You are here:---POËZIE EN PROZA

POËZIE EN PROZA

Hier staan fijnzinnige en mooi verwoorde beschrijvingen die knipogen naar Tenerife. Soms afgebroken, soms grafisch vormloos, veelal rijmend maar soms ook niet. Met een diepe betekenis hebben ze allen een relatie met dit eiland.
Elke zaterdag wordt een stukje proza of poëzie gepubliceerd dat steeds een relatie heeft met dit eiland.


FEELINGS (48)
Zachtjes kabbelt het water.
Bijna onhoorbaar, enkel ruis
en licht geklater
wijzen de golven naar huis.

Het strand ligt
vredig en verlaten,
geen lawaai, geen gegil
De oceaan houdt zich voor gelaten.

Midden maart
en reeds hoogzomer.
Eén enkel wolkje vaart,
maar vangt geen dromer.

Palmen wiegen
zachtjes in de wind.
Meeuwen vliegen
gracieus en gezwind.

Ik geniet zonder dralen
van al die mooie dingen;
van de de warme stralen
die mijn corpus binnendringen

Ik beleef een nieuwe dag
en laat het verleden achter mij.
Ik voel het aan mijn hartslag,
vandaag voel ik me blij

Lente (47)
Na een zonnige winter

voelen wij ons als een topsprinter
in de rechte lijn
naar een seizoen vol zonneschijn.

Fauna en flora ontwaken,
nachten krimpen, dagen groeien.
We moeten voortmaken,
genieten, beleven en stoeien.

Net als in een fotomoment
lopen we over het oceaanstrand.
Iedereen is content,
de lente is terug op het eiland.

Het absolute begin (46)
Ik zit, ik pit, ik luier,

met een gedachtensluier
in een lentezon
op een keiengazon.

Aan de waterlijn
klotsen de golfjes kalm en fijn
alsof ze willen zeggen;
rustig uitleggen.

En zo geschiedt,
het golfje verdwijnt in het niet.
De zon brandt hevig
en verbrandt mijn lichaam stevig.

Ik deel twee dingen evenwijdig,
ik beleef twee zaken gelijktijdig.
Water en zon,
was ooit alles waarmee het begon.

CALIMA (45)
Wind trekt aan
en brengt gestaag stof
uit het land van de Afrikaan.

Het zicht neemt af,
je adem prikkelt en stokt.
Voor de gezondheid is dit een straf.

Calima, niet mijn vriend
maar ik onderga
met tranende ogen toeziend.

 

Berg (44)
Nog voor het eiland werd geboren was er niets van te voren.

Enkel onder water leek het op een amfitheater.

Drie topjes kwamen boven om iets groots te beloven.
En vele jaren later stond er een flinke krater.

Niemand zag ooit dit gedrocht, er werd immers nooit naar gezocht.
Midden op het eiland stond deze supergigant.

Na een lange interval kwam toen de oerknal.
Enkel de wanden stonden er nog als snijtanden.

In een recordtijd werd een nieuwe berg voorbereid.
De Teide werd de afgeleide.

Hij pronkt, schittert en staat boven op het natuurreservaat
als monument en toerismeproducent.

Imperiaal als een totempaal
en als kraakpand van dit wondermooie eiland.

KUSTLIJN (43)
Strand, 
land van zand.
Golfgeluiden
kruiden het zuiden.
Meeuwen schreeuwen,
zonnebaders geeuwen.
De zon
overwon.
Rood verbrand,
de lente is op het eiland …

SIERLIJK (42)
Meeuwen

scheren en schreeuwen.
Drijven op de lucht
in zwevende vlucht.

Dalen zacht
en wel doordacht
en strijken neer
in een sfeer
van vroeg lenteweer.

ONSTABIEL EN NAT (41)
Na een lange hete zomer
zijn donkere wolken en regen

een nieuwkomer
en bovenal een zegen.

De natuur geniet
als een regenwoudgebied.
De toerist is verdrietig 
en voelt zich nietig.
Opgezweepte regengolven
overspoelen de kustlijn.
Het eiland wordt bedolven
onder een gigantisch watergordijn.

ZACHT WEER (40)
Water,

geklater.
weerspiegelt
en wiebelt.
Rimpelt
en versimpelt.

Nu ga ik solozingen,
en verbloem de dingen.
Ik denk, mijn gedacht,
temperaturen werden zacht
vooral in de voorbije nacht !!


