Hoewel alle vier vormen aan elkaar verwante betekenissen hebben, zijn ze niet onderling uitwisselbaar. Als je dit verwarrend vindt, ben je niet alleen; ook de Spanjaarden zelf gebruiken ze vaak incorrect.

1. Por qué
Por qué wordt gebruikt in vraagzinnen en betekent ‘waarom’.  Het introduceert tevens directe en indirecte vragende en uitroepende zinnen.
¿Por qué no viniste ayer a la fiesta? –  Waarom ben je gisteren niet naar het feest gekomen?
No comprendo por qué te pones así. – Ik begrijp niet waarom je je zo gedraagt.
¡Por qué calles más bonitas pasamos! – Door wat een mooie straten lopen wij!

2. Porque
Porque wordt vertaald door ‘omdat’ in volgende gevallen.
a) om ondergeschikte zinnen in te voeren die een oorzaak uitdrukken, in gevallen waarin het kan worden vervangen door locaties met een oorzakelijke waarde.
* No fui a la fiesta porque no tenía ganas. – Ik ging niet naar het feest omdat ik er geen zin in had.
* La ocupación no es total, porque quedan todavía plazas libres. – De bezetting is niet totaal, want er zijn nog vrije plaatsen [= omdat er nog vrije plaatsen zijn].

b) Het wordt ook gebruikt als een antwoord op een vraag die begint met ‘por qué’
*  ¿Por qué no viniste? – Porque no tenía ganas.

c) Als het gevolgd door een subjunctief werkwoord met een betekenis die gelijk is aan dat werkwoord
* Hice cuanto pude porque no terminara así. – Ik deed wat ik kon omdat het niet zo zou eindigen

3. Por que
a) Por que gebruik je indien que als een betrekkelijk voornaamwoord het voorzetsel ‘por’ volgt. Vergelijkbaar met de betekenis als “de reden waarom”, hoewel het vaak vertaald wordt als “daarom” of “waarom.”.
* Este es el motivo por (el) que te llamé. – Dit is de reden waarom ik u heb gebeld.
* Los premios por (los) que competían no resultaban muy atractivos. – De prijzen voor (de) deelnemers waren niet erg aantrekkelijk.
* No sabemos la verdadera razón por (la) que dijo eso. – De echte reden waarom hij dat zei, weten we niet.

b) Wordt ook gebruikt wanneer het voorzetsel de ondergeschikte introduceert.
* Al final optaron por que no se presentase. – Uiteindelijk hebben ze ervoor gekozen om het niet te presenteren.
* Están ansiosos por que empecemos a trabajar en el proyecto. – Ze staan erop te popelen om aan het project te gaan werken.
* Nos confesó su preocupación por que los niños pudieran enfermar. – Hij bekent zijn bezorgdheid dat de kinderen ziek zouden kunnen worden.

c) Wordt ook gebruikt indien een werkwoord wordt gevolgd door por. In dit geval ‘preocuparse por’.
* Se preocupa por que las soluciones sean incompatibles. – Ze maakt zich zorgen dat de oplossingen onverenigbaar zullen zijn.

4. Porqué

Dit zelfstandig naamwoord wordt gebruikt wanneer de ‘reden, de oorzaak of het motief wordt aangeduid.
* No comprendo el porqué de tu actitud [= la razón de tu actitud]. – Ik begrijp de reden van uw houding niet [= de reden van uw houding].
* Todo tiene su porqué [= su causa o su motivo].- Alles heeft een waarom [= de oorzaak of het motief].

Net als andere zelfstandige naamwoorden heeft ‘porqué’ ook een meervoud, namelijk ‘porqués’
* Hay que averiguar los porqués de este cambio de actitud.- Het waarom van deze mentaliteitsverandering moet worden achterhaald.