Een typisch fenomeen dat zich niet alleen in Tenerife voordoet maar ook elders. In Benidorm, Blankenberge en Scheveningen merken we dat ook op. Een verlof doorbrengen aan de zijde van landgenoten is en blijft voor een meerderheid de belangrijkste factor op het al dan niet slagen van de vakantie. Een mens wordt veelal vergeleken met een ‘kuddedier’ en dat blijkt ook nog juist te zijn.

Op Tenerife, het grootste subtropische eiland binnen de Europese Unie gelden ook deze niet geschreven regels.
Daar huist een flinke meute Vlamingen en een kleinere, maar even flinke groep Nederlanders. Residenten, toeristen en gevestigde waarden leven er met en voor elkaar. Sommigen onder hen moeten om den brode nog werken en deze werkvloer situeert zich veelal in de horecasector. Met het accent op de derde samentrekking van het woord horeca. Deze etablissementen worden gerund door creatieve en spitsvondige ondernemers die er alles aan doen om hun landgenoten op verlof voor zichzelf te winnen.

Daar is niets verkeerd mee, maar dat gegeven is wel de aanleiding van deze column. De Vlaamse en Nederlandse garde zorgt, ieder voor zich, voor een vloeiende klantentoeloop en dat precies resulteert in een groot spectrum van samenscholingen. Iets waar veel toeristen van houden en zelfs door gecharmeerd worden; samen met land-, streek- en misschien wel met dorpsgenoten in eenzelfde uitbating kuieren, plezier maken, roddelen, drinken, zingen en dansen. Mede door de dagelijkse optredens van (weeral) landgenoten wordt deze aantrekkingskracht nog vergroot. Deze bv’s en bn’ers werken als een magneet, gelukkig maar. De extra investering van de horecazaak in livemuziek moet renderen en zal het kassageluid doen aanzwellen.
Tot groot jolijt van de uitbaters, want daarom doen ze het ook.

Stel je nu eens voor dat deze gelegenheden zich niet voor je voeten geschoven worden en dat je op zoek moet gaan naar alternatieven. Niet in een Engelse of Duitse bar wat verderop, maar in een echt authentiek Canarisch barretje ver weg van de microgeluiden en de gezwollen luidsprekers, daar waar ‘Jeanne en alleman’ of ‘Piet met de pet’ samenhokt met zijn of haar taalgenoten.

Zo’n Canarisch barretje moet je echt wel gaan zoeken; in het zuiden van Tenerife en zeker langs deze kust zijn ze haast onvindbaar, elders kom je ze frequent tegen maar je moet ze gaan zoeken. Je moet daar moeite voor doen.
Je loopt er binnen en kijkt rond, je hoort enkel een ratelende televisie, van muziek is hier geen sprake en toeristen zijn er ook niet. Je hoort enkel de vriendelijke stem van een tinerfeño die je ¡Hola! toeroept.

Je gebruikt je beste Spaans, inclusief alle woordjes die je je nog herinnert. Je probeert een zin te plaatsen en na veel wikken en wegen doe je een poging. Wedden dat de lokale uitbater reeds langer wist dat je een toerist bent op zoek naar culturele en lokale barwaarden en dat hij er alles zal aan doen om je behulpzaam te zijn. Een fontein van woorden zal hij aanwenden om je te dienen, om je een gevoel van waardering te schenken. Je hoort het wel maar begrijpt nauwelijks het Canarische dieventaaltje en een paar tellen later zit je te genieten van de eilandproducten. Niet alleen van het biertje dat gebrouwen werd met het zuiverste Teidewater, ook de regiowijn smaakt naar de beste druiven. De aceitunas van het dorp verderop, die vroeger op het jaar werden geplukt en ingelegd smaken als de beste. De sardines uit het lager gelegen vissershaventje smaken nog naar sardines en de queso de cabra smaakt echt niet naar geiten.
Wat heerlijk deze lokale culinaire geneugten.

Het televisiegeluid dringt niet meer tot je door, je hoort enkel nog de kletterende autochtone klanten die zowaar de hele buurt uit elkaar schreeuwen. En jij? Jij geniet van de mooie en pure dingen. Geen greintje jaloezie te bespeuren, geen nijd onder elkaar, geen vleugje wantrouwen waar te nemen.
Neen, zo zijn ze hier niet. Zuiver tot op de graat … enfin, de meesten toch.

Je wilt ze begrijpen maar het lukt je echt niet. Ze willen je betrekken in een gesprek. ¿Hablas español? No, of toch, un poco en precies deze twee kleine woordjes zijn het breekijzer in de non-communicatie. Het ijs wordt er meteen door gebroken en meermaals wordt er getoast. ¡Salud!

Bij je vertrek vragen ze je steevast wanneer je nog eens terugkeert. Niet om je geldbeugel maar om de menselijke waarde. Wedden dat je er terug gaat …