SUPERMAAN (39)

Opgestaan
in een aardbaan.

Hel en fel,
zo is je gestel.
Vol en bol,
in een glansrol.
Rond en bloot,
je bent mijn kleinood
in het groot

SNEEUW (38)
Teide sneeuw,
wit maagdelijk kleed,
ik hoor geschreeuw…

Een angstkreet
van toeristen
en idealisten
die niet houden van
een sneeuwman.

Als een hoefsmid
kijkt hij naar zijn doelwit
en doet zijn wensen
aan alle zonnemensen.

WINTER (37)

 Tenerife in de winter,
is een topsprinter
in drie disciplines:
warme zonnevitamines,
frisse windturbines
en net geen sneeuwlawines.

 

BARRANCOWANDELING (36)
Ik wandel, niets is recht of plat, alles lijkt wankel.

Door dal of vallei, de barranco in, dit is voor mij een nieuw begin.
Hier en daar, wat water en klaar.
Veel geklim, veel geklauter, dat wist ik vanaf het begin.
Ik spring en ontwijk lenig iedere opening.
Ik zen, misschien is het Yi of Yen.

Ik klim, ik bemin.
De ruwe natuur, ik geniet, ik tuur.
Onontgonnen juweel, je lijkt op een drakenkasteel.
Ik moet eromheen, rond het obstakel, 
Soms lijkt dit op een half mirakel

Geen overzicht, geen eind, ik blijf overeind.
bijna overmoedig, als een echte deugeniet. Ik geniet.
Tekort aan tijd, ik benijd.
Niet naar links, niet naar rechts, maar averechts.
Terug naar het begin van deze wandeling

DRIE WIJZEN (35)
Driekoningen,
een feest voor kinderen.
ze zingen bij de woningen,
doen toehoorders zinderen.

Ze worden pas stil
als er lekkers wordt toegestopt.
Dan hoor je zacht gegil
en wordt er bij een ander aangeklopt.

En dan wordt weer gezongen,
met luide stem
wordt er snoep afgedwongen
voor het kindje uit Bethlehem

NIEUWJAARSWENSEN (34)
Gelukkig nieuw jaar allemaal

niet abnormaal, deze wens in je moedertaal.

Buiten knallen,
vuurwerkballen.
Lichtflitsen maken dit prille jaar
reeds zonneklaar.

Passaat verplaatst de pluimen,
terwijl de mensen duimen
op een gezond leven
met geluk verweven.

TUSSEN KERST EN NIEUWJAAR (33)
Kerst en Eindejaar
hebben hetzelfde geboortejaar.
Winter en koude
kennen elkaar als aloude.

Regen en wind
komen ook nog aangesprint.
Met de calima er bij
zijn wij heus niet blij.

Sneeuw op de Teide
is een afgeleide.
En nu maar hopen
dat we de zon niet mislopen.

KERSTWENS (32)
Een heugelijke feit

en feesttijd voor elke leeftijd.
In dit werelddeel is deze gebeurtenis
het kroonjuweel van het jaaronderdeel.
Mijn erfenis:
“Het ga je goed
en veel geluk in overvloed”
heeft met Kerst een diepe betekenis.

STERRENSTREPEN (31)
Sterrenregen,

ogen bewegen.

Fel streeplicht,
hemel verlicht.

Mensen 
wensen
snel en anoniem…
de reden is en blijft intiem.

 BESCHRIJVEND (30)
Klimaat, regelmaat.
Eiland, geen vasteland.
Natuur, puur.
Gastronomie, alchemie.
Traditie, koppositie.
Levenskwaliteit, realiteit.
Topografie, magie.
Tenerife beter? Neen allesweter.
Tenerife anders? Ja tegenstanders.

WOLKENDROOM (29)
Slierten hoog

kriskras,
kleuren regenboog
slaapgas.
Wolkenstromen
om te dromen.
Dag uitgeblust,
nu avondrust.
Morgen wacht, goede nacht.

 

RESIDENTE (28)
Winter en zweet,

nauwelijks gekleed.
Zonne dag, zonne lacht
Kille nacht,
mijn gedacht.
Om welk seizoen
is het hier te doen?
De eeuwige lente
is hier prominente residente.

WOLKEN (27)
Zon gesluierd, schaduw aanwezig,

Toerist kuiert, straling afwezig.
Kleuren en tinten, wit, grijs en zwart,
glijden als dreigende linten en verdoezelen het zonnehart.

