Over het vakantiecomplex Ten Bel is reeds heel wat inkt gevloeid. Zowel voor, als gedurende, als na de realisatie zijn talloze artikels, reportages en reacties over het vakantiedorp de revue gepasseerd. Zelfs anno 2016 is er nog een niet onaardige hetze ontstaan na een reportage van Annemie Struyf over Tenerife. Niet het mooie eiland, niet de cultuur en niet de toeristische plaatsjes kwamen overvloedig in beeld, wel de teloorgang van een deel van Ten Bel werd ondubbelzinnig in beeld gebracht.

Ten Bel, het eens zo majestueuze door een Belg op poten gezette vakantieoord in Tenerife, heeft een heel bewogen geschiedenis achter de rug.

Bezieler en visionair Michel Albert Huygen werd geboren in Hoevenen op 7 februari 1917, in volle oorlog, groeide op in het café van zijn ouders. Hij vertoefde reeds snel tussen de grote mensen en niemand weet of zijn carrière daar al leven werd ingeblazen.

In ieder geval wist hij heel snel zijn commerciële talenten te ontwikkelen. Begin de jaren ’60 was hij eigenaar en zaakvoerder van ‘Den Arel’. Niet zomaar een bedrijf, maar Belgisch grootste radio- en tv-fabriek waar 1.800 mensen werkten. Ooit zei hij: “Te groot om klein te zijn en te klein om groot te zijn”. In deze tijdsgeest ontstond sociaal ongenoegen en ontevredenheid waarbij de vakbonden eisen begonnen te stellen. Eerst wilde men meer loon, daarna werd een extra week vakantie afgedwongen en toen men begon te hengelen naar nog meer vakantie is de ‘frank’ van Meneer Huygen gevallen. “Als iedereen meer vakantie krijgt, stap ik in het toerisme” was zijn devies en verkocht in 1964 zijn fabriek voor, naar verluidt, vijftig miljoen BEF.

Hij was op zoek naar een plek om te investeren in toerisme en dat zou niet aan de Belgisch kust zijn. Neen, hij zocht een zonnige locatie en zet experten aan het werk. Congo, Zuid-Afrika, Libanon en de Canarische Eilanden waren het resultaat van de opzoeking waar de noemer ‘constante zonnige bestemming’ op stond.

Huygen was politiek onbedreven maar voelde als geen ander waar het wel eens fout kon gaan en door zijn visionair aanvoelen werd Tenerife als locatie goed bevonden.

Begin deze jaren ’60 was er van massatoerisme nog geen sprake en de afstanden lagen nog ver uit elkaar. Toen vloog je met een DC-6 van Brussel naar Tenerife (Los Rodeos) en zat je 9 uur aan boord van een luidruchtig propellervliegtuig. Mensen dachten dat Tenerife aan de andere kant van de wereld lag, en dat probleem moest Michel Huygen overwinnen. Niet alleen investeren was belangrijk, de klanten er naar toe brengen was een noodzakelijk gegeven.

Huygen komt eerst aan in Puerto de La Cruz, toen een levendige toeristische metropool, en hij vroeg de eigenaar van het hotel én burgemeester wat de mogelijkheden waren om het regenachtig klimaat in het noorden te ontvluchten. Het antwoord was duidelijk en veelbetekenend; “De bus in en langs de Teide naar het zuiden, daar is het altijd goed weer”.

De rit naar het zuiden duurt vier, hooguit vijf uur en Michel is tevreden. Daar vindt hij het klimaat dat hij voor ogen had. Minimum 300 dagen zon en weinig regen waren de elementen die hij later in verschillende campagnes zou gebruiken. Het kon toen reeds niet meer verkeerd aflopen.

Eerst koopt hij een lap grond in Arico maar de eindeloze administratieve rompslomp is er teveel aan en hij verlegd zich naar een woestijngebied binnen de gemeente Arona. Tussen de Teide en de oceaan is er… niets. Veel cactussen, een aantal plantages en een paar kleine vissershuisjes die Las Galletas moeten voorstellen.

