Een mooie zomer in de Lage Landen is anders dan een mooie zomer op een Canarisch eiland. Na een paar flinke zomerdagen op het Europese continent is het meestal prijs: de hitte en de hoge luchtvochtigheid vormen een dodelijke cocktail om iedere keer, ná een paar warme dagen, zwoel weer en daarna zware onweders over de contreien te sturen. Op Tenerife schijnt de zon bijna elke dag overvloedig en toch ontsnapt het eiland aan dit Midden-Europees weerfenomeen. 

Geen regen op Tenerife, toeval of niet? Nee, dit berust niet op toeval. Het weer is gebaseerd op de ‘algemene circulatie’ op aarde, de grote motor achter het weer en het klimaat.

De Canarische archipel staat ca. 90% van het jaar onder invloed van de subtropische hogedrukgordel die tussen het Caraïbisch gebied en Marokko gelegen is. Het zwaartepunt is vaak te vinden rond de eilandengroep van de Azoren waardoor men op de Canarische Eilanden vrij vaak aan de zuidoostelijke flank van deze hogedrukgordel bivakkeert. Grootschalige daling van lucht vanaf grote hoogte is dan het gevolg. Deze daling van lucht kenmerkt de aanwezigheid van een hogedrukgebied, hetgeen ook zichtbaar gemaakt kan worden door metingen met weerballonnen.

De daling van lucht resulteert in een verwarming van de lucht naarmate deze lager komt. De temperatuursverhoging zorgt tegelijkertijd voor het langzaam uitdrogen van de lucht waardoor de bewolking, zeker boven de 1.500 meter, meestal geen enkele kans krijgt. De warme luchtlaag boven de 1.500 m noemen we een inversie en ligt als een deksel op een pan zodat alle opstijgende lucht daaronder gevangen blijft. En precies de inversie verhindert deze kenmerkende  ontwikkeling van regenwolken op en rond de subtropische eilanden. 

Voor het ontstaan van buienwolken hebben we een lang traject nodig waarin lucht kan blijven stijgen en afkoelen. De opstijgende luchtbellen blijven warmer dan de omgevingstemperatuur en blijven zodoende lichter waardoor ze dus blijven stijgen. Zo kunnen immense wolkentorens ontstaan die zich pas op 8 km of hoger uitspreiden in onweerswolken met een karakteristiek aambeeld, cumulonimbussen genaamd. 

De neerslag vormt zich tijdens de wording van deze wolk en de bui is geboren. We hebben dan te maken met een onstabiele atmosfeer. In geheel Europa komt deze toestand geregeld voor en dan lezen we in de kranten over de overstromingen die de zware buien weer aangericht hebben. Op de Canarische Eilanden is het meestal alleen tussen het aardoppervlak en 1.500 meter onstabiel. Er kunnen zich cumuluswolken of stapelwolken vormen die hooguit een middelmatig aanzien krijgen. De bui blijft dan uit omdat de opstijgende lucht niet verder komt door de inversie die dit verhindert en verdere stijging tegenhoudt. Gevolg: de cumulussen ontwikkelen zich in de loop van de dag weer uit tot platte stratocumulussen, de wolken die we rond de eilanden vaak zien.

Toch heb je wellicht regen en buien meegemaakt op Tenerife! Dat is perfect mogelijk: er zijn gemiddeld een twintigtal regendagen. In het noorden al wat meer dan in het zuiden. Vergelijken wij dat met de Lage Landen dan komen we aan 200, jawel, tweehonderd.
Dan wordt het normale 
patroon enkele dagen verstoord door bijvoorbeeld een depressie die tot het gebied weet door te dringen en zeker wanneer koudere lucht bovenin wordt aangevoerd. Dan wordt de inversie tijdelijk opgeruimd en kan de lucht gemakkelijk verder stijgen. Buien zijn dan het gevolg. Soms lichte maar soms ook hele zware die tot 2 dagen kunnen aanhouden! Op 11 december 2013 was dit bijvoorbeeld het geval. Veel regen veroorzaakte zware overstromingen; de alles verzwelgende waterstromen die massaal uit de bergen neerdaalden en de barrancos deden overstromen  veroorzaakten veel leed en waterellende. In Santa Cruz viel er 141 liter regenwater per kubieke meter. Vergeleken met de jaarlijkse regenval van gemiddeld 800 liter in de Lage Landen, is dit waanzinnig veel.
Op Tenerife komt 
gemiddeld één onweersdag per jaar voor. Buien kunnen ietsje vaker voorkomen.

Geen regen op Tenerife? We kunnen kort afsluiten: buien… weinig, maar als ze vallen, hou je dan maar vast aan de takken van de bomen. Tenminste als die blijven staan!