You are here:---SPAANSE LES 15 NIEUWE ZINNETJES

SPAANSE LES 15 NIEUWE ZINNETJES

Een les met nieuwe woordjes en korte zinnen is steeds een meerwaarde voor de persoon die de taal wil aanleren. De zinnetjes staan gerangschikt volgens de thema’s.
Deze les werd samengesteld door spaanse-taal.net

Kennis maken

Goedemorgen Buenos días
Goedenavond Buenas noches
Goedendag Buenos días
Hallo Hola
Hoe gaat het met u? ¿Qué tal?
Hoe is het?, Hoe gaat het met je? ¿Cómo estás?
Alles goed? ¿Todo bien?
Goed en met u? Bien, gracias, ¿y usted?
Waar komt u vandaan? ¿De dónde es usted?
Ik kom uit Nederland Soy de Holanda
Bent u Spaans? ¿Es usted español?
Ik ben Nederlander, en jij? Soy holandés, ¿y tú?
Hoe heet je? ¿Cómo te llamas?
Hoe heet u? ¿Cómo se llama?
Ik heet … Me llamo …
Mag ik je/u even voorstellen? Dit is ….. Te/Le presento ….
Aangenaam Mucho gusto
Hallo, leuk u te ontmoeten Hola, Mucho gusto
Tot ziens Adiós
Veel plezier! ¡Qué lo pase bien!, ¡Pasalo bien!
Tot de volgende keer Hasta la próxima, nos vemos
Tot ziens en goede reis Adiós y buen viaje
Tot morgen Hasta mañana

Het weer

Het weer El tiempo
Het is mooi weer Hace buen tiempo
Het is slecht weer Hace mal tiempo
Het is behoorlijk warm Hace bastante calor
Het is heel warm Hace mucho calor
Het is erg koud Hace mucho frío
Het is een zonnige dag El día está soleado
Het is dertig graden Hace treinta grados
Ik heb het koud/warm Tengo frío/calor
Het is bewolkt Está nublado
Het is onbewolkt El día está claro
Wat voor weer wordt het vandaag? ¿Qué tiempo tendremos hoy?
Gaat het vandaag regenen? ¿Va a llover hoy?
Het gaat regenen Va a llover
Het klaart op Se está despejando, está clareando
Het blijft mooi weer Seguirá el buen tiempo
Het weer wordt beter El tiempo está mejorando
Het waait Hace viento

Handige zinnen

Ik begrijp het niet (yo) no le/la/te entiendo
Ik weet het niet (yo) no sé
Kunt u/je dat nog eens langzaam herhalen? ¿Podriá(s) repertirlo despacio?
Ik spreek een beetje Spaans Hablo sólo un poco de Español
Ik versta het Spaans niet zo goed No entiendo muy bien el Español
Kunt u, alstublieft, iets langzamer praten? Por favor, hable un poco más despacio
Hartelijk dank Muchas gracias
Kunt u mij misschien helpen? ¿Puede usted ayudarme, por favor?
Kunt u mij vertellen hoe laat het is? ¿Me puede decir la hora?
Ik nodig je uit om bij ons te komen eten Te invito a comer con nosotros
Dat is heel aardig (van u) Es muy amable (de su parte)
Heel erg bedankt Muchísimas gracias
Graag gedaan De nada
Dat waardeer ik zeer Se lo agradezco mucho
Sorry, dat was niet met opzet Discúlpeme, no quise hacerlo. Perdón, ha sido sin querer
Dat geeft niet No importa
Hoe was je dag vandaag? ¿Como te fue hoy dia?

In de winkel

Hoeveel kost het? ¿Cuánto cuesta?, ¿Cuánto vale?
Wat is de prijs? ¿Cuál es el precio?
Hoeveel kost een kilo? ¿A cuánto está un kilo
Hoeveel kost een kilo garnalen? ¿A cuánto está un kilo de gambas
De garnalen kosten 10 euro per kilo. Las gambas están a 10 euros el kilo?
Hoeveel kosten de tomaten. ¿A cómo están las tomates?
De tomaten kosten 1 euro per halve kilo. Las tomates están a un euro el medio kilo
Wat mag het zijn, mevrouw. ¿Qué desea, señora?
Ik wil graag 2 kilo snijbonen en een kilo aardbeien. Quisiera dos kilos de judías verdes y un kilo de fresas
250 gram ham alstublieft. Un cuarto de kilo de jamón, por pavor
Ik heb een fles olijfolie nodig. Necesito un botella de aceite de oliva
Anders nog iets? ¿Desea alguna cosa más?
Ik betaal contant Voy a pagar en efectivo
Accepteert u creditcards? ¿Aceptan ustedes tarjetas de crédito?
Verkoopt u Nederlandse kranten? ¿Tiene usted periódicos Holandeses?

