Steenmannetjes. Je weet niet wat je overkomt als je ze voor de eerste keer ziet staan. Meestal staan ze in groep, want ze zijn gemaakt door mensen die even geen blijf wisten met hun vrije tijd. Hun originele traditionele broeders staan alleen, ergens ter wereld en hebben de taak om de weg te wijzen.

Jarenlang reeds bekijk ik deze evenwichtig geconstrueerde stenen torentjes. Het een wat kunstiger dan het andere, het andere wat complexer dan dat ene. Alleen hebben ze alle een aantal criteria gemeenschappelijk. Ze staan in de wijde natuur, zijn gemaakt uit elementen die in deze omgeving te vinden zijn en vormen één voor één een aansluitend evenwicht. Ik heb er zelf tientallen gemaakt op onbewaakte momenten en terwijl ik bezig was dacht ik enkel hoe ik het evenwicht in dit labiel kunstwerkje kon bewaren. Aan niets meer, aan niets minder.

Ze krijgen ook een naam: Steenmannetjes heten ze in het Nederlands, Cairn in het Engels en Montículos de piedra in het Spaans. Ze worden ook wel eens Terpen genoemd, een Fries woord dat kunstmatige heuvels aanduidt die werden gemaakt om bij hoog water een droge plek te hebben.

Deze sculpturen zijn het resultaat van anonieme kunstenaars, van mensen die zich op deze of gene plek kortstondig hebben overgegeven aan een kosmisch momentum.

Vaak komen ze voor in een conische vorm, zoals een kegel, maar er worden ook andere vormen ontworpen.   Een steenmannetje wordt het meest gebruikt om een pad of de top van een heuvel te markeren. In het verleden zouden reizigers die onherbergzame gebieden doorkruisten de gewoonte hebben gehad om onderweg stenen op te rapen en toe te voegen aan het eerste stenen heuveltje dat ze tegenkwamen. Vooral in het mistige klimaat van Engeland, Schotland, Wales of in de hoogvlaktes van Scandinavië waar paden niet of nauwelijks zijn te herkennen, zijn deze steenmannetjes bijzonder nuttig om ongegeneerd de weg te wijzen.

Het principe is eenvoudig; je loopt van het ene hoopje stenen naar het volgende zichtbare steenmannetje.

Ook in bergachtige gebieden op de Canarische Eilanden worden deze veel gebruikt; je ziet ze veelal liggen langs de senderos en in bewandelbare barrancos op Tenerife.

De schotse en scheve monumentjes vind je overal terug, het waarom vind je reeds terug in de oudheid; het waren van oorsprong wegwijzers die in verlaten en desolaat gebied een richting aangaven. De terpen zijn enkele centimeters groot tot enkele meters hoog, afhankelijk van hun opmerkzame aanduiding.

In de oudheid werden steenhopen opgericht als referentiepunt waaruit een paar duizend jaar later de kilometerpaal is ontstaan. Maar ze werden ook gebruikt als grafmonumenten en als herdenkingspunten. Op sommige plaatsen ontstonden stenen heuvels uit praktische overwegingen als een landbouwer de stenen uit zijn veld had verwijderd.  Door stenen te verplaatsen in het ruwe landschap creëer je op deze manier extra land- en tuinbouwoppervlakte. Op de Canarische Eilanden spreekt men dan van demontículos.

Bij de Kelten, in de Griekse mythologie, in het Oude Rome, bij de Heidenen en bij de Christenen, overal vind je het gebruik van stenen hoopjes en solide opeengestapelde stenen terug. Bij de Indianen waren stapelstenen indicaties van goede jachtvelden en rijke viswateren.

Laten wij het op vandaag houden op een indicatie van een weg- of locatieaanduiding. Ook in Tenerife vind je ze overal terug waar wandelaars hun ‘steentje’ bijdragen aan een bouwwerk. Sommigen hebben het ook over een meer tot de verbeelding sprekende Inuksuit of zoals de Eskimo’s het retorisch uitdrukken: Ik wijs je de weg. De Inuksuits komen voor in Alaska, Noord-Canada en Groenland en werden gebouwd door Eskimo’s als de eerste bewoners in deze gebieden. De vorm die zij gebruikten heeft dezelfde vorm als de miniterpen die je op de Canarische stranden ziet staan.

Ik wijs je de weg, is ook een vorm van bescherming. Maar als je deze bouwsels op een Canarisch strand tegenkomt dan is hier geen sprake van ‘bewegwijzering’. Hier krijgen wij te maken met een tijdverdrijf of een vorm van ‘natuurlijke kunst’ die je ook in de rest van de wereld aantreft. Verder zit er niets achter. Vervelende mensen maken er een sport van om ze omver te gooien en zo blijft er werk aan de winkel.
Torentjes bouwen, groter en hoger dan deze die er reeds staan en zich gelijktijdig overgeven aan een zenmoment of zich storten in een leegte van een enig inherent bestaan; ook wel de complete leegte of de volledige gelijkheid genoemd waaruit alles wordt geboren en waarnaar alles terugkeert en waarin alledaagse dingen een metafysische wereld overstijgen.

Of is het Yin en Yang die verwijzen naar twee tegengestelde principes. In een mensenleven heeft alles een positieve en een negatieve kant en wijzigt alles voortdurend.
Wie zal het ooit zeggen? Tot dusver blijven het steenmannetjes.