De watervoorziening op het grootste der Canarische Eilanden is een schoolvoorbeeld van ‘natuurlijke verzameling’ of hoe je de natuur en haar omgeving gebruikt om het water tot bij de gebruiker te brengen. Enerzijds is er de watervoorziening voor het drinkbaar water, anderzijds is er een laboratorische waterreserve nodig om de land- en tuinbouw te laven.

Op Tenerife zijn e geen rivieren en kanalen om drinkbaar water te maken en de topografie van het eiland laat niet toe om stuwmeren te bouwen. Het hemelwater dat op hoger gelegen delen van het eiland terecht komt sijpelt langzaam de bodem in, verdwijnt, en komt via een bron terug naar buiten; dat hebben we in de lagere school reeds geleerd.

Hier is dat niet anders… tenzij je het woordje ‘bron’ vervangt door het woord ‘galerij’. Via de poreuze bodem en spleten komt het water in ondergrondse kanaaltjes terecht.
Niet alleen de regen sijpelt door, ook wordt het vocht ingenieus verzameld door de flora. De Pinus canariensis gedijt in een omgeving waar veel vocht in de lucht aanwezig is en maakt deel uit van de waterhuishouding op het eiland. Deze subtropische den verzamelt vocht en water via de naalden die in bundeltjes van 3 groeien en tussen de 15 en de 30 cm lang zijn. Door condensvorming ontstaan er druppels aan de naalden en als ze zwaar genoeg zijn vallen ze op de grond. Op deze manier vallen er miljoenen druppels water en wordt de natuurlijk gefilterde waterreserve constant aangevuld.

In de berg en de bergwanden werden einde 19de, begin 20ste eeuw, tunnels gegraven die moesten dienen om het bergwater op te vangen, te kanaliseren en te distribueren. Op die manier wordt het water naar grote ondergrondse ruimtes geleid waar hydraulische pompen het water tot op de plaats brengen waar het, door de aantrekkingskracht van de aarde, spontaan naar beneden begint te vloeien. Via bovengrondse metalen buizen en aquaducten en door de hulp van de ‘wet de communicerende vaten’ wordt het heldere water tot bij de eindgebruiker gebracht.

Er zijn een aantal belangrijke kanalen, die zorgen dat alle regio’s bevoorraad worden. Canal Victoria-Santa Cruz: 45 kilometer, Tubería Los Dornajos-Los Baldios: 58 km, Canal Las Breñas: 12 kilometer, Canal de Araya: van Valle de Güimar tot in Santa Cruz, Canal de Los Valles: 13 kilometer, Canal del Norte en Canal de Gayonge zijn de belangrijkste. Het geheel wordt beheerd door Teidagua.
Geschat wordt dat er meer dan duizend galerijen zijn met een totale lengte van 1.700 km en dat 90% van het water uit de galerijen komt, de resterende 10 % komt uit ontzilting. Bij regenval wordt het hemelwater rechtstreeks opgevangen in de barrancos en verzameld in de lokale landbouwreservoirs. Op de kopfoto kun je de galerijen zien als groene streep, de ingang wordt gesymboliseerd als een rood bruggetje.

De actuele toestand en de veiligheid van deze infrastructuur is niet denderend: alle galerijen die gevaarlijk zijn en die de veiligheid niet meer kunnen garanderen werden reeds gesloten. Zo heeft het Consejo Insular de Aguas de Tenerife besloten. Wij spreken hier over 138 locaties op een totaal van ruim 1.500 waterwinplaatsen.

Aanleiding om dit artikel te schrijven was de rechtspraak in het dossier ‘Piedra de los Cochinos’ nabij Los Corales in Los Silos waarbij 6 wandelaars op 10 februari 2007 het leven lieten nadat zij een galerij waren binnengegaan waar geen enkele waarschuwing of toegangsverbod werd uitgehangen.

Iedere weg is lang, vooral de juridische weg. Na 7 jaar van gehakketak werden in 2014 de gevaarlijkste onder alle galerijen gesloten en werd de wetgeving ter zake, in voege sedert 1928, aangepast in een nieuw decreet. Veiligheid voor alles.

Kopfoto: Cedres – Artikelfoto: Wikiloc