Er zijn veel toeristische bezienswaardigheden en trekpleisters op Tenerife.
Ik heb het dan niet over attractieparken, restaurants of bar- en karaokebezoeken. Ik bedoel daarmee de locaties met een geografische aantrekkelijke noemer die niet door iedereen bezocht worden. Iedereen bezoekt het Nationaal Park rond en op de Teide, iedereen moet naar Masca, iedereen wil de overweldigende Acantilados van Los Gigantes zien, of Garachico en Taganana. En dat is het zowat. Ik ken mensen die reeds tien keer naar boven zijn gereden, die vele keren Masca zijn afgedaald en niet verder zijn geraakt dan dat leuke barretje, daar ongeveer waar de eigenlijke barranco begint.

Ik vergeet een aantal magneten op te sommen die voldoende aantrekkingskracht bezitten om de toerist en de resident uithuizig te maken. Ik moest het ook ontdekken, net alsof ik de eerste mens op deze aarde was. Ik ben daarna dieper gaan graven. Er is zoveel meer te zien en te bezoeken, maar hoe vind je dat?

De meest klassieke manier is zich op glad ijs te begeven; daar waar geen wegwijzers staan, daar waar het asfalt overgaat in een stoffig gedoe, daar waar je geen medemensen opmerkt, daar moet je zijn. Het probleem is dat je je daar letterlijk en figuurlijk kunt vastrijden en niet iedereen rijdt een 4×4. Dus volg je toch best de ‘macadam’ tot er een wegwijzer staat met een naam die je nooit eerder hebt gelezen, een pijl die wijst naar een onbekende locatie.

Als je geen verkeer tegenkomt dan zit je goed en rij je beslist in de richting van het achtste wereldwonder. Ik vraag mij soms met spanning af of het eiland locaties verbergt die nog nooit door iemand werden betreden. Er bestaan in elk geval plaatsen waar weinig volk naartoe trekt. Onbekend is, ook hier, onbemind.

Video: Maxime Kittin