Nooit begon ik een artikel of een column met een denigrerende opmerking over onze taal. Trouwens, denigreren vind ik ondermaats, lager dan het laagste niveau en vooral in dezelfde orde als liegen en bedriegen. Dat staat niet in mijn woordenschat, alhoewel dit Nederlandse woorden zijn en ik de Nederlandse taal verdedig bij hoog en bij laag.

De Nederlandse taal laat ons nu en dan in de steek alhoewel er veel lof wordt gesproken over zijn rijke woordenschat. We nemen er de ouderwetse encyclopedie bij en lezen dat ‘Het Nederlands een West-Germaanse taal en de moedertaal van de meeste inwoners van Nederland, België en Suriname’ is.

In de Europese Unie spreken ongeveer 23 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende vijf miljoen als tweede taal. Verder is het Nederlands ook een officiële taal in Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Neem aan dat pakweg 28.000.000 mensen het Nederlands beheersen. Daarbij zijn de Kaap-Hollandse dialecten van Zuid-Afrika en Namibië, gestandaardiseerd tot Afrikaans of een dochtertaal van het Nederlands, niet meegerekend.

Door het feit dat wij dagelijks redactioneel werk verrichten en meestal in het Nederlands schrijven over het grootste der Canarische Eilanden zitten wij, Marc Engels en ikzelf, met de handen in het haar. Noch de redigent, noch de redacteur van deze artikels kunnen op geen enkele wijze terugvinden hoe een inwoner van Tenerife in het Nederlands dient te heten. Er is geen enkele vertaling terug te vinden van het Spaanse Tinerfeños, waar dan ook. 

Ten einde raad wordt een e-mail naar Taaladvies.net gestuurd om door onze zorgen te geraken. Deze unie die samengesteld is uit de Nederlandse Taalunie, het Genootschap Onze Taal en de Taaltelefoon moet ons helpen.

Redigent en redacteur overleggen. Ik durf de mogelijke resultaten voor een ‘inwoner van Tenerife’ in het Nederlands nauwelijks opsommen. Wij vinden en worden naarmate de tijd vordert steeds vindingrijker. Wij vinden Tenerifianen een mooi woord en hebben dit reeds meermaals gebruikt en ook vaak gelezen op het internet, maar dit is niet correct. Mijn correcteur weigert woorden te gebruiken die niet in het ‘Groene Boekje’ staan. En gelijk heeft hij… wij zijn voorstanders van een correct gebruik van de moedertaal in ons vaderland.

Gebruiken wij beter het woord Tinerfianen? Of zouden we naar analogie met het woord Tenerife beter Tenerifeanen gebruiken?

Wij zoeken verder naar mogelijkheden die etymologisch gefundeerd zijn en komen zo bij de Malediven waar een inwoner een Malediviër heet, maar Tenerifiër zou helemaal te gek zijn. Zoals Colombiaan zou ik kiezen voor Tenerifiaan maar in Colombia staat de ‘i’ reeds achteraan, zoals ook in Italië, en bij Tenerife niet.

Ondertussen zijn we in blijde verwachting van de reactie van Taaladvies.net die ons het juiste antwoord moet brengen.

Wij kijken ook eens bij de Engelse buren en zien dat zij daadwerkelijk de ‘i’ implementeren in het woord ‘Tenerifian’. Canariërs gebruiken Tinerfeños, dit brengt ons goed op weg om Tenerifiaan als eindwinnaar uit te roepen.

Gekscherend vinden wij nieuwe namen uit: Tenerifees (Panamees), Tenerifijn (Algerijn), Tenerifenaar (Parijzenaar) en Tenerifosi zijn er enkele van, maar geen enkel van deze grapjassen komt in aanmerking.

En dan, eindelijk, pas na het verlengd weekend, komt de verlossende e-mail… waardoor we beiden van onze sokkel worden geblazen. Taaladvies.net waarin eminente taalgeleerden zetelen stuurt ons het antwoord. In het Nederlands is er geen ingeburgerde inwonersaanduiding voor ‘Tenerife’. In zulke gevallen moeten we omschrijvingen gebruiken als ‘inwoners van Tenerife’ en ‘een man / vrouw / jongen / meisje uit Tenerife’ of gewoon de zin eindigen met… ‘hij/zij komt uit Tenerife’.

Het antwoord wordt gefundeerd met een toelichting en deze willen wij u niet onthouden.

De vorming van inwonersnamen is nogal onregelmatig. Soms is de mannelijke inwonersnaam afgeleid van de land- of plaatsnaam zelf (Egyptenaar, Nederlander, Parijzenaar), soms van het bijvoeglijk naamwoord (Argentijn, Pekinees, Romein) en soms van een stam of wortel (Duitser, Fransman, Rus). Er zijn ook ‘onvoorspelbaardere’ vormen: Monegask, Kortrijkzaan, Korfioot. Niet bij elke naam is er een bijvoeglijk naamwoord of een inwonersnaam in gebruik. In die gevallen moeten we een omschrijving gebruiken: een man uit Spa, een inwoner van Florida, een jongen uit Kiev, een vrouw uit Flying Fish Cove.

En wie zijn wij om dit gefundeerd antwoord in twijfel te trekken. Enkel heb ik als redacteur geen zin om iedere inwoner van Tenerife telkens weer ‘inwoner van Tenerife’ te gaan noemen. Iedereen op deze wereldbol heeft een inwonersnaam. Zelfs in Fiji (Fijiër), Kiribati (Kiribatiër) en Macau (Macauer) hebben ze namen voor hun inwoners. Enkel in Tenerife niet. Ook niet in Sakumatra en Berigania, maar dat zijn niet-bestaande landen.

En wij? Wij zijn de pineut. Dan gebruiken wij ‘gevoelsmatig’, naar Tener(ife) en (Ti)nerfeño, toch maar de mooie woorden Tenerfiaan (fonetisch: Tenerfjaan) en Tenerfiaans (fonetisch: Tenerfjaans), die niet in het ‘Groene Boekje’ staan. Als wij met zijn allen de woorden ‘m a s s a a l’ gaan gebruiken dan is er een kans dat ze in aanmerking komen om aanvaard te worden als nieuwe Nederlandse woorden.