Vocht en condens zijn prominent aanwezig
en maken de reizende medemens, afkerig pezig.
Schaduw en wolken, bevlekken,
en bevolken alle reisplekken.
Gelukkig is dit van korte duur en krijgen wij opnieuw het zonnevuur.

BESCHRIJVEND (26)
Tenerife(e), land in zee.
Berg, supergrote dwerg. 

Klimaat, zonder plagiaat.
Kust, verleidende lust.

Vulkanen als onderdanen.
Overal, berg en dal. 

Oceaan, unieke waterpretbaan.
Stranden als kraakpanden.

Eiland, geen spijtoptant.
Subtropisch en gewoon fantastisch.

 

EMOTIE (25)
Lach of traan
mooi, ik laat je begaan.

De lach staat je goed,
en werkt op het gemoed
als vakantiegroet.

Pas later tanen
de tranen
uit heimwee
naar Tenerife(e)

 

ZON (24)
Zon, heelalbaron.

Stralen dalen,
huid uitgebuit.

Gezondheid, afscheid
Straling, maling
Vel, vrij spel

Conclusie, huiderosie
Smeren, programmeren.

 

REGENBOOG (23)

Magische boog, huizenhoog.

Zeven kleuren
krijgen het goedkeuren
van de strandtoerist
die niets betwist.

Mooi en op afstand
liggend op het strand
kijkt hij weltevree
naar deze zegefee.

OCHTENDSTOND (22) 

De zon roodomrand,
het eiland langzaam opgewarmd

De laatste nachtrestanten
lanterfanten

Goeiemorgen heldere dag,
slaap zacht donkere nacht

Dit moment schenkt mij levenskracht

VOLLE MAAN (21)

Even stilstaan
en denken 
aan de wenken
van moeder maan.

Heerlijk schijnend,
en zeker niet schrijnend.
Het witte licht
is op de mensheid gericht.

De oceaan blinkt, 
helemaal helder geschminkt
zodat jij er bij wegzinkt
en er helemaal in verdrinkt.

HERFST (20)

Herfst …
Net begonnen,
dit heb ik niet verzonnen.

Dag en nacht
gelijk volbracht,
al jaren lang,
sinds aanvang.

Zonnewende, equinox,
geen paradox
maar zwanenzang.

 

RUST GERUST (19)

Rust …
activeert werklust,
Rust …
brengt animo aan de kust,
Rust …
brengt levenslust,
Rust … 
is een must
voor de nachtrust,
Rust… gerust,
lieve oceaankust.


METEO (18)

Weerbericht… 
wat heb je aangericht?
Onzekerheid

voor de mensheid, 
of nattigheid voorbereid.

Kom je aandraven 

of angst aanjagen,
dan gaan wij deze herfstdagen
ons steevast beklagen.

Gelukkig 
is de zomer nukkig,
de herfst lenterig
en de winter een ophaalbrug.

Weerbericht,
we kunnen je missen.
Het weer dat klaar ligt
is enkel dit gedicht

 

 

WENS (17)
Zon,
warmtebron.
Zonnestraal,
kolossaal.
Gloei, lichtboei.
Vitamine, nectarine,
en mooi in magazine.
Steeds de vakantiewens
van ieder mens.

 
REGEN (16)

Glinstert, schittert
en glibbert.
Beken vol,
barrancos bol.
Zwellen aan
als een autobaan
en spuwen
met brute macht,
hun waterkracht,
als een bruine orkaan
in een blauwe oceaan.

 
WIND (15)
Wind,
vloeit gezwind.
Palmen waaien, 
laurieren zwaaien
Boomheide ruist
en struikgewas bruist.
Je hebt ons in je macht;
onzichtbare kracht.
Oost bloost,
west niet best.
Zonder gevoel
blaast hij koel.
Ik heb je steeds bemind,
jij, mijn wonderkind.
 
LENTICULARIS (14)

Berg.
geen dwerg,

maar statig groot
en zwaar gepoot.
Hoedje op, hoedje af
is de meteo-maatstaf.
Overtocht
van wind en vocht.
Resultaat
van een thermo staat.
Mooi om te zien,
straks opnieuw… misschien!
 

 
  
WATERSPIEGEL (13)
Water weerspiegelt,
rimpelt en wiebelt.
Rein en klaar, 
in dit jubeljaar.
Nu ga ik solozingen,
en verbloem de dingen,
want morgen
zal mij wensen bezorgen.
Een speciale dag, mijn gedacht,
een dag vol met pracht.

