Ze kunnen akelig krijsen en leven ‘s nachts. Je hoort ze wel maar ziet ze niet, vandaar dat de vreemdste verhalen opduiken. Veel toehoorders fantaseren er maar op los, van papegaaien over dolfijnen tot vleermuizen passeren de imaginaire revue.

De waarheid is dat je het ‘gezang’ hoort van een forse pijlstormvogel met de welluidende naam Calonectris borealis. Vertaald klinkt het ‘Kuhls pijlstormvogel’, een soort van de familie die nog zwaarder, groter en breder is dan zijn neef, de Grote pijlstormvogel. Met een lengte van een halve meter en een vleugelspanwijdte tot 1,50 meter is onze nachtmeeuw een echte vliegkunstenaar. 

Ieder jaar, in de late herfst, probeert een nieuwe generatie pijlstormvogels het eiland te verkennen vooraleer de grote trektocht naar het noorden aan te vangen. Deze jonge vliegers hebben helemaal geen ervaring en komen wel eens in een benarde situatie terecht. Dan zijn ze afhankelijk van mensenhanden. Ben je getuige van een onfortuinlijke pardela, dan kun je twee dingen doen.
Plaats de zeevogel in een gesloten kartonnen doos voorzien van ventilatieopeningen en bel de Policía Local. Of beter, het gaat vooral sneller als je karton en vogel zelf op het politiekantoor deponeert van de gemeente waar je resideert.
De politie zal er dan voor zorgen dat de vogels worden overgedragen aan de bevoegd dierenopvangcentrum. In Arona verblijven er ongeveer 700 van deze luidruchtige zeemeeuwen, 30.000 exemplaren vertoeven op en rond de Canarische archipel.
Vooral opletten als je een pijlstormvogel benadert, als ze uithalen kun je er lelijke snijwonden aan overhouden. Geef hen ook geen water of voedsel.

De pijlstormvogel op Tenerife is gemakkelijk te herkennen: hij zweeft en vliegt langzaam, heeft een grote gele snavel en overwegend witte onderkant van de vleugels. Hij eet vis, garnalen, inktvis en kwallen en is ook vaak te zien achter vissersboten om het afval op het wateroppervlak op te eisen. Eigenaardig is dat de luide, klagelijke geluiden op de oceaan niet te horen zijn. Enkel aan land en in de broedgebieden hoor je dit afgrijselijke gekrijs. De Kuhls pijlstormvogel nestelt tussen de rotsen vlakbij zee en broedt op dat ene ei tussen maart en juli. 

Er zijn twee ondersoorten bekend; een die voorkomt in het Middellandse Zeegebied, de Calonectris diomedea ofte Scopoli’s pijlstormvogel en eentje die rond de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden rondfladdert, de Calonectris diomedea borealis ofte Cory’s pijlstormvogel.

Het algemene beeld is duidelijk: ’s morgens in alle vroegte komen Kuhls pijlstormvogels in relatief geringe aantallen uit het noorden om te gaan foerageren in de wateren voor de zuidwestkust van Tenerife, ongeveer op 1 tot 3 km uit de kust bij Los Cristianos. De aanwezigheid van tuimelaars (dolfijnen) in dit gebied kan wellicht worden gezien als indicatie van de voedselrijkdom van dit stuk zee worden gezien.
Midden op de dag beperken de pijlstormvogels hun vliegbewegingen tot het minimum en vaak zijn dan grote groepen te zien, rustend op het water. Vanaf de kust wordt dan slechts een enkeling waargenomen.
Tegen het eind van de dag komen de vogels echter ineens massaal in beweging, waarbij overwegend noordwaarts wordt gevlogen. Het lijkt erop dat deze bewegingen langs de kusten van zowel Tenerife als La Gomera worden geconcentreerd; boven de oceaan, tussen beide eilanden in is de overheersende vliegrichting noordwaarts maar blijven de aantallen geringer.

De Canarische Eilanden herbergen een belangrijke broedpopulatie van de Kuhls pijlstormvogel. Recente tellingen hebben uitgewezen dat ze op alle eilanden broeden, meestal dichtbij de kusten, maar ook soms tot 5 kilometer het binnenland invliegen. Het gaat hierbij om meer dan 30.000 broedparen waarvan er zich 7.500 tot 10.000 paren bevinden op het eilandje Alegranza in het uiterste noordoosten van de archipel.
De broedtijd van de Kuhls pijlstormvogel op de Atlantische eilanden vangt pas aan vanaf eind mei tot einde juni. Zowel op La Gomera als op Tenerife bevinden de dichtstbijzijnde broedkolonies zich vooral ten noorden van de genoemde foerageergronden. 

Het is dus niet onwaarschijnlijk dat je op Tenerife ooit getuige bent van deze sierlijke zwever. De langdurige, vervelend krijsende en klagende meeuwachtige geluiden moet je er dan wel bij nemen.