You are here:---DÍA DE CANARIAS

DÍA DE CANARIAS

De feestdag van de Canarische Eilanden wordt ieder jaar gevierd op 30 mei.

Iedereen weet dat de Canarische archipel bestaat uit twee Spaanse provincies met een onafhankelijk statuut. De oostelijke provincie Las Palmas de Gran Canaria bestaat uit Fuerteventura, Lanzarote, La Graciosa en Gran Canaria, de westelijke provincie Santa Cruz de Tenerife bestaat uit El Hierro, La Palma, La Gomera en Tenerife. Naast 8 bewoonde bestuurlijke eilanden bestaan er nog een aantal onbewoonde eilandjes die als natuurreservaat fungeren; Alegranza, Montaña Clara, Roque del Este, Roque del Oeste en Lobos.

Omdat eilanden territoriaal geen geheel vormen is de structuur van de regering ook opgesplitst over de twee grootste eilanden.

Als je de Canarische archipel geschiedkundig bekijkt moet je terug naar de Grieks-Romeinse mythologie waarin er sprake is van een eilandengroep aan de rand van de gekende wereld zoals het getekend staat op de kaart van Herodoto (circa 450 jaar voor Christus). Men sprak van de ‘Gelukmakende Eilanden’ en de ‘Tuin van Hesperiden’ of van ‘Atlandida’.

Later, ongeveer 50 jaar na Chr., sprak de Griekse wijsgeer Mestrio Plutarco over de eilanden, maar vooral het boek ‘Naturalis Historia’ van Plinio il Vecchio is het eerste bruikbare document dat geschreven werd na een expeditie naar de eilanden in opdracht van Koning Juba II van Mauretanië.

De Romeinen gaven de eilanden namen: Ninguaria of Nivaria (Tenerife), Canaria (Gran Canaria), Pluvialia of Invale (Lanzarote), Ombrion (La Palma), Planasia (Fuerteventura), Capraria (La Gomera) en Iunonia of Junonia (El Hierro).

De Guanches waren de originele bewoners van Tenerife, maar dit woord werd later uitgebreid gebruikt om alle inwonens van alle eilanden te benoemen. De inwoners van deze bevolkingsgroep waren de afstammelingen van Afrikaanse Berberstammen en zij waren etnisch en cultureel verbonden met elkaar. Ze werden door de Feniciërs of door de Romeinen overgebracht; maar dat kan niet met zekerheid beweerd worden.

Recente ontdekkingen laten zien dat de archipel werd bevolkt in twee fasen: eerste fase was Berberse emigratie rond de 6de eeuw vóór Christus en in een tweede fase, rond de 1ste eeuw na Christus, kwamen geromaniseerde Berbers naar Lanzarote, Fuerteventura, Gran Canaria, El Hierro en Tenerife.

Veeteelt (schapen, geiten en honden voor bewaking en soms ook voor consumptie), landbouw (gerst en tarwe = gofio), jacht en visvangst en occasionele fruitoogsten waren de belangrijkste voedselbronnen van deze Canarische Aboriginals.

Zij aanbaden rotsen en bergen: El Teide op Tenerife, Idafe in La Palma en Tindaya in Fuerteventura. De belangrijkste goden van de Guanches waren Achamán (God van de hemel en Opperste Schepper), Chaxiraxi Godin, moeder van de zon, en later geïdentificeerd als de Maagd van Candelaria), Magec (God van zon en licht) en Guayota (de duivel). Uniek was de cultus van de dood en de mummificatie van organen, vooral op Tenerife.

In de 14de eeuw worden de Canarische Eilanden herontdekt door Mallorcanen, Portugezen en Italianen, waarna Christoffel Columbus de archipel zou gebruiken als tussenstop op weg naar de nieuwe wereld. Nog later hebben nieuwe navigatiemiddelen als de octant en de sextant de weg naar dit Macaronesisch gebied vergemakkelijkt.

