Bij het schrijven van dit nieuwsartikel dat uiteindelijk de vorm moet krijgen van een column dacht ik onwillekeurig aan Don Quichot, de vernuftige edelman en hoofdpersonage in de gelijknamige roman van Cervantes. Toen was er reeds sprake van windmolens, maar niet om stroom op te wekken, enkel om tegen te vechten. Tenminste in La Mancha.

Arico is ook een Spaanse gemeente, weliswaar op Tenerife gelegen, die windmolens en zonnepanelen hoog in het vaandel heeft staan. De bijna grootste gemeente op het eiland, maar ook de bijna armste; oppervlakte versus financiën. Burgemeester María Elena Fumero García heeft het mij piekfijn uitgelegd; het gaat om de overheidstoelagen die de gemeenten ontvangen. Hoe meer inwoners in de gemeenteregisters zijn ingeschreven hoe meer centen deze gemeente ontvangt. De grootte van de grondoppervlakte is geen criterium om toelagen te ontvangen en daar duwt het schoentje. Volgens de ‘acaldesa’ zou het net andersom moeten zijn, want een groot landoppervlak is duurder om te onderhouden dan een kleinere area. Niet het aantal inwoners maakt een gemeente duur, wel de grootte ervan. En met een grondoppervlakte van 178 km² en met 43 inwoners per vierkante kilometer is het onderhoud van Arico een dure zaak en moet men daarom ook zelf op zoek gaan naar middelen tot bestaan. Alternatieve middelen zoals het ruraal toerisme en wind- en zonne-energie die de gemeentelijke geldbeugel vullen.

Deze inkomsten haalt men enerzijds uit het toerisme, maar niet dat soort dat je overal terugvindt. In Arico wordt ruraal toerisme aangeboden en dat slaat aan. De gemeente verhuurt huisjes binnen haar landgebied aan toeristen die het drukke Engelse zuiden willen ontvluchten en willen schuilen in een oase van rust en ongerepte natuur. Door het aanbod goedkoop te houden overtreft de vraag het aanbod en moet de gemeente op relatief korte termijn haar marktaandeel vergroten.

Anderzijds worden inkomsten gehaald uit de groene parken. Windmolens en fotovoltaïsche panelen staan her en der opgesteld binnen de gemeentegrenzen. Niet zomaar hier en daar een zonnepaneel of een windmolen, neen, netjes verspreid in een aantal parken. Negentien zonneparken en twee windmolenparken zorgen niet alleen voor groene ecologisch stroom, ze zorgen ook voor verantwoorde inkomsten in de gemeentekas.

De parken zijn allemaal gelegen ten noorden van de snelweg TF-1 omdat het gemeentebestuur de esthetische waarden van de kustlijn wil bewaren. Geen slagschaduw op de huizen en in de omgeving van onze inwoners, is het devies. En zo werden de parken Mogan (gelegen ten noorden van Porís de Abona) en La Esquina (tussen de Abades en Villa de Arico) buiten de bewoonde gebieden neergezet.

Door haar groene ecologische ingesteldheid krijgt de gemeente aldus de vraag om nog meer ‘groene dinges’ te plaatsen. Er werden niet minder dan 30 projecten ingediend op de technische dienst van de gemeente. 

Dertig windenergetische projecten die evenveel windturbines moeten neerpoten binnen het gemeentelijk gebied. Het is duidelijk dat de gemeente dit initiatief zal ondersteunen.
De molens worden omschreven met een overtreffende trap van het woord ‘groot’. Ze zijn zo hoog als een appartement met 68 verdiepingen. De afstand van de basis tot aan de top van de bovenste schroefblad  bedraagt liefst 160 meter. Monsterlijk groot. En elke windmolen zal 6 tot 8 turbines voeden die de stroom moet opwekken.

Wat een aantrekkelijk aanbod, daar kun je toch geen neen tegen zeggen. Juist, alleen vragen de promotoren van het nieuwe windmolenproject om vier van deze monsterlijk grote ‘dinges’ te plaatsen in de kustzone en dat staat rechtlijnig tegen het morele devies van de gemeente. 
De burgemeester van Arico, Elena Fumero, is resoluut gekant tegen de installatie van de parken in kustgebieden omdat de smalle strook zich uitstekend leent voor het kusttoerisme, in al haar vormen. Zij wil de buurten rond Tajao, La Jaca, Abades, Punta de Abona en Las Maretas niet visueel verontreinigen. Negativiteiten veroorzaakt door een windmolen zoals zoefgeluiden, trillingen en flikkereffecten horen daar niet thuis. Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor het opmaken van het strategisch plan. Deze grieven zullen zeker genotuleerd worden zodat de eilandregering, verantwoordelijk voor het uitreiken van de vergunningen, er rekening mee kan houden. 

Het gemeentebestuur zet twee voorname humane zaken bovenaan; de buurtgemeenschap wordt binnen dit gegeven onder geen enkele voorwaarde geschaad en het naar beneden halen van CO², door het aanspreken van hernieuwbare bronnen, is van belang voor de toekomst van de mensheid, ook op dit eiland. Een mooie filosofie… Viva Arico ¡Viva!