Wij schrijven 1964. Hij wilde geen hotel, maar een complex waar activiteiten en evenementen zouden worden georganiseerd. Er moest iets komen met zwembaden, tennisvelden, met eet- en drinkgelegenheden en een feestzaal en hij kocht (!) een lap grond van 44 hectaren aan 68 peseta’s (€ 0,40) per vierkante meter van een ‘latifundista’, een grootgrondbezitter met de naam José Antonio Tavio. Als hij tien jaar later grond bijkoopt betaalt hij 1.500 peseta’s per vierkante meter. Daar was hij eventjes niet goed van, maar wat moest, moest gebeuren.

Ondertussen is ook de naam van het complex bekend. Analoog aan grote korte namen uit die tijd zoals Kodak, Didak, Schoten, Arel… krijgt de hele handel de naam Ten Bel opgespeld, wat een samenstelling is van Tenerife en België.

In 1964 neemt hij Maggy Van Dam in dienst als marketing manager en dit blijkt een gouden zet te zijn. Ruim 25 jaar stond de ijzeren dame aan zijn zijde. Ze werd smalend Maggy ‘Thatcher’ genoemd of ‘de schrik van Ten Bel’. Zelf zegt ze een stevig karakter te hebben maar dat was nodig om het zo lang vol te houden.

Maanden aan een stuk heeft Huygen terrein geëffend met zware machines, hij sleepte tonnen dynamiet aan om gigantische rotsblokken op te blazen. Zes maanden heeft dat geduurd.

Nu was hij klaar om zijn tienduizend-kamers-tellend-complex op te bouwen. Dat doe je natuurlijk niet alleen. Daar zoek je bouwvakkers voor en hij rekruteert de arbeiders in de wijde omgeving.

Zo worden Alborada, Drago, Géminis, Maravillas, Bella Vista, Frontera, Primavera, Eureka geboren.

Bella Vista is het eerste park dat klaar werd gestoomd; een residentiële wijk met bungalows waar middenin het restaurant El Kiosco wordt neergepoot. Daar kon je maar twee gerechten eten; kip en entrecote.

De bezieler moet gedurende de opbouw ophoesten tegen tal van problemen; hoe geraak je middenin deze woestijn aan zoet water bijvoorbeeld. Daarvoor kocht hij een waterberg en liet smeltwater door kilometers lange leidingen vloeien. Later kocht hij zich in in een watermaatschappij.

Hij kocht verschillende finca’s waar hij palmbomen, struikgewassen, bloemstruiken en planten liet kweken om later te verplanten naar zijn complex. Elektriciteit was dan weer een ander probleem, geen enkele maatschappij voedde deze regio met elektriciteit. Dan zette hij zelf maar een elektrogroep, een joekel van een machine, maar dat volstond niet. Uiteindelijk stonden er vijf generatoren naast elkaar en maakten 24/24 en 7/7 elektriciteit.

Bouwen is één zaak, verkopen en verhuren is een andere.

Koop- en verhuurcontracten of timesharing avant la lettre, was toen al in gebruik in Franse skigebieden en dat systeem zou Huygen ook toepassen in zijn marketingstrategie binnen het Ten Bel-project. Je koopt een bungalow, een appartement of een studio en je laat de exploitatie aan Ten Bel over. Deze verhuurt de panden door en de eigenaar ontvangt een gegarandeerde opbrengst en twee weken vakantie op kosten van Ten Bel.

Dit blijkt een briljant idee maar hoe krijg je kopers uit Vlaanderen 3.000 kilometer verderop om het aanbod aan de man te brengen?

