📌 Op reis gaan is altijd iets speciaals; je laat je huiselijk stekje achterwege en je vertrekt naar een al dan niet gekende locatie in binnen- of buitenland. Naar Tenerife afreizen is niet anders; al kom je voor de vijfendertigste keer, iedere keer opnieuw kriebelt het van binnen. Het eiland van je dromen zet iedere keer opnieuw de adrenalinemachine in gang en zorgt samen met het Tenerifitisvirus voor een gedreven aanpak.

Tenzij je hier met de boot aankomt heb je je reis hoogstwaarschijnlijk per vliegtuig gemaakt. Velen onder jullie zullen beamen dat het vliegtuig opstappen het absolute begin is van de vakantie. Een aantal mensen stapt spontaan aan boord, anderen zoeken hun plaats met genepen billen. Deze laatsten hebben last van één van de noemers die onder ‘vliegangst’ wordt beschreven. Het liefst zouden ze snel met beide voeten op hun geliefde eiland willen staan, zelfs vooraleer het vliegtuig is opgestegen.

Uit een onderzoek in 1997 gepubliceerd door de universiteit van Leiden en de universiteit van Amsterdam is gebleken dat 1 op de 3 personen die het vliegtuig neemt daar niet op zijn gemak zit en toegeeft dat hij bang was. Voor de vrouwen uit het onderzoek kwam de angst voor een ongeluk het meest voor. Voor mannen was de reden tot vliegangst voornamelijk dat ze geen controle hadden over de situatie. Als tweede reden gaven veel vrouwen claustrofobie aan, de angst voor krappe ruimtes, zoals liften en tunnels. Emotioneel controleverlies zoals bang zijn om ziek te worden, hoogtevrees en de mogelijkheid op een ongeluk vervolledigen deze top vijf. 

Maar er zijn ook mensen die graag vliegen en verlangend uitkijken naar de vlucht. En ze hebben gelijk, zij willen genieten en houden ervan ‘zich te bewegen in drie dimensies’. Vliegen is ook het veiligste transport op aarde; iedere seconde gaat ergens ter wereld een vliegtuig op. Er zijn wereldwijd meer dan 30.000 passagierstoestellen die allemaal samen een luttele 90.000 vluchten per dag uitvoeren met gemiddeld 200 personen aan boord en niet één heeft er de laatste maand een ongeval gehad waarbij mensenlevens te betreuren vielen. Vergelijk dit met de inwoners van Vlaanderen of de helft van de Nederlandse bevolking die zich één maand lang in het verkeer begeven zonder dat er één dodelijk ongeval gebeurt. Je begrijpt mij wel.

Hoe meer je weet over aërologie, aërodynamica en techniek van het vliegen hoe beter je begrijpt hoe een vliegtuig vliegt. Soms hoor je ‘hoe kan dergelijke massa opstijgen en in de lucht blijven hangen’ of ‘kan de piloot de turbulentie niet ontwijken want de vleugels ‘wiebelen’ op en neer. Als je weet dat een vliegtuig 4 krachten moet beheersen om op te stijgen, te vliegen en te dalen dan zou je rustiger ademen en relaxter in je passagierszetel zitten. Trekkracht versus Weerstand en Lift versus Gewicht zijn hier de hoofdrolspelers. Het ligt niet in mijn bedoeling om hier een complete cursus ‘opleiding piloot’ te geven maar om het duidelijk te stellen moet er toch één kanttekening bijgezet worden.

Snelheid is de beste vriend van het vliegtuig die verkregen wordt door zeer krachtige motoren. Door de verplaatsing stroomt er lucht boven en onder de vleugels. Door de vorm van vleugels stroomt de lucht boven de vleugel sneller dan er onder. Daniël Bernouillie, een Nederlands-Zwitserse wiskundige heeft in 1738 geformuleerd dat een ‘hoge snelheid in een vloeistof of gas samengaat met een lage druk’. Of dat een versnelling over een vleugel resulteert in een drukverlaging en daardoor lift genereert op de vleugels en het vliegtuig de hoogte inzuigt. Dat wil ook zeggen dat de vleugeloppervlakte moet vergroot worden bij de lagere snelheden; niet alleen bij het opstijgen, maar vooral bij het landen worden flaps en slats ten volle gebruikt.

Na 3000 kilometer vliegen wordt dan eindelijk de landing ingezet en iedereen is tevreden want de vlucht is al bij al goed verlopen en sommigen willen hier heel snel uit. Alleen bij stilstand van het vliegtuig is de vliegreis afgelopen. Er moet eerst nog een veilige landing en rol uitgevoerd worden. Niet zo kritiek als het niet ware dat omstandigheden kunnen ingeroepen worden om een landing af te breken. Maar piloten zijn uiterst attent en werden getraind op dergelijke onvoorziene situaties.

Een doorstart, ook wel go around of missed approach genoemd, is het afbreken van de eindnadering door een vliegtuig naar de landingsbaan. In plaats van te landen, klimt het vliegtuig opnieuw naar een bepaalde hoogte om volgens een specifieke procedure en een bepaald patroon een nieuwe nadering aan te vatten.

Het zal je maar overkomen; in de cabine zie je niets, je hoort enkel het zoemen van de motoren die het vliegtuig op landingssnelheid houden. En plots gaan de krachtbronnen bulderen, je wordt in je zetel gedrukt en de neus van het vliegtuig gaat strak omhoog. Niemand is gerust bij dergelijke situatie. Maar dat is lang niet ongewoon en zeker niet ongebruikelijk. Dagelijks maken piloten en hun vliegmachines op de luchthaven Reina Sofia en overal elders ter wereld doorstarts. Safety first …!

De beslissing van een doorstart kan worden genomen door de piloot of door de verkeersleider. In de meeste gevallen is de reden om een doorstart te maken het niet stabiel genoeg vliegen van de eindnadering. Indien, op een punt in de nadering, niet aan alle eisen en voorwaarden is voldaan moet de piloot de nadering kunnen afbreken. Ook onverwachte veranderingen in de weersomstandigheden tijdens de laatste fase van de nadering kan een reden zijn om een doorstart uit te voeren.
En dan heb je nog de omstandigheden op de grond, bijvoorbeeld een obstakel op de landingsbaan; dat kan gaan van een konijn tot een heus vliegtuig. In de situatie dat een vliegtuig na de landing de landingsbaan niet snel genoeg heeft verlaten, moet in dit geval het volgend landend vliegtuig een doorstart maken.
En dan moet je een rondje omvliegen. Je hebt dan pech als je aan boord bent of je vindt het leuk, het hangt er maar van af.