TE VEEL VOERTUIGEN

Hoeveel keer hebben wij hier bericht dat het uitbreiden van de verkeersinfrastructuur niet de oplossing is voor de saturatie van het wegennet. Ieder project waarbij er nog meer voertuigen in het verkeer gepompt worden is irreëel en gaat ons petje te boven.

Als Lage Landers begrijpen wij dit probleem maar al te goed omdat dit probleem bij ons reeds veel langer voorkomt en omdat wij reeds langer nadenken over een oplossing voor de aanzwellende verkeersstroom. Als je lang genoeg hebt nagedacht kom je tot de slotsom dat minder voertuigen de weg opsturen de enige oplossing is. Teruggrijpen naar een uitbreiding van de wegeninfrastructuur is uit den boze want daarmee geef je een zetje om nóg meer automobielen de straat op te sturen.

We maken daarbij een klein rekensommetje voor Tenerife en daarmee bewijzen wij dat het wagenpark moet afgebouwd worden in plaats van aangemoedigd maar dan moeten wij er de statistieken van het Dirección General de Tráfico bijhalen.

Deze statistieken van het wegverkeer tonen aan dat 2016 een recordjaar was wat betreft de inschrijvingen van nieuwe voertuigen op Tenerife. Een slordige 56.370 nieuwe voertuigen werden in het verkeer gebracht en dat is een groei van 19,3% dat beduidend hoger ligt dan het Spaanse gemiddelde van 10,9%.
In 2016 stond de teller op 776.176 voertuigen voor de Westelijke provincie Santa Cruz de Tenerife, inclusief de kleinere eilanden El Hierro, La Palma en La Gomera. Een eeuw geleden reden er hier precies 13 rond en 50 jaar geleden 81.710, maar dat is nostalgie en niet meer van deze tijd.
Op alle Canarische Eilanden samen rijden er op vandaag 1.569.475 gemotoriseerde voertuigen rond. Dit is onvoorstelbaar.

Er zijn op Tenerife een slordige 700.000 voertuigen ingeschreven bij het DGT, of Tráfico in de volksmond. Omgerekend is dit zeven voertuigen per tien personen die op het eiland leven; inclusief baby’s, kinderen, minderjarigen en hoogbejaarden.
Als wij er van uitgaan dat het eiland over een wegennet beschikt van ongeveer 1.500 kilometer, dan komen we snel aan een paar spectaculaire resultaten.
We meten ieder voertuig een lengte aan van 4 meter en we plaatsen deze, bumper aan bumper, na elkaar. Het resultaat is opmerkelijk: er ontstaat een file van 2.612 kilometer. Als wij dat omrekenen dan moet er op iedere kilometer een lengte van 1.741 meter auto’s passen. Dat is onmogelijk …

De eilandregering heeft blijkbaar ook dat rekensommetje gemaakt en kan daarvoor een aantal ingrijpende maatregelen nemen. Of deze maatregelen ingrijpende gevolgen zullen hebben op een daling van het aantal voertuigen is echter maar de vraag. Als de overheid blijft investeren in meer rijvakken op de snelweg, in grotere rotondes om er meer verkeer door te jagen en in bredere banen, dan zijn ze niet goed bezig.

Het aanmoedigen van het openbaar vervoer of beter nog, het gratis aanbieden ervan, zou dé stimulans moeten zijn voor inwoners van het eiland om de auto even langs de kant te zetten of beter nog, de vierwieler van de hand te doen.
Het openbaar vervoer op Tenerife is uitstekend georganiseerd en met bus en tram kun je bijna alle uithoeken bereiken.
Iedereen weet dat de Titsa-busmaatschappij alom zichtbaar op het eiland aanwezig is, maar weinigen weten dat er in 2016 meer dan 108 miljoen passagiers werden vervoerd en dat alle bussen samen ongeveer 32 miljoen kilometer hebben afgelegd op een trajectlengte van 3.961 kilometer.

De tram in de hoofdstedelijke metropool op haar beurt heeft 13.489.954 personen vervoerd. Veel? Ja, maar niet genoeg: iedere inwoner heeft op jaarbasis nochtans 51 keer van het openbaar vervoer gebruik gemaakt, maar dat moet nog beter zegt Manuel Ortega, Directeur Mobiliteit van de regering.

Misschien worden er beperkende maatregelen ingebouwd voor het autogebruik, misschien wordt het openbaar vervoer nog goedkoper. Misschien moeten de voorziene budgetten voor de uitbreiding van het wegennet als subsidies overgemaakt worden aan de openbare vervoersmaatschappijen, dan zouden zij ons gratis kunnen vervoeren.

Wie zal het zeggen? De toekomst zal het uitwijzen, als het dan maar nog niet te laat is.