Soms zoek je naar een trekpleister om een daguitstap te organiseren. Je hebt er reeds een aantal ondernomen maar ondervond dat veel van deze toeristische locaties heel druk bezocht worden en je wilt het voor één keer iets rustiger aan doen. Misschien is het Palmetum wel wat je zoekt.

Het Palmetum in Santa Cruz is een 12 hectare grote botanische tuin waar een grote palmboomfamilie tentoon staat; een enig en uniek project waarbij een stortplaats omgetoverd werd tot een botanische floratuin. In deze realisatie hebben verschillende wereldbefaamde organisaties en dito instituten meegewerkt om het park de grootste verzameling eilandpalmbomen ter wereld te geven.

De slogan ¡Palmetum Tenerife te gustará! kwam er niet door een toeval. Het park werd geopend voor het publiek in 2014 na een opmerkelijke geschiedenis, die de aanleiding, de oorzaak en de motivatie verhaalt van de 20 jaar die deze opening voorafgingen.
Het begon allemaal begin de jaren ’70, toen een afvalberg te hoog werd en er voor dit stukje grond een andere bestemming werd gezocht. Het stort sloot haar deuren officieel in 1983, de stortberg was toen reeds 40 meter hoog en verspreidde stank en stofdeeltjes door de wijde omgeving.
Niet gezond, dus!!

Een volledige renovatie en een herindeling van het gebied drong zich op op het moment dat het auditorium werd ingepland. Het idee om er een palmboomoverzicht te creëren werd begin de jaren ’90 bedacht door ingenieur-agronoom Manuel Caballero.

Rond 1995-’96 werd het idee een ontwerp en daarna een € 4 miljoen kostende realisatie. Niet alleen de aanleg van de botanische tuin kostte veel geld, ook het verwijderen, het neutraliseren en het saneren van de stortgrond heeft heel wat van het budget opgesoupeerd. Zo werd een ontgassingsinstallatie geplaatst om de gassen van de fermenterende ondergrond op te vangen.

Ondertussen werden door ir. Caballero en zijn team de voorbereidingen getroffen om een complete verzameling palmbomen aan te leggen. Niet zomaar een verzameling palmbomen maar uitsluitend exemplaren die op eilanden groeiden zouden worden tentoongesteld.
Tussen 1997 en 1999 worden het octogonaal museum, het palmmuseum, de kunstmatige rivieren en meertjes, de watervallen en technische accommodaties gebouwd. Het museumpark krijgt vorm en kleur. Aan de beplanting wordt grote zorg besteed want palmbomen uit Nieuw Guinea, Borneo en de Filipijnen konden niet omzoomd worden met Zuid-Europese grassen. Dus, ook daaraan werd aandacht besteed.

Soorten als Roystonea, Sabal, Cocos, Elaeis en Acoelorraphe worden aangevoerd en geplant, samen met meer dan honderd andere middelgrote palmsoorten. De verzameling groeit en wordt compleet. Niet zonder tegenslagen, want er zijn een aantal bomen die het transport en de verplanting niet overleven. Het duurt nog jaren vooraleer alle gewenste soorten verder kunnen leven in het Palmetum. Uiteindelijk staan er meer dan 400 soorten palmbomen te kijk. Een unicum.

Tussen 2000 en 2006 is het wachten. Niet letterlijk weliswaar want deze wachtjaren zijn nodig voor de integratie, de verdere groei en om het onderhoud van de bomen en van de gewassen te stimuleren. In deze periode wordt het park verder aangeplant met de Baobab, de Araucaria, mangroven en de Dictyocaryum lamarckianum of dikkebuikpalm.

Ondertussen krijgt het park reeds gespecialiseerde bezoekers over de vloer: op het einde van 2004 komt de Franse groep Fous de Palmiers op officieel bezoek en zij ervaren de quasi volledig afgewerkte site. De groep is onder de indruk.

Tussen 2007 en 2009 worden nog meer verfraaiingswerken uitgevoerd aan het museumpark, voornamelijk op de locatie van de vroegere stortplaats, die op dit moment reeds voor de helft is aangeplant, maar waar de overheid nog altijd de methaangassen opvangt.
In 2010 beginnen de uiteindelijke werken die het totaalplaatje moeten strelen; wandelwegen worden aangelegd en geasfalteerd, nutsvoorzieningen afgewerkt, elektriciteit en verlichting geoptimaliseerd, sanitair en tuinmeubilair geplaatst, informatiebrochures gedrukt, en vooral, een herkenningspunt gebouwd die bestaat uit een brug en een toren.
In oktober 2011 zijn alle werken uitgevoerd en kan er een selecte vooropening doorgaan waar heel wat personaliteiten en beroemde persoonlijkheden uit de botanische wereld aan deelnemen. Twee jaar later, wij zeggen en schrijven in de herfst van 2013, wordt het Palmetum voor de eerste keer opengesteld voor een ‘klein’ publiek. Meer dan 2000 stedelingen bezoeken het nog onbekende palmmuseum waar alle flora, bomen en struiken in relatie staan met de palmboom.

Uiteindelijk, na 18 jaar van denken, plannen, bouwen en cultiveren, wordt op 28 januari 2014 het Palmetum officieel geopend in aanwezigheid van de prinsen Don Felipe en Doña Letizia, nu Koning en Koningin van Spanje.

De collectie is compleet. Er staan palmbomen uit Afrika, Azië, Australië, Centraal-Azië, Midden-Amerika, Madagascar, Hawaï, Nieuw-Caledonië, Melanesië, de Mascarenen en uiteraard ook uit de Canarische archipel.

Het park is nu open voor het grote publiek. De ingangsprijzen worden als volgt onderverdeeld. – Volwassenen: € 6,00 (resident: € 3,00) – Kinderen: € 2,80 (resident: 1,50) – Resident +65 jaar: € 1,50 – Kinderen < 2 jaar: gratis
Openingsuren: elke dan (inclusief zon- en feestdagen) van 1 januari tot 1 oktober van 10.00 tot 19.00 uur (inkom open tot 18.00 uur) van 1 oktober tot 1 juni van 10.00 tot 18.00 uur (inkom open tot 17.00 uur)

Meer informatie staat er op de website in het Spaans, het Engels en het Russisch.