De nationale sport op de Canarische Eilanden en dus ook op Tenerife is de lucha canaria. Onbekend voor toeristen, minder gekend door buitenlandse residenten maar razend populair bij de inheemse bevolking. Deze ‘vechtsport’ is niet zo agressief als het woord zelf. Deze sympathieke vorm van worstelen is best te vergelijken met een combinatie van sumoworstelen en judo. Hier staan twee teams van twaalf personen tegenover elkaar.

Ieder lid van elke ploeg komt aan de beurt met als doel de tegenstander twee keer ten val te brengen in een cirkel van ongeveer 10 meter.
Bijna alles is toegestaan, maar slagen en trappen kunnen niet. Ook handgrepen en het omdraaien van ledematen worden niet toegestaan. De atleten dragen vastzittende shirts en broeken van een stevige kwaliteit want het gaat hier om brute fysieke kracht. Opdat de tegenstander een betere greep zou hebben worden de shorts opgerold tot op de dijen.
In maximaal drie rondes moet men de luchador van de tegenpartij twee keer vloeren om te winnen. De worstelaar die als eerste de zandpiste raakt met een ander lichaamsdeel dan de voeten, is de verliezer. Dan komt de winnaar uit tegen de winnaar van een andere wedstrijd. Het team dat als eerste 12 punten verwerft met een verschil van twee punten is de winnaar. Hierbij telt niet de overwinning van het individu, maar de zege van het volledige team. Een heuse groepssport waar iedereen vecht voor een mooi resultaat van de volledige groep.
Vechtarena’s vind je overal terug, iedere gemeente heeft een overdekte arena die plaats biedt voor enkele honderden tot enkele duizenden supporters. Omdat er gevochten wordt op zand beschikt de worstelsport over een eigen specifieke ruimte, dit is vrijwel altijd een cirkelvormige zaal met in het midden een ronde zandvlakte, ook terrero genoemd.

De oorsprong van deze Canarische vechtsport is niet terug te vinden. Sommigen zeggen dat deze sport origineel is uitgevonden en werd ontwikkeld op de Canarische archipel om onderling conflicten of geschillen over landeigendom op te lossen. Anderen beweren dat de oorsprong moet gezocht worden in de oude Egyptische geschiedenis zoals ook het Grieks-Romeins worstelen is ontstaan. Nog andere bronnen spreken over import van een Spaanse gewoonte die via Marokko is binnengewaaid nog voor de Spanjaarden de eilanden veroverden.

In het eerste deel van de 17de eeuw had elk eiland van elkaar afwijkende spelregels. In 1872 werden deze spelregels voor het eerst officieel vastgelegd, waarmee de sport op alle eilanden binnen dezelfde regelgeving verliep. Pas in de jaren ’40 van de vorige eeuw werden er twee provinciale federaties opgericht en nog later, in 1984 werd de officiële Spaanse federatie in het leven geroepen. 

Het gevecht begint steeds op dezelfde manier, zoals de traditie het wil. In het midden van de terrero nemen twee worstelaars plaats en begroeten elkaar. Met de linkerhand wordt de rechter opgerolde broekspijp van de tegenstander stevig vastgepakt en de rechterhand wordt op de linkerschouder van de tegenstander gelegd. Dan worden de hoofden op elkaars rechterschouder gelegd en wijzen de rechterhanden naar de grond. Van zodra de scheidsrechter fluit moet men de tegenstander ‘vloeren’. Er wordt dan steevast een aantal technieken toegepast die lijken op rukken, duwen, trekken, slingeren en optillen. Er moet trouwens iemand uit balans gebracht worden om te kunnen winnen. Gewicht en kracht helpen hierbij maar techniek is de doorslaggevende factor gedurende het negentig seconden durende gevecht.

Respect voor de tegenstander is, net zoals bij judo, een essentie. De regels van de Lucha Canaria omvatten respect, gemeenschapszin en beleefdheid. Als een deelnemer in het zand valt, krijgt hij steevast een helpende hand van zijn tegenstander en een respectvolle groet bij het verlaten de ‘terrero’.

De deelnemers zijn stevig gebouwde mannen, die vaak ook erg zwaar zijn. Ook vrouwen die aan deze fysieke kenmerken voldoen hebben de weg naar de arena gevonden. Maar kracht alleen is niet genoeg. De verschillende technieken die worden gebruikt vereisen een grondige kennis van de rivaal en een flinke dosis behendigheid om de tegenstrever tegen de grond te krijgen. 

De aloude traditie is op vandaag springlevend. Krijg je de kans om een dergelijke worstelpartij van dichtbij te volgen dan zal je opmerken dat je jezelf helemaal laat meeslepen in de gekte van een aloude traditie.