Een kleine kilometer uit de kust doen ze zich tegoed aan een grote school caballas of zijn het sardinas, dat kan ik niet zien. Tientallen dolfijnen en één vinvis kan ik spotten door mijn Kowa, een monokijker. Een supersterke kijker waarvan de lichtsterkte, de detailweergave en de helderheid zo goed zijn dat ieder detail optimaal in het oog wordt geprojecteerd. Ik kijk mij te pletter naar een schitterend schouwspel, naar een voorstelling hoe zeezoogdieren zich gedragen in de oceaan. Een evenement dat ik nooit op een andere plaats op dezelfde manier zal kunnen beleven.

De maanden maart tot en met juni staan bekend als de beste maanden om een verscheidenheid aan zeezoogdieren te spotten. Ook de rest van het jaar is de kans op waarnemingen vrij groot. Zo kun je het jaar rond tuimelaars, grienden, vinvissen en soms potvissen spotten wanneer je een boot opstapt die 2 tot 3 uur de oceaan rondvaart om je te laten genieten van al dat moois. 

Ik kijk door mijn kijker. Op zich vallen ze niet op maar de meeuwen verraden hun aanwezigheid. Ze zwermen in grote getale boven het zeeoppervlak en storten zich te pletter op kleine visjes of ze snoepen restantjes naar binnen; niet voor niets worden de gaviotas ook wel eens oceaanratten genoemd. De dolfijnen maken haast, ze springen in het rond, uit en opnieuw in het water, in alle richtingen duiken ze ongedisciplineerd door elkaar. Ze zijn aan het jagen en eten hun buikje vol. Wanneer ze voldaan zijn vermindert de activiteit en gaan ze zich rustiger gedragen. Plotseling gaan ze allemaal dezelfde richting uit.
De vinvis verdwijnt nu en dan voor langere tijd onder water. Langzaam zwemt hij de dieperik in en zoekt op zijn manier naar voedsel. Hij eet wat hij vinden kan, maar zoekt geen caballas en wanneer hij terug aan het oppervlak verschijnt perst hij de ingehouden adem in één keer door het ademgat naar buiten, wat resulteert in één grote luchtstroom gemengd met waterdruppels die in de zon weerspiegelen.
Als je lang genoeg naar de oceaan kijkt verraden deze fonteinen ook de aanwezigheid van grienden. Al is de afstand aanzienlijk groot, dat zie je met het blote oog. Dit zoogdierenspektakel zet mij aan om eens wat research te doen omtrent deze sympathieke zwemmers.

Van de 79 soorten walvisachtigen die er wereldwijd bestaan zwemmen er 19 soorten in Canarische wateren rond. Een aantal soorten is reeds uitgegroeid tot 250 exemplaren. De grienden, lokaal gekend onder de naam calderón tropical is de soort die het best gedijt in de oceaan rond de Canarische Eilanden.
Rond Tenerife houden deze sociale en bijna humane zoogdieren zich vooral op in het diep tussen de westkust en de oostkust van La Gomera. Groeit de familie, dan verruimt ook hun territorium. Ze worden het hele jaar door gespot, ze verlaten hun biotoop niet.
Neen, want hun biotoop ligt in de West-Afrikaanse subtropische regio, van vulkanische oorsprong en met grote dieptes op een boogscheut van de kust. Hun voorkeur om hier te gedijen heeft te maken met drie criteria: de kalme wateren, de temperatuur van het water (minimum 18 tot 20° Celsius) en een gemiddelde duikdiepte van 1.500 meter, zelfs tot maximum 2.400 meter.

De absolute reden waarom ze hier gedijen is de voedselrijkdom. De wateren zitten boordevol organische materie; plankton, vis, (reuzen)octopussen en pijlinktvissen; de calamares is de favoriete maaltijd van de potvis of Physeter macrocephalus, zoals de wetenschap deze benoemt. 

Maar er zitten meer zogende waterbewoners rondom Tenerife. Potvissen, zwarte zwaardwalvissen, bruinvissen, gewone (kleine) dolfijnen, gestreepte dolfijnen, snaveldolfijnen, grijze dolfijnen, tuimelaars en slanke dolfijnen. In uitzonderlijke gevallen kun je ook getuige zijn blauwe walvissen en van zwaardwalvissen of orka’s.

Geraamte van een Balaenoptera borealis of Noorse vinvis aan de kust van Los Silos
Een overzicht van de zeezoogdieren die in Canarische wateren verblijven