We lazen het her en der en vooral meermaals; het weer op Tenerife is heerlijk subtropisch en vooral gezond. Iedereen die hier ooit kwam, verbleef of verblijft gebruikt alle superlatieven als er over het weer wordt gepraat.
Je kunt hier geen seizoenen definiëren en daardoor gaat een vergelijking met de jaargetijden in de Lage Landen niet op. Vivaldi zal zijn Vier Seizoenen moeten herschrijven aangepast aan het weer over deze subtropische gordel. Hij draait zich geheid om in zijn graf.

Tenerife telt slechts twee seizoenen: een zomer en een lente, de rest is quantité négligeable. Deze twee jaargetijden sluiten naadloos op elkaar aan en duren beide ongeveer zes maanden; het ene van november tot mei, het andere van mei tot november. De zon schijnt altijd keihard en daardoor ligt de uv-straling dubbel zo hoog als in de Lage Landen, maar de zon schijnt hier geen 365 dagen. Er zijn ook uitzonderingen; als het regent dan stroomt het hemelwater met bakken tegelijk over ons heen, en als het waait dan dansen de dakpannen in het rond. Gelukkig laten regen en wind zich minder zien en kan de zon ruim 300 dagen per jaar haar ding doen.

Waarom dit zo is moet je bekijken door meerdere brillen: een meteorologische, een natuurkundige en een geografische, want de uitleg is meerdelig en daarom moet je op tijd en stond een andere bril opzetten. De redenen zijn divers; de aardrijkskundige ligging, het corioliseffect, de zon, de oceaan, de passaten en de Canarische stroom liggen gewild of ongewild aan de basis van dat uitzonderlijk weer dat als een puzzel precies in elkaar past.

De geografische ligging van de Canarische archipel is de basis van het geheel; zijnde op 28° noorderbreedte – quasi dezelfde als Florida – is een superlocatie. Op 1/3 afstand van de evenaar en 2/3 afstand van de noordpool is het zowat de meest aangename plaats om te vertoeven op deze globe. Daarom noemen we dit gebied subtropisch. Meer naar het noorden wordt het weer snel onstabieler, meer naar het zuiden wordt het dan weer te vochtig en te heet. We veranderen niets aan de ligging en laten de eilanden liggen waar ze thuishoren; ook al regent het soms eens, ook al waait het eens iets harder.

Een tweede element in het weerhuishouden is de passaatwind; dit is een zeer bestendige oostelijke wind die het ganse jaar waait. Deze passaat wordt mede gegenereerd door het corioliseffect – de afbuiging van de baan van een voorwerp dat beweegt binnen een roterend systeem – van onze aarde die driftstromen opwekt die bij ons uit noordoostelijk hoek komen. Wat het corioliseffect juist is kun je het best opmerken als je het bad of de lavabo laat leeglopen: de kolk van het uitstromend water draait kloksgewijs.

Katalysator in dit hele verhaal zijn de drukgebieden die op de noordelijke Atlantische oceaan gelegen zijn. Passaten worden steeds gedirigeerd door hogedrukgebieden; de luchtmassa’s draaien kloksgewijs mee met de isobaren en bereiken de archipel uit noordoostelijke richting. De verantwoordelijke anticycloon ontstaat door de uitwisseling van koude polaire en warme tropische luchtmassa’s. Deze constante kan onderbroken worden wanneer er zich een lage drukgebied nestelt boven de Azoren. Dan draaien de luchtmassa’s tegen de klok in en bereiken zij de archipel uit een westelijke richting. En dan zul je het geweten hebben; onstabiele lucht met mogelijks veel wind en regen teisteren dan vooral de westkust van Tenerife. Onze weerspreuk ‘Oost bloost, west niet best’ is gebaseerd op dit principe; wanneer het waait over de oostkust is het luw aan de westkust. Maar omgekeerd is zeker ook waar: windstil over de oostkust is gelijk aan ‘vollen bak’ wind over de westkust.

Een vierde en niet onbelangrijke factor is een constante zeewaterstroming die wij de Canarische stroom noemen en een aftakking is van de Azorenstroom. Deze vloeit vanaf het noorden, langs de Afrikaanse kust en wordt gehinderd door de eilanden, vandaar de naam. Deze stroom zorgt voor een groot warmtetransport en beïnvloedt het weer op een gunstige wijze. De stroom wordt aangewakkerd door de passaten, vandaar dat de stroming in de ‘winterperiode’ heviger is dan in de zomer.

Wind en wolken, maar vooral temperatuur en vochtigheid, zijn de elementen die in de weerkunde een grote rol spelen. Op de Canarische Eilanden echter worden deze extra geprikkeld door de hierboven beschreven vier elementen.

De vier hoofdrolspelers van deze act die samen het weer maken op deze subtropisch eilanden zijn precies op elkaar ingespeeld, en toch kunnen een paar variabelen het perfecte spel dynamiteren en aldus een domper zetten op je verblijf alhier. Met slechts twee jaargetijden kan het hier namelijk ook wel eens regenen en flink waaien.

Nu kan Vivaldi aan het werk om zijn Vier Seizoenen herschrijven.