Van de 79 soorten walvisachtigen die er wereldwijd bestaan zwemmen er 19 soorten in Canarische wateren rond. Een aantal soorten is reeds uitgegroeid tot 250 exemplaren. De grienden, lokaal gekend onder de naam calderón tropical is de soort die het best gedijt in de oceaan rond de Canarische Eilanden.
Rond Tenerife houden deze sociale en bijna humane zoogdieren zich vooral op in het diep tussen de westkust en de oostkust van La Gomera. Groeit de familie, dan verruimt ook hun territorium. Ze worden het hele jaar door gespot, ze verlaten hun biotoop niet.
Neen, want hun biotoop ligt in de West-Afrikaanse subtropische regio, van vulkanische oorsprong en met grote dieptes op een boogscheut van de kust. Hun voorkeur om hier te gedijen heeft te maken met drie criteria: de kalme wateren, de temperatuur van het water (minimum 18 tot 20° Celsius) en een gemiddelde duikdiepte van 1.500 meter, zelfs tot maximum 2.400 meter.

De absolute reden waarom ze hier gedijen is de voedselrijkdom. De wateren zitten boordevol organische materie; plankton, vis, (reuzen)octopussen en pijlinktvissen; de calamares is de favoriete maaltijd van de potvis of Physeter macrocephalus, zoals de wetenschap deze benoemt. 

Maar er zitten meer zogende waterbewoners rondom Tenerife. Potvissen, zwarte zwaardwalvissen, bruinvissen, gewone (kleine) dolfijnen, gestreepte dolfijnen, snaveldolfijnen, grijze dolfijnen, tuimelaars en slanke dolfijnen. In uitzonderlijke gevallen kun je ook getuige zijn van blauwe walvissen en van zwaardwalvissen of orka’s.

Lees HIER meer.