Tijd en datum

Hoe laat is het? ¿Qué hora es?
Kunt u mij vertellen hoe laat het is? ¿Me puede decir la hora?
Het is één uur Es la una
Het is twaalf uur Son las doce
Het is half drie Son las dos y media
Het is elf over twaalf Son las once y doce
Het is kwart over acht Son las ocho y cuarto
Het is kwart voor drie Son las tres menos cuarto
Het is vijf voor zeven Son las siete menos cinco
Het is middernacht Es medianoche
Het is precies twee uur Son las dos en punto
Ik heb het vier uur Yo tengo las cuatro
Hoe laat …? ¿A qué hora ….?
Om één uur …? ¿A la una ….?
Om twee uur ga ik naar huis A las dos voy a casa
Om negentwintig minuten voor twaalf A las doce menos veintinueve
Welke datum is het vandaag? A cuántos estamos (hoy)
Het is 20 januari A veinte de enero
Welke dag is het vandaag? ¿Qué dia es hoy?
Zondag, 5 juli Domingo, cinco de julio
Sinds wanneer? ¿Desde quándo?
Sinds zeven uur vanochtend Desde las siete de la manaña
Tussen vijf en zes Entre las cinco y las Seis

Liefde, vriendschap en gevoel

Het is liefde op het eerste gezicht Es amor a primera vista
We kunnen goed met elkaar opschieten (Nosotros) nos llevamos muy bien
Zij kunnen niet goed met elkaar overweg (Ellos) no se llevan muy bien
Ik mis je heel erg (Yo) te echo mucho de menos
Ik heb je zo gemist Te he echado muchos de menos
Ik heb over je gedroomd He soñado contigo
Ik moet de hele dag aan je denken Pienso todo el día en ti
Je lacht zo lief Tienes una sonrisa muy bonita
Ik vind het zo fijn om bij je te zijn Me gusta estar contigo
Hij heeft een goede relatie met zijn vader El tienne una buena relación con su padre
Zij gingen een tijdje met elkaar Salieron juntos un tiempo
Ik hou heel veel van jou (Yo) te amo muchisimo
Ik ook van jou Yo también a ti
Ik ben verliefd op je (Yo) estoy enamorado/enamorada de ti
Ik ook op jou Yo tambíen de ti
wanneer zie ik je weer? ¿Cuándo te veo?
Ik wacht op je Te esperaré
Ik vind het fijn om bij je te zijn Me gusta estar contigo
Ze hebben elkaar dit jaar leren kennen Se han conocido este año
Juán en Maria gaan trouwen Juán y Maria se casan
Zij vormen een mooi paar Ellos hacen buena paraja
Hij is heel erg verliefd op haar Él está muy enamorado de ella
Ik ben blij dat je hier bent Estoy contento de que estés aquí
Wij zijn goede vrienden Somos buenos amigos
Ik kan hem niet uitstaan No lo soporto

Gemoedstoestand en gevoel

Ik ben zeer tevreden Yo estoy muy contento
Wat is hij vrolijk vandaag Él es tan alegre hoy
Hij is heel erg gelukkig/blij El está muy feliz
Ik heb niets te doen, ik verveel me No tengo nada que hacer, estoy aburrido
Ik schaam me heel erg Yo siento una gran vergüenza
Ik ben sprakeloos en verrast Yo me siento impresionado y sorprendido
Ik ben dat lawaai zat No soporto más el ruido
Ik ben ontzettend boos op die man Estoy muy enojado con este hombre
Ben je boos? ¿Estás enojado?
Iedereen die haar kent waardeert haar Todos los que la conocen la aprecian
Dat maakt mij niets uit Me da lo mismo
Ik ben erg geïnteresseerd in kunst Estoy muy interesado por el arte
Ik ben jaloers op de auto van Carlos Me da envidia el coche de Carlos
Ik hou van uitgaan op zaterdag Me gusta salir los sábados
Daar wordt ik heel verdrietig van Esto me pone muy triste
Ik ben doodsbang Estoy muerto de miedo
Hij is heel verlegen (El) es sumamente tímido
Ik ben trots op mijn familie Estoy orgulloso de mi familia

