Zelfs al haal ik de honderd, ik vertik het om Tenerife als mijn gedoodverfde eiland te beschouwen. Ik sta momenteel op 67% van de beoogde leeftijd en van deze periode had ik reeds vijftig procent tijd om mij te verzoenen met een schitterend subtropisch eiland.

Ik voel soms aan reacties van anderen dat ik ouder word. Raar hoor …
Ik zei onlangs dat ik nog les heb gehad van Gilbert Staepelaere en dat ik mijn motorhome nog verhuurd heb aan Gilbert Bécaud en mijn aanhoorders hoorden het precies donderen in Keulen, hun ogen werden glazig, hun breinen hol. Ik deed er nog een schepje op en zei dat ik ooit zwartwit-tv keek en zag hoe Koning Boudewijn huwde met Koningin Fabiola. Jawel, zo oud ben ik al. Ik ben opgegroeid met Briek Schotte, tante Terry en nonkel Bob om Disten Pulle niet te vergeten. Neen, dit heeft niets met Tenerife te maken en onze Nederlandse lezers zullen hieraan ook geen boodschap hebben, tenzij ik zeg dat ik voor het eerst op twee benen liep in het jaar van de grote overstroming. Sommige dingen worden te oud.

Ik wist toen bijlange nog niet waar Tenerife lag. Later wel; eerst in de aardrijkskundeles met een docent die blijkbaar de Canarische Eilanden als favoriete archipel had verzwolgen. Was hij mijn voorganger? Neen, dat niet. Er was toen nog geen internet, geen sociale media, geen Google maps en geen You Tube, maar toch had hij het iedere keer over de subtropische eilanden. De microbe heb ik van hem te pakken. Je weet wel, Tenerifitis, en ik was er nog nooit geweest.

Later, toen een collega in de jaren ’80 van de vorige eeuw een appartement kocht in Los Cristianos en ik er ook voor de eerste keer echt naar toe mocht had ik het zweten; besmet met het echte virus. En de jaren nadien verandert er een en ander in mijn soul and body … ik slik ieder jaar een beetje Tenerife in. Tegen de tijd er een leesbrilletje op mijn neus staat heb ik het helemaal ingezwolgen. Vanaf dat moment zat het er helemaal in en heeft het mij nooit meer losgelaten; vandaag zit er een screensaver in mijn brein met altijd schitterende beelden van Tenerife.

Wat ben jij een gelukkig man, zeggen anderen, maar wat ze niet weten is dat ik nog een bucket list in petto heb. Ik heb nog een resem dingen te doen, ik moet nog anticiperen op dingen die ik wil meemaken vooraleer ik volledig verdwijn, vooraleer ik honderd word.

Ik ben niet getrouwd met Brigitte Bardot, Raquel Welch of een vrouwelijke Georges Clooney, maar kan mij in deze niche onmogelijk verbeteren. Ik heb geen motor meer, ik vlieg niet meer zelf, doe niet meer aan speleologie en heb de duikfles laten leeglopen. Nu doe ik zoals veel mensen van mijn leeftijd; zwemmen en wandelen. Soms. Dat doe ik in Tenerife.

Eigenlijk weet ik niet of ik honderd wil worden; mijn grootste angst was in saaiheid te leven, maar dat saai gegeven vind ik hier niet terug en dat is beter dan zitten wachten tot er iets eng gebeurt.

Ik ben niet bang om dood te gaan, ik ben enkel bang om niet genoeg geleefd te hebben. Misschien dat ik nu dingen ga doen die niet meer bij mijn leeftijd passen om de gaten van mijn wenslijst helemaal in te vullen.

Ik zet het meteen op mijn bucket list … domme dingen doen. Ik ben ervan overtuigd dat het mij jong zal houden.

Mijn gedachtegang kronkelt en ik beland bij hetgeen iedereen beweert; sporten is gezond. Maar wat doe je dan met de extremen? Ja, die wil ik ook doen; domme extreme sportdinges doen. Dat kun je hier toch doen? En de graad van gevaarlijkheid hangt toch af van je persoonlijke inbreng?

Ik wil parapenten, bergbeklimmen, grotten onderzoeken, quadrijden, motorcrossen, de salto del pastor springen. Deze sporten lijken mij fysiek minder belastend dan een of andere contactsport. Daarenboven heb ik geen postuur om in de ring van de Lucha Canaria te staan.

Nog meer bewegen zou mij goed doen. Nu kan ik de kilo’s er moeilijk van af houden en het eten is hier zo lekker. Oh my God!
Gelukkig bestaat er op het eiland een overaanbod aan grote-maten-hemden om de overtollige kilo’s weg te stoppen; blijkbaar ben ik hier niet de enige met een overschotprobleem.

Ik wil niet meer terugkeren naar de tijd van de Beatles en de Rolling Stones; toen kende ik Tenerife nog niet. Ik begon pas te leven midden de jaren ’80 toen ik voor de eerste keer fysiek contact kreeg met het grootste der Canarische eilanden.

Het stopt niet, ik wil nog meer leven, ik wil nog meer genieten, ik wil nog meer profiteren van de zon, de zee en de traditionele gebruiken.  Honderd jaar worden is mijn ding. Dan kan ik nog een tijdlang doorgaan met een leven die ik reeds voor een grote helft heb opgebruikt.