Van een goudvis tot een kameleon of zelfs nog groter. Huisdieren zijn te vinden in heel veel varianten maar ik wil wel eens weten hoeveel honden en katten er op dit eiland rondlopen. Nergens kan ik een antwoord vinden. Noch bij officiële instanties, noch bij de dierenasielen en ook niet bij de overkoepelende organisatie van de dierenartsen. Wij kunnen enkel maar een ruwe schatting maken aan de hand van cijfers waarover wij beschikken. En dat gaan we hier proberen uit te pluizen.

We nemen even een verklarend woordenboek erbij en lezen wat een huisdier is. Dit is een gedomesticeerd beest dat in of rond het huis woont of leeft en door de mens wordt gevoed en verzorgd. Zo wordt onze huisdierenclassificatie in één slag uitgebreid met duiven, papegaaien, pardela’s en gekko’s die ongegeneerd onze aandacht blijven vragen en waardoor veel mensen zich laten verleiden om de ‘stakkerds’ wat voedsel toe te stoppen. Na een paar keer krijg je deze beestjes niet meer van je vandaan en moet je ermee doorgaan. Net als bij een verslaving, je kunt er niet meer mee ophouden. Maar over deze soort huisdieren wil ik het vandaag niet hebben.

Kleine viervoeters, onze lievelingen, zijn de dieren die wij echt in huis nemen en waarop we verlekkerd zijn. Deze die ons in vervoering brengen en liefhebben, deze die nog net een stem te kort hebben om tegen ons te praten. We onderscheiden binnen deze groep twee categorieën; de honden en de katten. Poezen kun je niet vasthouden in huis en worden ook wel eens zwervers genoemd. De Felis Catus is een van de oudste huisdieren. Maar voor dit artikel laten wij het poesje even los.
Ik wil het hebben over de Canis lupus familiaris. De hond in alle keuren en formaten; de trouwste onder alle huisdieren. 

Om te weten te komen hoeveel honden er op het eiland aanwezig zijn beschikken wij enkel over een paar cijferaantallen. Het aantal inwoners is er één van. We stellen dat er 900.000 inwoners op Tenerife zijn en tellen de toeristen met hun viervoeter hier niet mee.
Als we er van uit gaan dat 1 op 4 inwoners een hond of een kat heeft, dan spreken wij over 225.000 huisdieren. Het kan ook 1 op 5 zijn, en dan spreken we nog over 180.000. Misschien is het 1 op 3… wie zal het ooit zeggen? Je moet ook een beetje op je gevoel afgaan en rondom je heen kijken. Hoeveel mensen zie jij dagelijks een ommetje maken met een hond, al dan niet, aan de spreekwoordelijke lijn?

Wat we met zekerheid kunnen zeggen is dat hier veel honden aanwezig zijn, heel veel. Wij krijgen van de hondenasielen op Tenerife te horen dat veel honden achtergelaten of gedumpt worden. Het gaat om gigantische aantallen, op jaarbasis gaat het over getallen met 4 cijfers. Als naar schatting 1 op 500 eigenaars zijn huisdier dumpt dan komen wij aardig in de buurt van het aantal achtergelaten honden op Tenerife. Anders gezegd: heel veel inwoners hebben een hond.

Als bezitter van een hond moet je je verantwoordelijkheid dragen. Je voldoet aan de gezondheidseisen, je serveert je trouwe viervoeter de beste brokjes, op regelmatige tijdstippen ga je de deur uit voor een wandelingetje en de daarbij horende sanitaire stops. Enfin, je doet er werkelijk alles aan om je hond te ‘soigneren’.

Als ik er in Tenerife te voet op uit trek valt het mij op dat in bepaalde wandelzones nogal wat hondenrestanten ‘open en bloot’ in de wijde natuur blijven liggen. Ongetwijfeld een vergetelheid van de eigenaar om deze restanten op te kuisen. Als je nog beter rondom je heen kijkt dan zie je werkelijk een vreselijk aantal drollen die liggen te stinken in de zon. Dit is en blijft een aanslag op de volksgezondheid; denk maar aan spelende kinderen…

Omdat dit geen lokaal fenomeen is gaan verschillende gemeenten drastisch optreden tegen hondeneigenaars die hun plicht niet vervullen wanneer de hond zijn of haar behoefte heeft gedaan. Opkuisen is de boodschap; dit is eenvoudig uit te voeren met een plastiekzakje die je nadien in een openbaar vuilbakje gooit. 

De gemeente Granadilla trekt het voortouw en zal iedereen die zondigt tegen de wettelijke bepalingen met betrekking tot het opkuisen van drollen en het hygiënisch houden van de openbare weg penaliseren. Boetes tussen € 30 en € 100 zullen worden uitgeschreven wanneer men verzaakt aan de hygiënische regelgeving. 

Er werd reeds een tijdlang gesensibiliseerd; met een campagne ‘Hou het sportief en haal geen rode kaart op je nek’ werd de bevolking gewezen op het probleem. Er werden 100.000 plastiekzakjes ter beschikking gesteld en de campagne werd met veel tamtam bekend gemaakt. Folders werden uitgedeeld

 en alle winkels werden gevraagd een affiche in de etalage op te hangen.

Nu is de sensibiliseringscampagne over. Op dit moment moet iedereen weten wat er te doen staat als jouw viervoeter dringend moet. Ook de politie weet nu wat er moet gedaan worden. Iedere overtreder zal een ticket onder de neus gestoken krijgen door de politie, in burger of in uniform.
Wie niet horen wil, moet voelen…

En in Santa Cruz gaan ze er met de grove borstel door. In het centrum van de hoofdstad werden platen opgehangen om aan te duiden dat drollen niet thuishoren in de straten, pleinen en parken. 
El marrón, lo pagas tú of ‘het bruine betaal je zelf’ is de boodschap aan hondenliefhebbers die de drollen niet opruimen. En de boete? Tot € 1.500. Ook hier is de zegswijze ‘Wie niet horen wil moet het voelen’ erg toepasselijk.