dinsdag, juni 28, 2022
spot_img
HomeBlogSpaans LerenSPAANSE LES 10 - MUCHOS VERBOS

SPAANSE LES 10 – MUCHOS VERBOS

Werkwoorden leren is niet altijd het meest populaire item binnen een nieuwe taal maar ze zijn wel heel belangrijk in elke zin. Niet alleen de vervoegingen op zich zijn een moeilijke kraker, soms hebben Spaanse werkwoorden verschillende mogelijke vertalingen.
In deze les bekijken wij een aantal Nederlandse betekenissen van de meest gebruikte Spaanse werkwoorden.

Het heeft geen zin om werkwoorden te leren die zelden gebruikt worden indien je pas aan het studeren bent gegaan. De 50 meest gebruikte werkwoorden komen vaker voor dan honderden andere die in mindere mate gebruikt worden.
Voor alle duidelijkheid, deze les handelt niet over vervoegingen maar over de mogelijke vertalingen van het werkwoord.

Tener → hebben, houden, bezitten, beschikken over, in eigendom hebben, vasthouden, wijzen op, bewaren, behoeden, passen, op, hoeden, bijhouden.

Abrir → openen, ontgrendelen, aanbreken, inleiden, ontsluiten, toegankelijk maken, aansnijden, ontgrendelen, omlijnen, openslaan, losmaken, omlijnen, losbreken, kraken, aanknopen.

Leer → lezen, voorlezen, doorbladeren, opnieuw lezen, overlezen, inlezen.

Aceptar → aanvaarden, accepteren, ontvangen, aannemen, krijgen, goedkeuren, adopteren, inwilligen, toestaan, zich eigen maken, in ontvangst nemen, opstrijken, voor lief nemen, zich laten gevallen.

Limpiar → schoonmaken, zuiveren, uitmesten, afvegen, poetsen, kuisen, wassen, reinigen, vegen, van zonden ontslaan, louteren, zuiveren, wissen, gladmaken.

Apagar → stoppen, afzetten, uitmaken, stilzetten, tot stilstand brengen, doven, blussen, uitdoen, begrenzen, omlijnen, uitblazen, uitademen, uitdrukken, verwoorden, uiting geven aan, vertolken, dempen van geluid, uitdoen van licht.

Llenar → vullen, bijvullen, plomberen, beslaan, ruimte innemen, volmaken, farceren, opvullen, volgooien, volgieten, bijtanken, bijschenken, volschenken, aanvullen, vollopen, bijwerken, complementeren

Aprender → leren, ervaren, vernemen, te weten komen, op de hoogte gesteld worden, onderwijzen, aanleren, bijbrengen, instrueren, scholen, eigen maken, vernemen, te horen krijgen, kennis opdoen, iets leren, verwerven, onderwijzen, iets toekennen.

Deze les is nog niet afgewerkt… volgende werkwoorden kun je als taak in een woordenboek opzoeken en aanvullen. Bekijk dit als een huistaak.

bailar → dansen, …
mirar → kijken, …
beber → drinken, …
nadar → zwemmen, …
caber → er in passen, …
necesitar → nodig hebben, …
caerse → vallen, …
oir → horen, …
cambiar → veranderen/wisselen, …
olvidar → vergeten, …
cancelar → opheffen/annuleren, …
organizar → organiseren, …
cantar → zingen, …
pagar → betalen, …
cerrar → sluiten, …
peinar → kammen, …
comenzar → beginnen, …
pensar → denken, …
comer → eten, …
perder → verliezen, …
comprar → kopen, …
permitir/dejar → toelaten, …
conducir → besturen, …
poder → kunnen, …
contar → tellen, …
poner → plaatsen, …
correr → rennen, …
ponerse de pie → gaan staan, …
creer → geloven, …
preguntar → vragen, …
herir → beschadigen/verwonden, …
preocuparse → zich zorgen maken, …
dar → geven, …
prestar → lenen, …
decir → zeggen, …
quejarse → klagen, …
despertar → wekken, …
querer/desear → willen/wensen, …
dibujar → tekenen, …
reparar → repareren, …
dormir → slapen, …
responder → terugschrijven, …
encender → aansteken/aan zetten, …
romper → breken/kapot maken, …
encontrar → vinden, …
saber/conocer → weten te/beheersen, …
enseñar → tonen/aanleren, …
salir/marcharse → uitrukken/vertrekken, …
entender → begrijpen, …
sentarse → gaan zitten, …
enviar → sturen, …
tener exito → succes hebben, …
escribir a máquina → typen, …
terminar → beëindigen, …
escuchar → luisteren, …
tomar → pakken/nemen, …
esperar → (ver)wachten, …
toser → hoesten, …
estudiar → studeren, …
trabajar → werken, …
explicar→ uitleggen, …
traducir → vertalen, …
firmar → ondertekenen, …
traer → (mee)brengen, …
fumar → roken, …
utilizar/usar → gebruiken, …
gastar → uitgeven/slijten, …
vender → verkopen, …
hablar → spreken, …
ver → zien, …
hacer → doen, …
viajar → reizen, …
intentar → trachten, …
vivir → wonen/leven, …
ir → gaan, …
volar → vliegen, …
jugar → spelen, …
volar → vliegen, …

Als je deze werkwoorden uit het hoofd leert dan ben je reeds een flink stuk opgeschoven.

Abonneer op onze nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van het laatste Tenerife Nieuws!
close
Abonneer op onze nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van het laatste Tenerife Nieuws!
Guy Devoshttp://www.tenerifeconnect.be
Ik heb Tenerife steeds een centrale plaats gegeven en heb het eiland binnen mijn redactioneel en journalistiek netwerk steeds kunnen binden in mijn teksten. Het eiland waarop ik reeds decennialang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van twee boeken, talloze artikels, columns en proza. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het zetmeel is. Het resultaat wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet ..., ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

- Reclame -spot_img

POPULAIR

- Reclame -spot_img

COLUMN GUY

ZOMERSE KERST OP TENERIFE

OUD EN VOL VERLANGEN

WIJ ZIJN DE PINEUT

COLUMN KIM

- Reclame -spot_img

WEETJES