Een bedevaartsoord als geen ander. Het grotje van Hermano Pedro is gelegen in de onmiddellijke omgeving van de zuidelijke luchthaven in een barranco tussen San Isídro en la Montaña Roja.

Hermano of Broeder Pedro is de eerste en enige heilig verklaarde Canariër; je kunt je dan ook wel voorstellen dat zijn grotje een drukbezochte plaats is en meteen thuis hoort in de lijst van favoriete toeristische trekpleisters op Tenerife.

Hermano Pedro werd geboren onder de naam Pedro de San José Betancur in Chasna (nu Vilaflor) op 21 maart 1626 in een boerenfamilie. Zijn gehele leven stond in functie van onbaatzuchtige zorg voor zieken en armen. 

In 1980 werd hij heilig verklaard door paus Johannes Paulus II in de Sint-Pietersbasiliek te Rome. De eigenlijke viering gebeurde bij een pausbezoek aan Guatemala op 30 juli 2002. Hij werd het toonvoorbeeld van christelijke barmhartigheid genoemd.

Hij erfde van zijn moeder de toewijding, de vreugde en het gemak om zich uit te drukken met ijver en humor. Als schaapherder vertoefde Pedro veel in de natuur en liet de kudde grazen in de valleien van La Escalona tot aan de stranden van El Médano, waar voedsel in overvloed was en ruimte voor hemzelf om te mediteren en na te denken over de serene dingen des levens.

Na de dood van zijn vader verlaat hij deze levenswijze om de kleine familieboerderij op de berg te runnen. Maar de devote wortelen zitten diep en hij beraadt een leven als missionaris in de nieuwe wereld aan de andere kant van de Atlantische Oceaan waar hij het het evangelie aan de inboorlingen wil overbrengen.

In oude zeilschuit maakt hij anno 1647 – hij is dan 21 jaar – de overtocht. Hij is 23 jaar als hij aankomt in Havana in de loop van het jaar 1649. Na een ziekte met veel hoge koorts staat zijn besluit rotsvast. Hij wil en hij zal missioneren. Na twee jaar verlaat hij Havana en komt, op 18 februari 1651 aan in Guatemala: zijn einddoel.

Daar ging hij werken als Franciscaner, alhoewel hij liever Jezuïet was geworden. Hij had geen academische vorming en bleef bij de Jezuïeten werken, o.a. als tuinier. Hij plantte er een esquisuchil-boom die tot op vandaag bloeit en zette zich vooral in voor de kansarmen, de minderbedeelden en het uitschot van de maatschappij. Hij stierf in Guatemala op 25 april 1667 op 41-jarige leeftijd en werd begraven in de San Franciscokerk in Antigua Guatemala.

Zijn gedenkdag is 24 april en rond deze datum wordt de bedevaart van Vilaflor tot El Médano gelopen. De ‘Ruta del Camino del Hermano Pedro’, vrij vertaald in ‘De route van de weg van Broeder Pedro’ is een organisatie van de gemeenten Granadilla de Abona en Vilaflor de Chasna en wordt ieder jaar door duizenden deelnemers bewandeld.

Deze weg begint 1500 meter boven de zeespiegel in Vilaflor aan El Santuario del Santo Hermano Pedro de bedevaartstempel van Pedro de San José Betancur en eindigt 19 kilometer verder en 5 uur later aan de grot van ‘Hermano Pedro’. 

Meer dan 300.000 personen bezoeken jaarlijks deze bedevaartsplek waar Pedro zich ruim 365 jaar geleden schuil hield om uit te rusten met zijn kudde, om terug op krachten te komen op het einde van de winterperiode om dan terug omhoog te trekken, richting Chasna, nu Vilaflor.

Binnen in de grot staat het heiligenbeeld van de herder en in ieder hoekje, in ieder gleufje, in iedere uitsparing van de muren zitten briefjes van bedevaarders waarop hun smeekbeden geschreven staan. Duizenden papiertje sieren de muren, je kunt er echt niet naast kijken; het geeft je ook een vreemd gevoel.

In de nabijheid van de grot, is er een kleine maar mooie tuin waar onder andere een Esquisuchil is geplant, de boom die ook werd geplant in Guatemala en die bepaalde geneeskrachtige eigenschappen bezit. Deze hebben Hermano Pedro geholpen om bepaalde zieken te genezen.

De route van de Camino del Hermano Pedro wordt ieder jaar gelopen rond half april. Iedereen kan er aan deelnemen. Je moet wel met eigen middelen tot in Vilaflor, daarna op eigen kracht naar beneden, naar la cueva de Hermano Pedro.