Vandaag neem ik je mee naar een voor de meeste toeristen onbekende plaats in het hart van Tenerife. De locatie is gelegen op 3.350 meter boven zeeniveau, ongeveer 500 meter boven de Altavistavallei. Je kunt er enkel te voet naar toe maar na een stevige klim word je uiteindelijk getuige van een unieke locatie en beleef je droomachtig unicum.

Wij rijden Las Cañadas binnen en zien de Teide majestueus opduiken. We hebben reeds eerder een keuze gemaakt hoe we naar boven zouden gaan om een ijsgrot te gaan opzoeken. Te voet vertrekken we aan de basis van Montaña Blanca en klimmen van 2.400 meter gestaag naar 3.350.
De grot is eigenlijk een vulkanische buis van ongeveer 48 meter lang, 9 meter hoog en 15 meter breed, waarvan het dak is ingestort en waardoor je de grot kan betreden.

In het verleden werd het water uit de grot gebruikt om bergbeklimmers en wetenschappers te laven gedurende hun Teide-expedities. Ook werd er ijs gewonnen om commerciële doeleinden.
De verwijzingen naar deze plaats boven Altavista is onder meer te vinden in de geschriften van de eerste onderzoekers die naar de Teide trokken. 
Van uit historisch standpunt kan niet bewezen worden dat de Guanchen hier ooit hebben verbleven. Volgens de overlevering zouden zij de grot hebben uitgegraven om daarna als schuilplaats te gebruiken. Meer aannemelijk is dat het plafond van deze slakkengang is ingestort en dat er op deze manier een toegankelijke grot is ontstaan.

De eerste echte aanwijzing van het bestaan van deze ijsgrot vinden we terug in een artikel in ‘Royal Society’ geschreven door de Engelse schrijver Thomas Sprat in 1667. Dit artikel verhaalt gedetailleerd een expeditie in 1646 waarbij met touwen en stokken ter plaatse een touwladder werd gemaakt om de afdaling uit te voeren.
Meer dan twee eeuwen later, rond 1895, vinden we in de begroting van La Orotava een kost van 50 pesetas voor de installatie van een houten trapladder.
Vandaag staat er een ijzeren ladder, die in 1926 werd geplaatst ter gelegenheid van een Internationaal Geologisch Congres.

In een schriftelijke vermelding van ene Staunton uit 1792 kunnen we lezen dat de grot werd geëxploiteerd voor ijswinning. Het ijs werd uitgekapt en op ezeltjes en muilezels naar beneden vervoerd, waar het in de wijde omgeving van La Orotava werd verkocht.
Later in 1856 vinden we een verwijzing geschreven door de Schotse astronoom Piazzi Smyth over de bouw van een refugio op Altavista. Deze rudimentaire schuilplaats voorzag hij van water, jawel, uit de grot. In 1901 werd het schuiloord herbouwd in steen door Graham Toler en werd er een pijpleiding aangelegd vanaf de grot naar het nieuwe schuiloord.
In de twintigste eeuw werd de watervoorziening nog verschillende keren aangepast, maar telkens kwam het water uit de ‘Cuevo del hielo’.

Je komt de grot niet zomaar in. Je moet er afdalen via een rudimentaire metalen ladder van wel 12 meter lang. Een huzarenstukje waarbij hoogtevrees moet worden geëlimineerd. Uiteraard moet je via dezelfde ladder terug naar boven om uit het hellegat te komen.

Wandelaars kunnen HIER hun uitstap beter voorbereiden.