Ik heb er lang over nagedacht om een artikel te schrijven over mijn eigen dorp. Het feit dat Arico’s deelgemeente een druk bezochte plaats is en menigeen er culinair vermaak komt opzoeken was de reden om dit niet verder uit te stellen.

San Miguel de Tajao is de officiële naam van het dorp; enig probleem is de verwarring met de naam San Miguel de Abona. Laten wij het echter houden bij de eenvoudige en door iedereen gebruikte volksnaam Tajao. Fonetische uitspraak: tachao.

In het zuidoosten van het eiland, op 12 kilometer van de luchthaven, 50 km van de hoofdstad en amper 20 kilometer van het zuiden, baadt de deelgemeente van Arico als het ware in het blauwe warme water van de Atlantische Oceaan. De rust dat het dorp uitstraalt geniet geen vergelijking en de natuur is er prachtig. In een enig maritiem decor is het leven er subtiel en stressbevrijdend.

Je vindt dit dorpje nooit terug zonder het aanbod van haar visrestaurants. Als de gps  N28° 06′ 04″ W16° 28′ 12″ aanduidt mag je niet meer twijfelen; je bent er. Zonder gps rij je zonder enig twijfelmoment op de TF-1 tot aan de afrit 46 om daarna gedurende anderhalve kilometer te dalen tot op zeeniveau.
Het dorp schetst zichzelf in een hoofdstraat en twee zijstraten die beide doodlopend zijn en waar de uiteinden van deze straten op minder dan 400 meter van elkaar liggen. Zo weet je meteen hoe groot dit onooglijk dorpje wel is.

Dit authentieke dorp typeert een Canarisch vissersdorp; meer dan een kerkje, een sportpleintje, het typische haventje en de Cofradía de los pescadores is er niets te zien. Of toch?
De tientallen typische vissershuisjes die de havenbuurt 
sieren en één rij appartementen aan het keienstrand ‘Playa Hondo’ maken het dorpje bewoonbaar. Een paar honderd inwoners houden het reilen en zeilen van hun dorp netjes in het oog.
Woorden als vieja, cabrilla, medregal, sama, morena, salmonete, gallo, bocanegra en pámpano zijn de exposanten van het dorp. Deze vissoorten liggen dagelijks vers tentoongesteld in de vitrines van de koelkasten van de visrestaurants en zullen straks worden gekozen om geconsumeerd te worden door talloze hongerige bezoekers.

De elf restaurants hebben één zaak gemeen: zij serveren geen enkel vleesgerecht. Enkel verse vis, dagverse groenten en producten, geen menukaarten op tafel, vriendelijk en Spaanssprekend, op één uitzondering na. De ensalades, papas arrugadas, gofio, mojos en de fruitige jonge wijnen van het eiland smaken in ieder restaurant gelijk. Ook de prijzen zijn elkaar waardig; je betaalt weinig voor al hetgeen je hebt gegeten. En wat je niet op at, krijg je hygiënisch verpakt mee naar huis… zonder erom te vragen.

Als je het dorp nadert krijg je eerst het grootste restaurant van het dorp in de gaten; Las Arenas. Daarna kom je voorbij het recentst gebouwde restaurant ‘La Laja’ en aangekomen aan het rondpunt, zowat de ingangspoort van het dorp, kun je rechts naar boven, om Restaurante La Gaviota op te zoeken. Daar rijden we de hoofdstraat in en op de linkerkant treffen wij drie eethuizen op een rij; Punta Abona, Benamarina en Manolo II.
Daarna moet je een keuze maken; wij gaan op het einde van de hoofdstraat naar links en rijden langs het haventje – beneden is er parkeergelegenheid voor 70 voertuigen – en daar op het einde ligt het traditionele restaurant ‘Rincón del Marinero’. Klein, maar fijn.

Terugkeren is een must, anders duik je de oceaan in. Als je opnieuw ter hoogte van de ‘calle principal’ komt moet je een links-rechtse-flip-flap uitvoeren om een heuvel over te rijden en kom je terecht in een andere wereld. Links zie je ‘Playa Tajao’, rechts ‘La Rocás’ en ‘Agua y Sal’. Als je nog wat verder gaat en de doodlopende weg langs de barranco volgt kom je aan restaurant ‘Tabaibarril’.

Deze moeilijk te onthouden naam was de oorspronkelijke naam van Tajao die vanaf de XIXde eeuw haar bestaan dankt aan een klein huisje die aan de barranco was gebouwd. In die tijd verzamelden de vissers in buurtgehucht La Caleta om gezamenlijk te gaan vissen met de roeiboten. Daar was een natuurlijke pier, maar een geleidelijke ontzilting van de waterputten dwong hen terug te keren naar Tajao waar ze samen met een aantal inwoners van El Porís een nieuwe ontschepingsplaats bouwden.

Het vervoer van goederen en personen gebeurde in die tijd vooral over het water omdat de afstanden over het onherbergzaam gebied moeilijk overbrugbaar waren. Hiervoor werden voornamelijk de vissersboten gebruikt en werd er gedurende een transport steevast gevist.

Deze locatie werd eerst La Laja genoemd, naar een gehucht uit de onmiddellijke omgeving, en later Tabaibarril, naar de naam van de barranco die door het dorp ploegde. In 1993 werd de huidige pier aangelegd en de naam Tabaibarril werd vervangen door San Miguel de Tajao. Waar de naam Tajao vandaan komt is niet met zekerheid geweten, hoogst waarschijnlijk stamt deze naam af van een oud Guanche-gebruik. 

In het begin van de XXste eeuw werden er door de vrouwen uit het dorp uien, tomaten en aardappelen gekweekt terwijl de mannen zich op zee verrijkten. In het tweede deel van de vorige eeuw werd, mede door een technologische vooruitgang, de vissersvloot op punt gesteld en gemoderniseerd. Vooral krachtige motoren brachten de zeelui op locaties waar ze voorheen roeiend niet geraakten. En zo zaten ze de tonijn efficiënter achterna.

Nog een opmerkelijk feit is dat er tot in het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw geen water, geen elektriciteit en geen telefoon voorhanden was. De vissersgemeenschap laat zich niet verjagen door het gemis van nutsvoorzieningen en met hard labeur en vooral met een sterke politieke wil werd Tajao rond de laatste eeuwwisseling omgevormd tot een idyllisch vissersdorpje met palmbomen op het (kei)strand,  overal banken om te genieten en uit te rusten en vooral een schitterende renovatie van het kustgebied om de duizenden bezoekers te dienen bij hun restaurantbezoek.

Tajao, een interessante optie om een dagje te genieten van een authentieke locatie dat rust en eenvoud uitstraalt en niet eens zo ver ligt van het bruisende zuiden. Tajao, je moet er echt eens naar toe. 

Tajao heeft ook een Facebookpagina, klik HIER