Heel lang geleden was er niets. Toen begon de aarde te beven en ontstonden er kleine heuvels in de oostelijke Atlantische Oceaan. Nog later hebben vulkanen deze kleine eilandjes groter gemaakt en, in een tijd die we kennen uit geschiedenisboeken als ‘nabije verleden’, kwamen er mensen aan land.

Het eiland heeft er in een ver verleden helemaal anders uitgezien. De vraag die ieder op de lippen brandt is, ‘wie was hier eerst?’

We kunnen met zekerheid zeggen dat de Guanchen de oorspronkelijke bewoners van Tenerife waren.  Het woord Guanche komt oorspronkelijk van het woord Guanchinet, dat samengesteld is uit Guan = persoon en Chinet dat Tenerife betekent.
Tot in de 15de eeuw zijn zij geheel gevrijwaard gebleven van invloeden van buitenaf. In wetenschappelijke lectuur staat geschreven dat de Guanchen afstammelingen kunnen zijn van de prehistorische Cro-Magnon. Dat staat geschreven in de voorwaardelijke wijze, omdat daar geen enkel hard bewijs is voor gevonden. Wel duidt elk historisch onderzoek in deze richting. In de Encyclopaedia Britannica lezen we dat de afstammelingen van de Cro-Magnon een licht getinte huid hadden. De blauwe ogen en het blonde haar typeerden het inheemse volk. Ze waren beslist geen afstammelingen van een of andere verdwaalde Viking.

Nog andere bronnen spreken dan weer over nazaten van Berberstammen uit Noord-Afrika die 4.000 jaar geleden de oversteek naar Tenerife zouden hebben gemaakt.

Aanvankelijk waren de Guanchen jagers en vissers, maar circa 2000 jaar geleden gingen zij zich toeleggen op landbouw en veeteelt. Ze troepten samen in kleine woongebieden die ze voorzagen van woonst en onderdak en waarvoor ze enkel hout, stenen en aarde gebruikten. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat op de verschillende eilanden zelf verschillende groepen ontstonden, ieder met hun eigen leefpatroon en met hun eigen gebruiken.

Op het einde van de 15de eeuw werd de archipel, eiland per eiland, ingenomen door de Spaanse Conquistadores. Enkel Tenerife bleef zich twee jaar lang hardnekkig verzetten tegen de Spaanse invallers. Guanchekoning Beneharo verdedigde, samen met een aantal andere koningen, het grootste Canarische Eiland met hand en tand maar moest toch de duimen leggen wanneer Alonso Fernández de Lugo in 1496 het laatste verzet brak nabij La Victoria.

Daarna brak de hel los voor de eilandbewoners. De Guanches waren uiterst gevoelig voor de meegereisde ziektekiemen, virussen en bacteriën en stierven er aan, in grote getale. De overlevenden werden tewerkgesteld op suikerplantages of werden aan de man gebracht als slaven in Sevilla en in Valencia. De grond van de Guanchen werd verdeeld onder enkele grootgrondbezitters en alleen Guanchen die hadden meegevochten met de Spanjaarden haalden enig voordeel uit deze verdeling.

Afbeeldingsresultaat voor menceyatos"Voor deze tijd leefden de Guanchen vredig onder elkaar. Ieder eiland had haar eigen koninkrijk of menceyato.
Tenerife werd geregeerd door Koning Tinerfe en zijn zonen kregen na zijn dood elk een deel van Tenerife om er als Mencey te zetelen. De negen zonen waren dus de eerste koningen van een onderverdeeld Tenerife. Zo ontstonden er negen ‘menceynatos’ of ministaatjes. Deze verdeling ging niet zonder slag of stoot. Er werd al eens gevochten om een stukje grond en daaruit ontstond later de lucha canaria. Geen echte gevechten, maar worstelpartijen waarvan de winnaar het recht kreeg op het geclaimde stukje grond.

Dit waren de eerste grondgebieden die een naam werden toebedeeld. Abona, Adeje, Anaga, Daute, Güimar, Icod, Tacoronte, Taoro en Tegueste. De koningen werden bijgestaan door een raad van oudere mannen, de ‘tagoror’. Er waren drie bevolkingsklassen: de ‘achimency’ waren de directe afstammelingen van de mencey, de ‘cichiciquitzo’ was de lagere adel en de ‘achicaxna’ waren de boeren.

Dit waren de Menceyes: Acaimo of Acaymo (Tacoronto) – Adjoña (Abona) – Añaterve (Güímar) – Bencomo (Taoro) – Beneharo (Anaga) – Pelicar (Adeje) – Pelinor (Icod) – Romen (Daute) – Tegueste (Tegueste)

De reuzegrote bronzen beelden van alle Menceyes staan netjes op één rij vlakbij de kathedraal van Candelaria. Zij vormen als het ware de scheiding tussen de Atlantische oceaan en het eiland. Heel symbolisch, niet?