Onderweg

Is dit de weg naar…? ¿Es ésta la carretera de …?
Hoe kom ik op de snelweg naar ….? ¿Cómo se va al autopista de …?
Waar is het dichtstbijzijnde bezinestation? ¿Dónde está la estación de servicio más cercana?
Kunt u mij vertellen hoe ik in …. kom? ¿Podría decirme cómo se va a ….?
Ik ben de weg kwijt Me he perdido
Hoe ver is het naar…? ¿Cuánto se tarde a llegar a ….?
Dat is niet ver No está lejos
Links af A la izquierda
Rechts af A la derecha
Ga recht door Todo seguido
Wat is de beste manier om daar te komen? ¿Cuál es la mejor manera para ir allá?
Hoe kan ik daar komen? ¿Cómo puedo ir allá?
Kunt u het op de kaart aanwijzen? ¿Podría señalarlo en el mapa?
Is er een trein/bus/bootverbinding naar…? ¿Hay una tren, bus, conexión de barco a…?
Ik/Wij willen onze vlucht bevestigen Quiero / Queremos confirmar el vuelo
Hoe lang doet de bus/trein/boot erover om daar te komen? ¿Cuánto tarda el bus, el tren, el barco en llegar?
Hoe lang duurt de reis? ¿Cuánto dura el viaje?
Is het ver weg? ¿Es lejos?

In het hotel

Ik heb een kamer gereserveerd He reservado una habitación
Heeft u nog kamers vrij? ¿Tienes ustedes habitaciones libres?
Voor hoeveel nachten? ¿Para cuántas noches?
Alles is vol Está todo ocupado
Met uitzicht op zee Con vistas al mar
Ik vertrek morgen om … uur Me marcho mañana a las …. ….?
Hoeveel kost de kamer? ¿Cuánto cuesta la habitación?
Is dat inclusief ontbijt? ¿Está incluido el desayuno?
Hier heeft u de sleutel van de kamer Aquí tiene la llave de la habitación
Het is op de eerste/tweede/derde verdieping. Está en la primera/segunda/tercera planta

Het restaurant

Een tafel voor twee/drie personen graag Una mesa para dos/tres personas, por favor
Ik wil graag een tafel reserveren voor vier personen ¿Puede reservarnos para una mesa para cuatro personas?
Kunnen we buiten eten? ¿Podemos comer afuera?
De kaart alstublieft La carta por favor
Wat is een typisch gerecht uit deze regio? ¿Cuál es el plato típico de la región?
Wat wilt u drinken? ¿Qué desea usted beber?
Wat voor tapas heeft u? ¿Qué tiene de tapas?
Heeft u een menu in het engels? ¿Tienen menú en inglés?
Voor ons een biertje alstublieft Para nosotros una cerveza por favor
Een glas wijn alstublieft Un vaso de vino, por favor
Rode of witte wijn? ¿Vino tinto o blanco?
Brengt u ons alstublieft een fles mineraalwater. Tráiganos una botella de agua mineral, por favor
Nog wat brood alstublieft Más pan, por favor
Wat wilt u als voorgerecht? ¿De primero qué les sirvo?
En als hoofdgerecht? ¿Y de segundo?
Wilt u een toetje of koffie? ¿Quieren postre o café?
Wat is het dagmenu? ¿Cuál es el menú del día?
We nemen het dagmenu Vamos a tomar el menú del día
De rekening graag La cuenta, por favor
Heeft het gesmaakt? ¿Les ha gustado la comida?
Het eten was heel lekker La comida estaba muy bueno