In 1402 beginnen Jean de Béthencourt en Gadefer de La Salle aan de verovering (in eigen naam) van Lanzarote om van daar uit de ‘orchilla’ te exporteren. Orchilla is een korstmos gebruikt voor het verven van stoffen. Later werkten zij als vazal voor de Koning van Castilië en veroverden zij Lanzarote, Fuerteventura, La Gomera en El Hierro: dit waren de minst bevolkte eilanden van de archipel. La Gomera bleef echter een gemengde bevolkingsgroep van veroveraars en inboorlingen tot aan de “Opstand van Los Gomeros” in 1488. Daar ook verloren de inboorlingen het pleit. Later vallen ook Gran Canaria, La Palma en Tenerife ten prooi van de veroveraars. De Canarische Eilanden worden geregeerd door een Spaanse Koning.

De 18de eeuw werd voornamelijk gekenmerkt door aanvallen van de Engelse zeevloot die, kost wat kost, de eilanden zou veroveren. De beroemde Admiraal Nelson hield een uiterst interessant dagboek bij van deze martelende aanvallen. Met 4.000 man nam hij het op tegen 500 reguliere Spaanse soldaten, een Franse detachement en enkele lokale milities. Op 25 juli 1797 werd Nelson in Santa Cruz de Tenerife verslagen en verdreven.

De economische crisis treft de eilanden door de latere onafhankelijkheid van Amerikaanse koloniën en door het Spaanse protectionisme. Hongersnood sloeg toe en de autoriteiten van grotere eilanden verboden emigratie vanaf de kleine eilanden om zichzelf niet uit te hongeren. Daar startte dan de leegloop; om te overleven trokken veel Canariërs naar Puerto Rico, naar Cuba en naar  andere jonge Amerikaanse republieken. Deze crisis duurt tot midden de 19de eeuw en dan ontstaat er een lokaal economisch systeem: het havendecreet in 1852 zorgde voor commerciële vrijheid en mede door de exploitatie van de ‘cochinilla’, een insect dat de rode kleurstof moet leveren. De commerciële belangen met Engeland herstellen snel omdat de Engelsen de kleurstof nodig hebben in hun exploderende textielbranche. Met deze kleurstof reizen nu ook bananen en tomaten mee naar Europa.

Een volgende stap in de civilisatie van de eilanden is de rivaliteit tussen de steden Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas de Gran Canaria, die beide de ‘hoofdstad’ opeisen. Na decennia van meningsverschillen worden er in 1927, tijdens de dictatuur van Primo de Rivera, twee provincies opgericht die tot op vandaag bestaan. Enkel de Canarische onafhankelijkheid werd afgeweerd, eerst door een insulaire rechtszaak, daarna door dictator Franco himself die als Commandant-Generaal werd aangesteld van de Canarische Eilanden.

De Spaanse burgeroorlog en de oorlog met Marokko om de Westelijke Sahara werken contraproductief en pas na de dood van Franco in 1975 moet alles terug genormaliseerd worden. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Er ontwikkelt zich een nationalistische beweging, Pueblo Canario, maar deze kan een onafhankelijkheid niet realiseren.

Na de goedkeuring van de Spaanse grondwet begon het debat over de uitwerking van het statuut van de autonomie van Canarias, die finaal in augustus 1982 wordt goedgekeurd. De Canarische eilanden krijgen meer bevoegdheden als autonome regio maar pas in 1996 krijgt de gedeeltelijke hervorming een volwaardig statuut.

30 mei wordt erkend als de feestdag van de Canarische eilanden. Deze dag staat voor de verjaardag van de  eerste zitting, voorgezeten door Pedro Guerra Cabrera, van het Canarische Parlement op 30 mei 1983, waarvan de notulen 10 maanden na datum verschenen in het BOC, het Boletín Oficial Canarias of het ‘Staatsblad’ van de Canarische archipel.

Tot op vandaag hebben de eilanden een onafhankelijk bestuur binnen een onafhankelijke regio van Spanje.

En nog steeds zijn er actiegroepen die alsmaar luider roepen op onafhankelijkheid, maar zover zijn we nog niet.

 

By |2018-06-05T18:12:35+00:00mei 30th, 2016|Categories: Geschiedenis|Tags: , , , , |0 Comments

About the Author:

Actief binnen een redactioneel en journalistiek netwerk heb ik Tenerife kunnen binden in mijn geschrijf. Het eiland waarop ik reeds decennia lang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van talloze artikels die door Marc Engels worden geredigeerd. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het bindmiddel is. Wat daar uit vloeit wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet, ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

Leave A Comment