Ik had evengoed een andere titel kunnen gebruiken. Een perfecte match of baseline voor deze publicatie had kunnen zijn ‘Lokale economie geboycot’ en daarmee zet ik onmiddellijk de toon van deze column over de business ‘hotel alles inbegrepen’.

Bijna 13 miljoen toeristen komen op jaarbasis naar de Canarische Eilanden en ze hebben allen één ding gemeen; genieten van het subtropisch klimaat. Meer dan vier miljoen toeristen verblijven er in een hotel met de  toepasselijke formule all-inclusive (verder afgekort tot AI): dat is bijna 33% van alle vakantiegangers. Van deze hotelformule is geweten dat een aanbod buiten het hotel letterlijk en figuurlijk door deze muren wordt afgeschermd en dat weinig toeristen worden aangetrokken om de geldbeugel nog eens boven te halen om extra-exuberante aanbiedingen te bekostigen. Daarom blijven zij liever in het hotel; er is eten en drinken in overvloed, animatie en nachtelijke ontspanning staan op het programma en het zwembad nodigt uit … van zonsopgang tot zonsondergang. Bovendien hoeven ze het hotel ook niet te verlaten om van de zon te genieten.

Hotels gebruiken vaak een extra troef; ze hebben een eigen strandje vlakbij de oceaan waar ze handig een barretje hebben neergepoot opdat hun klanten zeker niet zouden ‘weglopen’.

Drieëndertig procent – 1 op 3 toeristen – blijft dus hangen op de allesinbegrepenlocatie. Dit is een cijfer dat exponentieel is gegroeid vanaf de jaren ’60, het moment dat de toeristische reissector begon te leven. Toen werd de allinclusiveformule geassocieerd met een duurdere verkoopprijs  maar later werd deze vorm stilletjes opgewaardeerd en werd het verkocht als een competente speler binnen het aanbod van hotelarrangementen.

Wij hebben de cijfers ontvangen van Ashotel of het Asociación Hotelera y Extrahotelera. Zij stellen vast dat er geen vaste lijn zit in de AI-formule binnen alle eilanden.
Fuerteventura spant de kroon met 55% AI-formules van alle hotelgasten, Lanzarote volgt met 34% terwijl Tenerife en Gran Canaria beide stuiten op 28%. La Palma haalt met moeite 15%. Plakken we daar de nationaliteiten op, dan merken we dat 41% van de Duitsers die naar de Canarische Eilanden reist het allesinbegrepenreispakket kopen, daarna komen de Scandinaviërs en evenveel Spanjaarden met 24%.
Van de Britten, de tweede grootste groep toeristen, is geweten dat 63% kiest voor een hotel en 29% voor een andere accommodatie maar hoeveel procent er een AI-formule bij hun vakantieverblijf boekten werd door het ISTAC of Instituto Canario de Estadistica niet meegedeeld. Raar!!!

Het verschil van uitgaven bij de toeristen van de twee groepen is beduidend groot te noemen. De AI-toerist besteedt gedurende zijn of haar verlof € 191,12 terwijl de niet-AI-hoteltoerist € 431,12 spendeert aan extra’s die het verlof veraangenamen. De baseline ‘Lokale economie geboycot’ gaat dus werkelijk op. Winkeltjes, bars en restaurants, kortom de kleinhandel, ondervinden wel degelijk financiële hinder van het AI-toerisme. Deze vorm van toerisme wordt voornamelijk gepromoot door de hotels zelf, die de reisagenten mooie deals voorschotelen en aldus de verkoop hard stimuleren.

‘Op eigen zak mikken, de rest kan stikken’ is het eerste wat bij mij opkomt wanneer ik dit artikel leven inblaas. De oorspronkelijke inwoner van het eiland wordt extra-inkomsten ontnomen door het gijzelscenario van de hotels.

Maria Mendez, manager van Promotur erkent het probleem en geeft toe dat all-inclusive niet zo renderend is als wordt voorgesteld, maar een aanvulling is op andere aanbiedingen waarmee de hoteliers hun winstmarge kunnen verhogen. Een kleine winstmarge, als wij dit goed begrijpen.

Een nadenkertje!! Als 4.000.000 AI-toeristen een gewone hotelbestemming boeken zou de lokale economie bijna 1 miljard of 1.000.000.000 euro meer omzet draaien. Dat is toch al de moeite, niet?

Een ander gevolg van het AI-toerisme is dat de toerist zichzelf een beetje laat afsluiten van een bewoonde wereld. Bij de boeking van de reis staat de toekomstige eilandtoerist waarschijnlijk niet stil bij het feit dat hij zich in een toeristisch keurslijf dwingt en dat hij degelijke financiële en fysieke moeite zal moeten doen wil hij het lokale leven van dichtbij opsnuiven. Cultureel, culinair, historisch en geografisch zal hij niet bijgeschoold worden; reiservaring opdoen is geen pluspunt, de kennis van het hotelgrondplan des te meer.

Om af te sluiten nog even meegeven dat een modale toerist (niet de AI-hotelgast) in juni 2015 109,6 euro per dag heeft uitgegeven om zijn verblijf te veraangenamen. Zo meldde de Kamer van Koophandel in Santa Cruz de Tenerife.

Het staat als een paal boven water dat het toerisme de motor is en blijft van de Canarische economie, die tevens andere sectoren trekt en bovendien de werkgelegenheid stimuleert.