Wat betekent de lente op het eiland, na een woelige (!) herfst en na een frisse (!) winter. Een lente die straks de zomer zal aankondigen, zonder te bruuskeren, zonder een al te grote stap te zetten. Een lente die in Tenerife geruisloos overgaat in de zomer; meer zelfs, twee seizoenen die elkaar naadloos raken.
In de Lage Landen zijn we lyrisch over de lente. Dit zijn de eerste mooie dagen van het jaar en vooral het moment dat de natuur haar eigen leven op gang schiet. Eerst de hazelaar, dan de els, daarna de sneeuwklokjes en de gele kornoelje en de narcissen. Maar als de wilg begint te bloeien begint de lente helemaal en krijgt alles plots kleur. Wat stil gevallen was, komt allemaal terug tot leven.

Maar op Tenerife valt de natuur amper stil. Eind januari, midden in de winter, beginnen de amandelbloesems reeds te bloeien, terwijl het groen groen bleef. In de winter wordt niets bruin en vaal. De flora valt eventjes in slaap zonder echter van kleur te veranderen. De bladeren blijven ook allemaal aan de bomen hangen.

Gedaan met de dagelijkse passaatbeweging die in haar zog een ongrijpbare wolkenband meesleurde. Er kwam soms geen eind aan. Menig toerist heeft zich kwaad gemaakt en de toorn uitgestort én geklaagd dat de schaduw die deze band met zich meebracht precies op de plaats lag waar hij zich in de zon zou nestelen. Toeval. Soms dreef de oneindige strook naar het westen, soms ook naar het zuidwesten, afhankelijk van de windrichting.

Gedaan met de frisse temperaturen. Vooral de nachten waren koud. IJskoud. Tot 14 graden Celsius gedurende de nacht, en dan spreek ik nog maar van de temperatuur aan de zuidkust. Dat zijn wij hier niet gewoon en trouwens, de gemiddelde wintertemperaturen liggen een stuk hoger. We lazen in meteografieken dat deze kille periode één keer voorkomt in 12 jaar tijd. Voor veel mensen was die éne keer, een keer te veel.

Overdag, als je in de zon vertoefde, kon je genieten van de thermische straling van de zon; dat het deugd deed moet je mij niet vertellen. Maar als de zon je de rug toekeerde en je in de schaduw terechtkwam was het meer dan frisjes. Bevond je je dan ook nog eens in een winderig hoekje dan kon je het vergeten.
’s Anderendaags had je geheid een loopneus.

Gedaan met de ‘mar de fondo’ of de abnormaal grote golven. Aangezwengeld en opgejut door Atlantische superwinden kregen wij meermaals supergolven over ons heen. Meestal zonder schade in het zuiden, alhoewel men er in San Andrés en in het noorden anders over denkt. Ik betwijfel sterk dat ze daar tevreden waren met dit natuurfenomeen. Spectaculair, ja, dát wel… er zijn menig foto’s op de sociale netwerksites verschenen.

Gedaan met de sneeuw op de Teide en op Las Cañadas en soms ook nog lager. De sneeuwgrens schoof op een gegeven ogenblik naar beneden, tot ‘slechts’ 1.900 meter hoogte, wat wel heel laag is voor een subtropisch eiland. Nog ietsje meer naar beneden en Vilaflor werd een skioord! Gelukkig is het er niet van gekomen en namen de weergoden de sneeuwgrens terug mee naar helemaal boven.

Gedaan met de westenwinden want deze brachten gegarandeerd het slechte weer met zich mee en dan had, vooral de westkust, het hard te verduren. Regen en wind hebben deze regio meermaals schutting doen zoeken. Onze weerspreuk ‘Oost Bloost, West niet Best’ werd alle eer aangedaan. De westenstromingen werden vooral gegenereerd door een lagedrukgebied dat zich boven de Azoren vastzette. Klinkt het je niet bekend in de oren? Daar moet normaal een hogedrukgebied liggen.

Gedaan met de donkere dagen en daarmee bedoel ik: vroeg donker en laat klaar. Veertien uur duisternis dompelt een mens in obscuriteit; dat kan gezellig zijn als het niet te lang duurt. Je kunt dit het best vergelijken met een ‘etentje bij kaarslicht’ dat 10 uur duurt. Ook te lang.

Gedaan met dit alles. Nu krijgen wij waar we recht op hebben. Nu krijgen we zes maand aan één stuk hoogzomer met temperaturen tot hooguit 30°C met ’s nacht een aangename 20 graden. Tenzij er uitschieters tussen zitten, maar dat zal dan wel te maken hebben met een Westelijke Saharalucht die ons weer komt vertroebelen. Buiten deze hittebron krijgen wij een half jaar lang geen kille temperaturen, geen doorlopende passaatwolken, geen sneeuw en ijzel, geen westenwinden en geen lange donkere nachten meer. Tenzij de uitzondering deze regel bevestigt.

Ik stuur je mijn zonnige lentegroeten.