Zelfs al haal ik de honderd, ik vertik het om Tenerife als een gedoodverfd eiland te beschouwen. Ik sta momenteel op 67% van mijn beoogde leeftijd en had reeds meer dan de helft van deze periode het geluk om mijn liefde te verklaren aan een schitterend subtropisch eiland.

Ik voel soms aan reacties van anderen dat ik ouder word. Ik zei onlangs dat ik nog les heb gehad van Gilbert Staepelaere, pianoles van François Glorieux, saxofoon en klarinet heb leren spelen door Norbert Goddaer, ja, vader van Piet en dat ik close was met Gilbert Bécaud en Raymond Devos (geen familie), waardoor de ogen van mijn veel jongere aanhoorders glazig werden en hun breinen op hol leken te slaan. Ik deed er nog een schepje bovenop door te zeggen dat ik ooit zwart-wit-tv keek en zag hoe Koning Boudewijn huwde met Koningin Fabiola. Jawel, zo oud ben ik al. Ik ben opgegroeid met Briek Schotte, met tante Terry en nonkel Bob, en met de muis van Thomas Pips.
Neen, dit heeft niets met Tenerife te maken en onze Nederlandse lezers zullen hieraan ook geen boodschap hebben, tenzij ik zeg dat ik voor het eerst op twee benen liep in het jaar van de grote overstroming. Sommige dingen worden te oud.

Ik wist toen bijlange nog niet waar Tenerife lag. Later wel; voor het eerst in de aardrijkskundeles aangestipt door een docent die blijkbaar de Canarische Eilanden als favoriete archipel had verzwolgen. Was hij mijn voorganger? Misschien wel, hij had het iedere keer over de subtropische eilanden zonder de aanwezigheid van het internet. Van sociale media, Google Maps en You Tube was er immers nog geen sprake.
De microbe heb ik zeker van hem te pakken. Werd ik toen reeds besmet met Tenerifitis? Ik was er nog nooit geweest.

Later toen een collega in de jaren ’80 van de vorige eeuw een appartement kocht in Los Cristianos en ik er voor de eerste keer echt naar toe mocht, had ik het zweten en werd ik helemaal besmet met de plaatselijke bacterie. De jaren nadien verandert er een en ander in mijn body and soul … Ik slikte elk jaar een beetje meer Tenerife in. Tegen de tijd dat er een leesbrilletje op mijn neus stond had ik het helemaal ingeslikt. Tenerife zit er helemaal in en het heeft mij nooit meer losgelaten.

Wat ben jij een gelukkig man, zeggen anderen, maar ze weten niet dat ik nog een bucket list heb. Ik heb nog een resem dingen te doen, ik moet nog anticiperen op dingen die ik wil meemaken vooraleer ik volledig verdwijn. Vooraleer ik honderd word.

Ik heb geen motor meer, ik vlieg niet meer zelf, doe niet meer aan speleologie en heb de duikfles laten leeglopen. Ook de autosport heb ik vaarwel gezegd, geen rally’s en slaloms meer. Nu doe ik zoals veel mensen van mijn leeftijd: zwemmen en wandelen. Soms. Dat doe ik in Tenerife.

Eigenlijk weet ik niet of ik honderd wil worden; mijn grootste angst was ouder worden in saaiheid maar dat saai gegeven vind ik hier in Tenerife niet, en dat is beter dan zitten wachten tot er iets engs gebeurt.
Ik ben niet bang om dood te gaan, ik ben enkel bang om niet genoeg geleefd te hebben. Daarom ga ik misschien dingen doen die niet meer bij mijn leeftijd passen om op deze manier de gaten in mijn wenslijst helemaal op te vullen.

Ik voeg het meteen toe aan mijn bucket list … domme dingen doen. Ik ben ervan overtuigd dat het mij jong zal houden. Of dat verstandig is, is een andere vraag.
Ik wil parapenten, bergbeklimmen, grotten onderzoeken, quadrijden, motorcrossen. Ik wil de salto del pastor beoefenen. Deze sporten lijken mij fysiek minder belastend dan een of andere contactsport. Daarenboven heb ik geen postuur om in de ring van de Lucha Canaria te staan.

Nog meer bewegen zou mij goed doen. Nu kan ik de kilo’s er moeilijk van afhouden en het eten is hier zo lekker. Oh my God … Gelukkig bestaat er op het eiland een overaanbod aan grote-maten-hemden om de overtollige kilo’s weg te stoppen; zo te zien ben ik hier niet de enige met een overschotprobleem.

Ik wil niet meer terugkeren naar de tijd van ‘The Beatles’ en ‘The Rolling Stones’; toen kende ik Tenerife nog niet. Ik begon pas te leven midden de jaren ’80 toen ik voor het eerst fysiek contact kreeg met het grootste der Canarische Eilanden.

Het stopt niet. Ik wil nog meer leven, ik wil nog meer genieten, ik wil nog meer profiteren van de zon, de zee en de traditionele gebruiken.  Honderd jaar worden is mijn ding. Dan kan ik nog een tijdlang doorgaan met een leven die ik reeds voor het grootste deel heb opgebruikt.