Btw of omzetbelasting is een indirecte verbruiksbelasting die de overheid heft op de verkoop van producten of diensten. In België bestaat de btw sinds 1 januari 1971, in Nederland sinds 1 januari 1969. In Spanje werd later, op 28 december 1992 en op advies van Europa, de Spaanse btw of iva (impuesto sobre el valor añadido) ingevoerd.

Op Tenerife betaal je geen belasting op de toegevoegde waarde, hier betalen wij igic (impuesto general indirecto canario) of gewoonweg een Canarische taks. De reden waarom binnen deze Europese entiteit geen btw wordt gerekend moeten wij zoeken in de geschiedenis, de politiek, de geografie en de sociale en economische voorzieningen van deze eilandengroep die geografisch verenigd is in de ZEC of de Zona Especial Canaria.

Na de verovering van de Canarische eilanden door de Spanjaarden in de 15de eeuw moest er zaad in het bakje komen om deze veroveringen te financieren. Iedereen moest bijdragen, ook de lokale Canarische bevolking, maar in mindere mate dan de rijkere Spanjaarden.
Het koninklijk besluit van 11 juli 1852, beter bekend als Decreto Bravo Murillo beschrijft de criteria van de internationale handel naar de Canarische eilanden. Om dit te ‘promoten’ werden de import- en exporttaksen zeer laag gehouden.

In 1912, na 12 jaar toepassing van de Ley de Cabildos wordt deze afgeschaft. Daarin stond dat alle leningen via het vasteland moesten gebeuren. Nu kunnen Canarische instanties de beginselen van hun financiële groei zelf aanpakken.
Daarna moeten de inwoners van de archipel nog 70 jaar wachten tot een wet wordt goedgekeurd waarin gestipuleerd staat hoe de Canarische belasting wordt gestructureerd en hoe deze harmonisatie invloed heeft op de insulaire ‘luxebelasting’.

Deze belangrijke wet moet in 1982 terug aangepast worden omdat de Spaanse Grondwet voorziet in de statuten van ‘Canarias’ met als hoogtepunt de oprichting van de autonome Canarische Eilanden.
Als Spanje toetreedt tot de Europese Gemeenschap in 1986 wordt deze door het Arbitragehof opnieuw gedwongen tot het aanpassen en het wijzigen van de belastingregels die betrekking hebben op de Canarische Eilanden.

Op 6 maart 1990 wordt een wet goedgekeurd die van toepassing is op de export van alle Canarische producten. Een jaar later wordt de wet Ley 20/1991 gepubliceerd maar deze treedt maar twee jaar later in werking. Alsof dat nog niet genoeg was traden alle eilanden van de Canarische archipel in 1991 toe tot de unión aduanera – de douane-unie – zonder toepassing van btw. De aanslagtarieven van de taksen werden toen berekend op 0, 2, 5 en 13%.

Ook de absolute afhankelijkheid van het toerismebeleid en de eigen economie hebben bijgedragen tot een verlaagd belastingniveau. De igic-toepassingen zijn aanzienlijk lager dan de gebruikte btw-tarieven op het vasteland; niet zo onopmerkelijk met een dergelijke voorgeschiedenis. Zonder deze voorbeschouwing is het moeilijk te begrijpen hoe een territorium binnen Europa toch ontsnapt aan de Europese regelgeving inzake de belasting op toegevoegde waarde.

Het toepassingsgebied zijn alle Canarische eilanden, de territoriale wateren en het luchtruim tot 12 zeemijl rondom de archipel.

Er bestaan een aantal gradaties in de IGIC-toepassing.
Tipo cero – Type nul: 0%
Reducido – Verlaagd: 3%.
General – meest gangbaar: 7% (opgelet: zie update)
Incrementados – verhoogd tarief: 9,5% en 13,5%
Especiales – speciale tarieftoepassingen: 20%-35%

Wat je betaalt aan taks en op welke artikelen de diverse taksen worden gerekend kun je hier lezen.
0% is van toepassing op waterleveringen, geneesmiddelen en gezondheidsgoederen voor mens en dier, op boeken, kranten en tijdschriften, op gesubsidieerde huisvesting, op voedingsmiddelen en op luchttransport van passagiers. Op een resem basisproducten zoals het gewone brood, meel en granen voor verwerking, melk en melkpoeder, kaas, eieren, vruchten, groenten, natuurlijke knollen, vlees en vis die niet verwerkt zijn, geneesmiddelen voor mens en dier, levering van olie, biodiesel, bio-ethanol, biomethanol en leveringen van goederen voor onderzoek en technologische ontwikkeling op het gebied van astrofysica.