In het vliegtuig

Heeft het vliegtuig naar … vertraging? ¿Tiene retrasso el avión a ….?
Handbagage Equipaje de mano
Mag ik dit meenemen als handbagage? ¿Puedo llevar esto como equipaje de mano?
Hoeveel bagage mag ik meenemen ¿Cuánto equipaje puedo llevar?
Maakt het vliegtuig tussenlandingen ¿El avión hace escalas?
Mag ik uw instapkaart? ¿Me permite su tarjeta de embarque?
De stoelnummers bevinden zich op de bagageruimte. Los números de los asientos se hallan en el portaequipaje.
U kunt uw handbagage opbergen onder de stoel voor u of in de bagagebakken boven u. Usted puede colocar el equipaje de mano debajo de su asiento o en el portaequipaje.
Wilt u uw riem vastmaken. Abróchense el cinturón.
Plaats uw rugleuning rechtop. Coloque el respaldo de su asiento en posición vertical.
Ja, dit is uw stoel. Sí, éste es su asiento.
Van stoel veranderen? Cambiar de asiento
Wilt u een krant? ¿Quiere usted un periódico (un diario)?
Er zijn ook tijdschriften. Ik breng ze na de start También hay revistas. Se las traeré en cuanto estemos volando.

Met de trein

Ik wil graag een kaartje voor … ¿Quisiera un billete para ….?
Een retour Una ida y vuelta
Hoeveel kost een enkeltje? ¿Cuánto vale un billete de ida?
Het kost twee en twintig euro Vale veintidós euros
Van welk spoor vertrekt de trein? ¿De qué vía sale el tren?
Moeten we overstappen? ¿Tenemos que hacer transbordo?
Nee, het is een directe verbinding No, es directo.
Hoe laat vertrekt de trein naar ….?. ¿A qué hora sale el tren a …?
Moet ik een toeslag betalen? ¿Tengo que pagar suplemento?

Op de camping

Heeft u nog plaats voor een tent? ¿Tiene ustedes sitio para una tienda?
Hoeveel kost het per persoon per dag? ¿Cuánto questa por día y por persona?
Is er elektriciteit? ¿Hay aquí corriente eléctrica?
Waar zijn de douches? ¿Dónde están las duchas?
Hoe laat gaat het hek open/dicht? ¿A qué hora cierran/abren la verja?
U mag zelf uw plaats uitzoeken? Puede eligir el sitio usted mismo
Dit is uw plaatsnummer Este es el número de su emplazamiento
Kunt u ons een rustige plaats geven? ¿Nos podría dar un sitio tranquilo?
Heeft u geen andere plek vrij? ¿No tiene otro sitio libre?
Er is hier veel zon/schaduw Hay mucho sol/sombra
Heeft u een vlakke plek voor de caravan ¿Tiene un sitio plano para la caravana?
Mogen we de auto bij de tent parkeren? ¿Podemos aparcar el coche junto a la tienda?
Zijn er wasmachines? ¿Hay lavadoras?

Gezondheid

Wat zijn uw klachten? ¿Qué molestias siente?
Heb je veel pijn? ¿Tienes mucho dolor?
Waar heb je pijn? ¿Qué te duele?
Hoe voel je je? ¿Como te encuentras?
Ik voel me goed. Dank je Me encuentro bien. Gracias
Hij is zo gezond als een vis (in het Spaans appel) (El) está sano como una manzana
Ik voel me slecht Me encuentro mal
Ik ben ziek (Yo) estoy enfermo
Ik ben verkouden Me he resfriado
Ik ben misselijk Me dan náuseas
Ik moet overgeven Tengo ganas de vomitar
Ik ben duizelig Tengo mareos
Ik heb koorts Tengo fiebre
Ik heb hoofdpijn Tengo dolor de cabeza
Dat gaat wel weer over Es algo pasajero
Het is niets ernstigs No es nada grave
Hij moet geopereerd worden Vamos a tener que operarlo
By |2018-07-03T11:39:32+00:00maart 12th, 2018|Categories: Blog, Spaans Leren|Tags: , , , , |0 Comments

About the Author:

Actief binnen een redactioneel en journalistiek netwerk heb ik Tenerife kunnen binden in mijn geschrijf. Het eiland waarop ik reeds decennia lang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van talloze artikels die door Marc Engels worden geredigeerd. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het bindmiddel is. Wat daar uit vloeit wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet, ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

Leave A Comment