Eind de jaren ’60 zijn lijnvluchten schaars en duur, chartervluchten onbestaand. Voor ieder probleem blijkt Michel Albert Huygen een oplossing te vinden. Ook het transportprobleem lost hij genadeloos op. Hij koopt van Swiss Air een Caravelle, in die tijd het meest moderne lijnvliegtuig, en maakt er een full first classvliegtuig van. Hij plaatst er 65 luxezetels in, zorgt vooral voor veel beenruimte en laat de nodige champagne aanrukken om rijkelijk te laten vloeien gedurende iedere vlucht. Hij overlaadt de kandidaat-investeerder met gastronomische gerechten die hij zo klaarstoomt voor een probleemloze aankoop. De vakantie, of noem het plezierreisje, begon reeds in Zaventem en kostte slechts 5.000,- BEF.

Fabrikanten, nijveraars en kleine zelfstandigen ondernamen de reis van hun leven. Sommigen stapten met koffers vol geld uit de Caravelle en kochten niet één, maar verschillende panden in het resort Ten Bel.

Señor Michel was de god voor veel mensen, de goeroe van en voor de lokale bevolking, el ‘dios’. Hij bracht rijkdom en welzijn naar het dorre zuiden en iets wat nooit tevoren op deze plek was vertoond; vertier. Hij bezat charisma en straalde autoriteit uit. Altijd piekfijn gekleed, met strikje. Een vlinderdas knopen deed hij een halve minuut sneller dan een das knopen; efficiëntie boven alles.

Tot midden de jaren ’70 loopt de verkoop als een trein en vliegt de Caravelle als een shuttle tussen Ten en Bel. Ontelbare kandidaat-kopers worden overgevlogen en het merendeel onder hen koopt en belegt in het vastgoedverhaal van Huygen. Verkopen was makkelijker dan verhuren. Je moet een vastgoed maar één keer verkopen terwijl je datzelfde vele keren moet verhuren om aan je contractverplichtingen te voldoen.

Dus wordt er een nieuwe strategie uitgewerkt om voldoende hurende toeristen naar Ten Bel te krijgen.

In 1968 richt Maggy Van Dam ‘Ten Bel Touring’ op die de touroperator van en voor Ten Bel wordt. Om het groeiende aantal huurders over te vliegen sluit ‘Ten Bel Touring’ een overeenkomst met de Spaanse chartermaatschappij Spantax. Minimum één vlucht per week, in het weekend vloog men ‘eerste klas’, in de week vloog je ‘economie’. Zo konden de kopers en de huurders een beetje uit elkaar gehouden worden. Deze manier van werken sloeg aan en genoot veel bijval. Zoveel zelfs dat SABENA toen is gestopt met haar lijnvluchten op Tenerife.

Nog later werden Ten Bel Touring-kantoren geopend in Frankrijk, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk en van daaruit werden ook toeristen overgebracht. De touroperator zorgde zelfs voor chartervluchten uit New York en Boston.

En Huygen werkte onverstoord verder aan zijn complex. De oppervlakte van het domein vergroot nog steeds, wegen en banen worden aangelegd, nog meer zwembaden worden uitgegraven, nog meer restaurants moeten de hongerige toerist voeden. Het domein wordt zo groot dat er inmiddels een imitatietreintje rondrijdt van de ene uithoek naar de andere.

De beste marketingzet ooit was de slogan ‘Eén dag zonder zon, geld terug!’ Dit werd in Belgenland door de pers weggelachen als een onbezonnen valse en onrealistische publiciteitsstunt. Als het dan eens regende schoven de toeristen aan de receptie voorbij om hun ‘regengeld’ op te eisen. Ze kregen inderdaad 500 peseta’s terugbetaald en doordat het regende of geregend had bleven de toeristen in de bars en restaurants van Ten Bel hangen en verteerden een veelvoud van 500 peseta’s aan eten en drank. Extra winst, kassa, kassa.

Het klimaat spreekt de mensen aan, het wintertoerisme is geboren, de overwinteraars blijven terugkomen. Met temperaturen boven de 20° Celsius is de winter ook the place to be voor mensen met ademhalingsproblemen of met aandoeningen aan spieren of pezen. Iedereen die hier komt geneest op een spectaculaire manier. Lichaamspijnen ebben weg als sneeuw voor de zon. Dit is de beste reclame die Ten Bel ooit kreeg. Meneer Michel was op een bepaald moment in verregaande gesprekken om op het eiland een nierdialysecentrum te openen. Finaal is de deal niet doorgegaan omdat de kliniek uit Brugge niet met de nodige centen over de brug is gekomen.