3% is de gebruikelijke toeslag in de mijnbouw, de chemische industrie, de textielsector, de houtindustrie, de papierindustrie, vervoer over land en herstellingen van vervoermiddelen.
Productie, transport en distributie van elektriciteit, gas, stoom en warm water, produceren van plantaardige en dierlijke oliën en vetten, slachten van vee, vleesverwerking en -bereiding, textiel- en lederindustrie, schoeisel en  kleding, hout-, kurk- en houtmeubelproductie, vervaardigen van pulp, papier en karton, rubber- en kunststofverwerkende productieprocessen, brillen op sterkte en contactlenzen, rolstoelen, producten, machines  en werktuigen die op passende wijze kunnen gebruikt worden in de landbouw-, bosbouw- of veeteeltactiviteiten,  op bloemen, levende sierplanten, zaden, bollen, stekken en andere producten van plantaardige oorsprong.
In Spanje bedraagt dit 10%.

7% geldt voor goederen en diensten in het algemeen die niet onderworpen zijn aan de andere takstarieven. In Spanje is dit 21%. (opgelet: zie update)

13,5% wordt getaxeerd op luxesigaren die meer dan 2,5 euro per stuk kosten. Op samengestelde gedistilleerde dranken, likeuren, aperitieven en andere dranken op basis van natuurlijke alcohol, evenals alcoholische extracten en concentraten die geschikt zijn voor de vervaardiging van afgeleide dranken. Op sieraden, munitie; op bontproducten, op jachtgeweren, met inbegrip van luchtdrukwapens en andere lange vuurwapens, waarvoor de kostprijs per eenheid 270,46 EUR of meer bedraagt en op patronen voor jachtgeweren wanneer deze meer dan 0,10 euro per eenheid kosten.
Op juwelen, sieraden, edelstenen en halfedelstenen, natuurlijke en gekweekte parels, voorwerpen die geheel of gedeeltelijk van goud, zilver, platina, rhodium, palladium, edelstenen en halfedelstenen, natuurlijke en gekweekte parels.
Zakhorloges, polshorloges, tafelklokken, voethorloges en  wandklokken die meer dan 120,20 euro per stuk kosten.
Wij vervolledigen de lijst met glaswerk en keramiek, tapijten, parfums, deodorants en extracten.

20% igic wordt gerekend op zwarte tabak (rol- of pijptabak) en 35% op blonde tabak (sigaretten).

Het valt op dat alle primaire behoeften onder een zeer lage igic-taxatie vallen. Het ongezonde roken daarentegen wordt het strengst aangepakt.
Deze lage takstoepassing is één van de oorzaken waarom het leven op de Canarische Eilanden ruim 30% goedkoper is vergeleken bij de levenskost in de Lage Landen.

UPDATE 01-01-2019
TAKSVERLAGING EN AFSCHAFFINGEN

Elk jaar, per 1 januari verandert er wel wat aan regels en reglementen. Overal ter wereld is dit de schanierdatum waarop bestaande spelregels veranderen of waarop nieuwe spelregels op ons afkomen.
Op Tenerife, en bij uitbreiding de Canarische Eilanden, is dit niet anders.
Meestal is er sprake van een wetsaanpassing waarbij de bevolking de verandering gelaten aanvaard, vooral als het over financiële aspecten gaat. We worden het stilaan gewoon, er is altijd wel iets dat duurder wordt.

Maar deze keer hebben we goed nieuws. Het leven wordt niet duurder, integendeel, het wordt goedkoper. De Canarische overheid heeft voor bevolking een ideaal nieuwjaarsgeschenk in de vorm van een daling en zelfs de afschaffing van de regionale taks IGIC (Impuesto General Indirecto Canario) op bepaalde diensten en producten.
Dat kunnen lezen in het BOC N° 252 van maandag 31 december 2018 – 6087. HIER kun je het zelf lezen.

Wij vatten deze wet kort samen.
De meest gangbare aanslag van 7% op veel producten en diensten is verlaagd naar 6,5%, als deze niet onder een of andere uitzonderingsclausule vallen. Dat heeft een kostenplaatje van 200 miljoen euro.
Wat bijzonder in het oog springt is de 0%-toepassing op elektriciteit en op sommige voedingsartikelen, zoals speciaal brood, pasta’s en oliën.
Er is in deze wet nog sprake van een verlaging op de eerste twee schijven van de  inkomsten-belastingtarieven met een half punt en van de verhoging van de inkomstenbelastingaftrek voor grote gezinnen.
Verderop in deze wet staat de nieuwe regeling over de verlaging van de successie- en schenkingsrechten. Deze  wordt uitgebreid tot familieleden in de tweede en derde graad.
Vanaf 1 januari worden de successie- en schenkingsrechten op de Canarische Eilanden sterk verlaagd tussen de schenker met broers en zussen en tussen de schenker met ooms en neven. Deze belasting wordt gereduceerd tot bijna niets.

Voor de staatskas bedraagt het totale kostenplaatje voor deze IGIC-verlagingen en dito afschaffing  598,20 miljoen euro.
Deze maatregelen zijn geldig voor alle inwoners op de Canarische Eilanden, inclusief de buitenlandse residenten.
Goed nieuws om het jaar in te zetten.