Om te voldoen aan de vraag van tienduizenden sterrentoeristen is de eilandregering van Tenerife van plan om een planetarium te bouwen in de omgeving van de Teide. In feite sluit dit artikel naadloos aan op de publicatie HEMELSE LUCHTEN dat hier eerder verscheen.
Daarin staat dat de atmosfeer van de Canarische Eilanden en met name deze van Tenerife en La Palma bevoorrecht zijn om het heelal binnen te kijken. De informatie en het aanbod van het ‘sterrenkijken’ kan verder uitgebreid worden om op deze manier het astrotoerisme een boost te geven. Daarom komt de regering tot het besluit om de infrastructuur tot een betere waarneming te realiseren en meerdere activiteiten daaromtrent aan te bieden. De ideale locatie om dat plan een plaats te geven is het Parque Nacional del Teide.

Ook het Starmusfestival dat ieder jaar opnieuw op Tenerife doorgaat en waar wijlen Stephen Hawkings en talrijke eminente bollebozen hun schouders onder zetten is een reden te meer om extra aandacht te schenken aan astronomie in de algehele betekenis van het woord. De ruimte inkijken, begrijpelijk voorstellen en uitleggen aan eenvoudige zielen zoals jij en ik zijn de doelstellingen.
Daarmee wordt tot twee keer toe extra gescoord: de economie wordt aangezwengeld door het creëren van extra werkgelegenheid en het toerisme krijgt een attractie extra in de aanbieding.

Een planetarium is volgens Minister van Toerisme, Alberto Bernabe, een tussenstap naar het observatorium en de diepere betekenis van de astrofysica. Het nieuwe project wordt voorzien van een museum die de complexiteit van deze wetenschap op een behoorlijk eenvoudige manier moet voorstellen. Wie genoeg geïnteresseerd is kan figuurlijk doorstappen naar Izaña en de sterrenwacht, of beter bekend onder de naam el observatorio.

Het Marco Estratégico de Desarrollo Insular (MEDI), waarin ook de gemeenten zetelen, heeft het plan alvast met open armen ontvangen. Zij hebben samen het nieuwe toeristische product goedgekeurd met inbegrip van de realisatie, de nodige apparaten voor het ‘sterrenkijken’, de standpunten die verwijzen naar het astrotoerisme en de bouw van een bezoekerscentrum.

Dit jaar reeds heeft 1,8% van de toeristen die het eiland aandeden ook de sterrenwacht van Izaña bezocht. Dit komt neer op ruim 88.000 bezoekers. Duitsers en Spanjaarden namen het grootste bezoekersaandeel voor hun rekening, daarnaast was er een significante aanwezigheid van Nederlandstaligen, Zwitsers en Oostenrijkers.
Voor 54% van de bezoekers was het een eerste bezoek, voor 46% was het reeds een tweede of derde bezoek. Alle bezoekers gaven samen een gemiddelde score van 8,58 op 10. De opgemerkte scores kwamen vooral van de geboden veiligheid, de gastvrijheid en de warme ontvangst op het 2.400 meter hoog gelegen observatorium.

Het sterrentoerisme zorgt voor een jaarlijkse omzet van € 76.500.000 en dat is geen onbelangrijk gegeven. Dat bedrag is het totaal van 2% van het budget die iedere sterrentoerist besteedt aan zijn of haar vakantie. 
Men kan ervan uitgaan dat iedereen die naar boven trekt tussen de 40 en 50 euro besteedt aan een uitstap naar het observatorium. Dit omvat de kosten van individueel vervoer of van de georganiseerde trip, van de genoten gastronomie en van de eigenlijke kostprijs van het bezoek.
De directe economische inkomsten worden geschat op € 3.600.000.

Als de regering dit hot item verder wil uitbouwen en meer toegankelijk wil maken voor de toerist in het algemeen, dan moet er snel werk worden gemaakt van het planetarium. Een attractie meer op het eiland zal door velen positief onthaald en bejubeld worden.
Maar, voor wat (het toeristisch aanbod) hoort wat (het nieuwe planetarium) …!