In elk deeldomein was er steeds wel iets te doen; animatie voor groot en klein, voor jong en oud. Topentertainment kreeg je voorgeschoteld in de centrale evenementenhal La Ballena, die toen de feestzaal werd genoemd. Iedere dag kwamen en gingen er Belgische artiesten: Eddy Wally, Ann Christy, Nicole en Hugo, Willy Sommers, Jimmy Frey, Eddie Delatte (foto) en zelfs de piepjonge Frank Valentino passeerden de revue.

De restaurants boden vooral werkgelegenheid aan de lokale inwoners van het eiland. Om op te dienen hoef je geen opleiding; een charmante glimlach, een galante stap en een beetje stabiliteit in handen en armen waren reeds voldoende om de talrijke toeristen te bedienen.

In het strategisch marketingplan was één zaak over het hoofd gezien: de obers spraken enkel Canarisch, de toeristen waren veelal 

 polyglotten maar spraken niet de lokale taal. Er waren dus, meer dan eens, geschillen tussen service en klant en daar zat Huygen mee verveeld.

Als visionair, bezieler en realisator tovert hij opnieuw een oplossing uit zijn hoed en wordt meteen de uitvinder genoemd van het selfservicerestaurant. Gedaan met perikelen rond spraakverwarring en taalonenigheid. De klanten kunnen vanaf nu hun eigen menu bij elkaar kiezen. Opgelost, probleem.

En zo kwam Albert Huygen meermaals met oplossingen voor de dag voor problemen waar menig medewerker reeds een tijdlang mee kampten.

Huygen wilde het domein afrasteren om de toeristen binnen te houden. Barelen met bewakers zouden moeten zorgen voor een groter veiligheidsgevoel, maar dit was maar een drogreden. Hij wilde het vertier en het amusementsaanbod binnen het domein houden maar dat werd niet in dank afgenomen van de ondertussen talrijke eigenaars. De toeristen wilden ook buiten het domein een kijkje nemen of iets gaan eten in een restaurantje vlakbij en uitgebaat door ‘parasieten’. Zo noemde Huygen de inderhaast meegezwermde toeristen die een graantje wilden meepikken van het succes van Ten Bel. En daarop had hij ook een antwoord: hij bouwde de ‘put van Ten Bel’, een lager gelegen openluchtruimte met daarin het eerste ‘Centro Comercial’ in het zuiden van Tenerife, met winkels, bars en restaurants en waar nu nog steeds het oudste Belgische etablissement van Ten Bel gelegen is waar op zondagmiddag door honderden overwinteraars vrolijk wordt gedanst.

Wordt vervolgd …

Het volledige verhaal werd gepubliceerd in het rijk geïllustreerde e-book ‘De Geschiedenis van Ten Bel’. Geïnteresseerd? HIER staat er meer informatie en kun je het boek kopen.

Een historisch correct gereconstrueerd boek waarin getuigenissen staan van tientallen mensen.
Medewerkers, intimi, vrienden, klanten, zakenpartners en familie van Michel Huygen vertellen elk hun deel van het verhaal. De auteurs zijn op zoek gegaan naar de waarheid achter de schermen van deze onwaarschijnlijke geschiedenis.
De inhoud is zowel onthutsend als ontroerend, en zowel hilarisch als humoristisch.
Wat is er nooit gerealiseerd geweest in het Ten Bel-project? Wat was de reden van de teloorgang? Was Huygen een innemend mens? Wat met zoon Jan Huygen? Wat was het kapitaal en waaraan is het besteed geworden? Was er een kapitaaltekort? Is alle geld naar Ten Bel gevloeid? Wie is er op vandaag in het bezit van de aandelen? En wat zijn ze nog waard?
Veel vragen die in het boek een antwoord krijgen. Maar er is meer, veel meer …!