Uit politieke hoek komt de onverwachte vraag om de belastingdruk op de Canarische Eilanden te verminderen. Met een verlaging van 7 naar 5% op alle basisproducten zou de economie een nieuwe impuls toegediend worden. Of met andere woorden; het leven zou nóg een beetje goedkoper worden.

De voorzitter van de Canarische Partido Popular, José Manuel Soria, die tevens Minister van Industrie, Energie en Toerisme is, heeft het standpunt van zijn partij bekend gemaakt na debatten gevoerd te hebben binnen zijn partij. Deze groepering is de mening toegedaan dat het industrieplan herbekeken moet worden. Na de toeristische sector is de industrie de tweede economische macht op de Canarische archipel. Als deze opnieuw kan aangezwengeld worden, dan zou dit een opsteker zijn voor de staatskas. Om dit te bereiken moet de belastingbetaler betrokken worden in dit gebeuren en de beste manier om dat te realiseren is de IGIC laten dalen om op deze manier alle basisproducten goedkoper te kunnen aanbieden.

Op Tenerife betaal je geen BTW of een belasting op de toegevoegde waarde… hier betaal je IGIC of Impuesto General Indirecto Canario, gewoon een Canarische taks. De reden waarom binnen deze Europese entiteit geen BTW-stelsel wordt gebruikt moeten wij zoeken in de geschiedenis, in de politiek en in de geografie, in de sociale en in de economische voorzieningen van de archipel.

BTW of omzetbelasting is een indirecte verbruiksbelasting die de overheid heft op de verkoop van producten of diensten. In België bestaat de BTW sinds 1 januari 1971, in Nederland sinds 1 januari 1969. In Spanje werd later, op 28 december 1992 (door Europa aanbevolen) de Spaanse BTW of IVA (Impuesto sobre el Valor Añadido) ingevoerd.

Na de verovering van de Canarische eilanden door de Spanjaarden in de 15de eeuw moest er zaad in het bakje komen om deze veroveringen te financieren. Iedereen moest bijdragen, ook de lokale Canarische bevolking, maar in mindere mate dan de (rijke) Spanjaarden.

Het Koninklijk besluit van 11 juli 1852, beter bekend als Decreto Bravo Murillo beschrijft de criteria van de internationale handel naar de Canarische eilanden. Om dit te ‘promoten’ werden de import- en exporttaksen zeer laag gehouden.

In 1912, na 12 jaar gebruik van de ‘Ley de Cabildos’ wordt deze afgeschaft. Daarin stond dat alle leningen via het vasteland moesten gebeuren. Nu kunnen Canarische instanties de beginselen van de financiële groei zelf aanpakken.

Daarna moeten de inwoners van de archipel nog 70 jaar wachten tot een wet wordt goedgekeurd waarin gestipuleerd staat hoe de Canarische belasting wordt gestructureerd en hoe deze harmonisatie invloed heeft op de insulaire ‘luxebelasting’.

Deze belangrijke wet moet in 1982 terug aangepast worden omdat de Spaanse Grondwet voorziet in de statuten van Canarias met als hoogtepunt de oprichting van het autonoom overzees gebied met de naam Canarische Eilanden. Als Spanje toetreedt tot de Europese Gemeenschap in 1986 is zij opnieuw gedwongen (door het Arbitragehof) tot het aanpassen en wijzigen van de belastingregels die betrekking hebben tot de Canarische Eilanden en op 6 maart 1990 wordt een wet goedgekeurd die van toepassing is op de export van alle Canarische producten.

Alsof dat nog niet genoeg was traden alle eilanden van de Canarische archipel in 1991 toe tot de ‘Unión Aduanera’ – de Douane Unie – zonder toepassing van BTW.

Zonder deze voorgaande historie is het moeilijk te begrijpen hoe een territorium binnen Europa toch ontsnapt aan de Europese regelgeving inzake de BTW en dat deze geschiedenis de oorzaak en de aanleiding is van hetgeen we nu kennen; de IGIC. Maar ook de absolute afhankelijkheid van het toerismebeleid en een eigen economie hebben bijgedragen tot een verlaagd belastingniveau.

De IGIC-belastingen zijn aanzienlijk lager dan de BTW-tarieven; niet zo onopmerkelijk met een dergelijke voorgeschiedenis. Wat je momenteel betaalt aan taks op goederen en artikelen staat hieronder op een rij.

0% is van toepassing op waterleveringen, geneesmiddelen en gezondheidsgoederen voor mensen en dieren, leveringen van boeken, kranten en tijdschriften; gesubsidieerde huisvesting; voedselleveringen; luchtvervoer van passagiers. 3% (verlaagd tarief) op de mijnbouw, de chemische industrie, de textielsector, de houtindustrie, de papierindustrie, vervoer over land en herstelling van vervoermiddelen (In Spanje is dit 10%).

7% geldt voor goederen en diensten in het algemeen die niet onderworpen zijn aan de andere takstarieven. (In Spanje is dit 21%).

13,5% (verhoogd tarief) op alcoholhoudende dranken; de verkoop van sieraden; de verkoop en de verdeling van munitie; de verkoop van bontproducten; leveringen van andere goederen.

20% op zwarte tabak (rol of pijp).

35% op blonde tabak (sigaretten).

Het valt op dat alle primaire behoeften onder een zeer lage IGIC-taxatie vallen. Het ongezonde roken daarentegen wordt het strengst aangepakt.

Dit is misschien wel de hoofdoorzaak waarom het leven op de Canarische Eilanden ruim 30% goedkoper is vergeleken bij het leven in de Lage Landen en indien Soria als minister de vraag richt aan Fernando Clavijo, de president van de Canarische regering, dan mag je er zeker van zijn dat daar aandacht wordt aan geschonken. Als dát doorgaat wordt het leven op het eiland nóg goedkoper.