 
 
 
 
WOLKJES (12)
Bewolkt.
Schaapjeslucht
met dauw bevolkt
maar onbevrucht.
Niet zwanger,
geen vocht.
Geen regenvanger
gekocht.
Obstructie,
ik wil je nie.
Laat je waaien
alleen de zon wil ik aaien.

 
PALMBOMEN (11)
Palmera Canaria,
insomnia.
Exotische haartooi,
wondermooi.
Ananasbast,
grote gast.
Siert,
gespierd
en dominant
het hele eiland.
Chicharrero,
eres mi amigo.

 
 
 
 
BERG (10)
Teide, 
hoog opgeschoten,

geen alpenweide,
uitgesloten.
Majestueus en ambitieus,
vooral flink en statig.
IJsreus,
niets kunstmatig.
Tepelreus,

altijd staand, mysterieus
en zelden verwaand.
Door ieder herkend,
door allen erkend.
 
 
 
 
ZAND (9)
Zand,
briljant strand,
Geen schaduwkant,
wel zonnebrand.
Imposante surveillant
van het lavaland.
Hoge zonnestand,
bruingebrand.
Wonderland, die zeekant.
De mooiste band
van een lente-eiland.
 
 
ZEILBOOT (8)
Zeilboot glijdt,
net geen spiegel.
Water splijt,
schommel en wiegel.
Zomertijd.
De mast schuift
langs het vensterraam
en wordt weggewuifd
door een heldere maan.
De oceaan blinkt,
de maan zinkt
en ik kan niet verhinderen
dat het verder blijft zinderen.
 
 
 

WOLKEN (7)

Wolkje,
raar volkje.
wit, grijs, zwart,
soort apart.
Kleur verdwijnt,
vocht verschijnt.
Aarde herademt,
natuur content
mens ontstemd.
 
 
 

WATERMASSA (6)
Groot water

langzaam deinend,
zacht geklater,
helder doorschijnend.
Kabbelend
en transparant,
sprankelend
en intrigant.
Jij bezorgt mij vooral geen hartstilstand.
 
 
 

ROLLEBOLLEN (5)
De oceaan blinkt, het water klotst.
Eén golfje springt, een ander botst.
Net als kinderen,
die zonder elkaar te hinderen,
losbollig en gezwind 
rollen in een zuchtje wind.
Dat rustig schouwspel is mijn reisgezel
die mijn gedachtengang
omzet in een zwanenzang.
Dit fascinerend wonder
brengt rust en geen gedonder.
Het wonderkind maakt mij blijgezind.
 
 
 
 

HET LICHT GAAT UIT (4)

Moe,
ik leg me goe.
Warm binnen, 
beter buiten beminnen.
Ik sluit mij af,
ben bekaf.
Ik doe
mijn ogen toe.
Ik los op in de nacht
en verlies alle kracht.
Alles deint,
alles verdwijnt.
Het licht gaat uit.
Uitgefluit.

RUST (3)

Te warm, te zwoel,
zwevend gevoel.
Ontluikend zomerseizoen,
zalig niets doen.
Kalmte, de onzichtbare kracht,
brengt je lichaam in rust.
ik zeg je goede nacht,
ik ga slapen
aan de kust.

GOEDE NACHT (2)
Zon verdwijnt,
maan verschijnt.

Wind valt neer,
palmen roeren niet meer.
Oceaan afgemat,
strand afgeplat.
Alles wordt moe,
ook de mens, zonder taboe.
Rust dwingt zacht,
tot morgen,
goede nacht.

 

 

SLAAP ZACHT (1)
Het donkert,
zeebries ingemaakt,
landwind ontwaakt.
Sterren glinsteren,
golfjes twitteren.
De maan lacht
en brengt een warme nacht,
slaap lekker, slaap zacht.
Vooral zonder zorgen…
tot morgen!

 

By | 2018-04-21T09:26:41+00:00 april 21st, 2018|Categories: Blog, Weetjes|Tags: , , , |0 Comments

About the Author:

Actief binnen een redactioneel en journalistiek netwerk heb ik Tenerife kunnen binden in mijn geschrijf. Het eiland waarop ik reeds decennia lang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van talloze artikels die door Marc Engels worden geredigeerd. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het bindmiddel is. Wat daar uit vloeit wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet, ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

Leave A Comment