd. Alle weerfenomenen worden beschreven in afzonderlijke artikels.