You are here:---SPAANSE LES 12 GEKKE DINGEN

SPAANSE LES 12 GEKKE DINGEN

Wie een nieuwe taal leert zal het ongetwijfeld reeds hebben opgemerkt. Zowel de woordenschat als de grammatica zijn belangrijke factoren en daarin schuilen er soms spreekwoordelijke addertjes onder het gras die dwingen tot het veelvuldig memoriseren.
Ook in het Spaans is dit zo. Ik leg het uit met een voorbeeld.

Een bijvoeglijk naamwoord komt altijd overeen met het zelfstandig naamwoord in geslacht en in getal. Zo lezen we los perros negros – un perro negro en las casas blancas – una casa blanca.
We kunnen ook nog andere voorbeelden geven waaronder sommige de lachspieren zullen activeren.
El hilguero ha puesto un hueve. De distelvink, die in het Spaans mannelijk is, heeft een ei gelegd. Désde ahora se llama una hembra. Dan pas wordt het vogeltje een vrouwtje genoemd.
¿Ves las dos tortugas haciéndose el amor? Zag je de twee schildpadden de liefde bedrijven? Een ervan zal wel een mannetje geweest zijn. Alhoewel, je weet nooit!

En hier begint de Spaanse les over mannelijke en vrouwelijke woorden en hun lidwoorden.

1. De algemene regel is -/o(s) voor mannelijke woorden, -/a(s) voor vrouwelijke. Vb. burro/burra

2. Er bestaan een aantal woorden waaraan een -/a wordt toegevoegd om het vrouwelijke zelfstandig naamwoord te verkrijgen. Vb. patrón/patrona – pastor/pastora – juez/jueza

3.Een derde soort verandert al helemaal niet en is voor beide geslachten gelijk, enkel het lidwoord verandert. Vb. cantante – amante – trompetista – periodista – estudiante – artista – ratón – araña – poema – mariposa
Daarop is er dan weer een uitzondering voor infante/infanta en voor cliente/clienta

4. De aparte lijst met algemene uitzonderingen bestaat uit:
-o → -ina: gallo/gallina
-o → -isa: diácono/diaconisa
-ø → -na: rey/reina – jabalí/jabalina
-ø → -sa: conde/condesa – duque/duquesa – alcalde/alcaldesa – tigre/tigresa
-ø → -esa: abad/abadesa – juglar/juglaresa – barón/baronesa
-ø → -isa: histrión/histrionisa
-e → -ina: héroe/heroína
-e → -isa: sacerdote/sacerdotisa
-e → -a: monje/monja – jefe/jefa
-a → -esa: guarda/guardesa
-a → -isa: poeta/poetisa – profeta/profetisa – papa/papisa
-or → -riz: actor/actriz

5. Met daarenboven nog een aantal uitzonderingen zoals emperador/emperadriz – príncipe/princesa – donce/doncella

6. Er bestaan twee verschillende woorden voor de mannelijke en voor de vrouwelijke vorm.
hombre/mujer – yerno/nuera – padre/madre – marido/mujer (esposa) – papá /mamá – caballo/yegua – toro/vaca – macho/hembra – carnero/oveja.

Ik heb met opzet de Nederlandse vertaling van de zelfstandige naamwoorden in het Spaans er niet bijgezet. De opdracht of het huiswerk bestaat erin de woorden die je niet begrijpt zelf op te zoeken in een woordenboek.
Succes.

By |2018-07-03T13:06:14+00:00februari 24th, 2018|Categories: Blog, Spaans Leren|Tags: , , , , |0 Comments

About the Author:

Actief binnen een redactioneel en journalistiek netwerk heb ik Tenerife kunnen binden in mijn geschrijf. Het eiland waarop ik reeds decennia lang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van talloze artikels die door Marc Engels worden geredigeerd. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het bindmiddel is. Wat daar uit vloeit wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet, ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

Leave A Comment