maandag, oktober 3, 2022
spot_img
HomeBlogNieuwsDE GESCHIEDENIS VAN DE RAFFINADERIJ

DE GESCHIEDENIS VAN DE RAFFINADERIJ

De olieraffinaderij in Santa Cruz is sedert mensenheugenis prominent aanwezig aan de rand van de hoofdstad Santa Cruz in de nabijheid van het congrescentrum Recinto Ferial, het Parque Marítimo César Manrque, het Palmetum en het Auditorio Adán Martín. In de raffinaderij werd tot voor kort ruwe aardolie verwerkt tot een reeks hoogwaardige koolwaterstoffen zoal LPG, kerosine, diesel en basisstoffen voor de chemische industrie. Na 92 jaar activiteit verdwijnt de raffinaderij uit de hoofdstad, dat kan HIER worden gelezen.

In 1929 kwam ene heer Preckler vanuit Barcelona in Santa Cruz aan met als doel een antwoord te geven op de vraag naar brandstof voor schepen die in de haven aankwamen. Tijdens een ontmoeting met de burgemeester van Santa Cruz, Santiago García Sanabria, en de voorzitter van de Raad voor Havenwerken, Eloy Sansón, legde hij hen de mogelijkheid uit om voor rekening van ‘Bethlehem Steel’ een olieraffinaderij op te bouwen in de hoofdstad op de landerijen van de boerderijen Pepe Concha en Las Monjas, gelegen in het zuidelijk kustgebied van de hoofdstad. 

Ponton

Geconfronteerd met de concurrentie die de op handen zijnde inwijding van de raffinaderij met zich meebracht, kwam op 2 februari 1930 de Engelse olietanker Trophom van de Shell-maatschappij uit Curaçao aan. Deze tanker moest dienen als ponton voor de bevoorrading op zee en werd op 5 mei 1930 in gebruik genomen door de kruiser Almirante Cervera, van de Spaanse marine. Een volgende tankbeurt zou op 21 september worden uitgevoerd door de Plus Ultra van de Trasmediterránea-maatschappij. De laatste lading brandstof voor het ponton werd gebracht door de Noorse tanker Storaas, op 29 januari 1931.

De raffinaderij

De opbouw van de raffinaderij nam acht maanden in beslag, en werd ingehuldigd op 29 november 1930. Een paar dagen voordien was de eerste Royal Navy tanker El Oleander aangekomen, met 7.500 ton Venezolaanse ruwe olie aan boord. De tweede lading, bestemd voor de opslagplaatsen van Cepsa, kwam aan op 30 januari 1931, aan boord van de olietanker Fontenac. Het eerste vrachtschip dat op Tenerife de brandstoftanks vulde was de Hausten. In principe had de raffinage-eenheid een capaciteit van 5.000 vaten per dag, wat overeenkomt met 250.000 ton per jaar. De geproduceerde olieproducten waren bestemd voor het Spaanse schiereiland, de eigen eilandmarkt en de bevoorrading van schepen in de haven.

Crisis

De wereldwijde economische crisis in de jaren dertig dreigde een einde te maken aan de nieuw geïnstalleerde industrie, aangezien de fabricage-, overslag- en transportkosten niet onafhankelijk konden worden voorzien. Na een proefperiode wordt er opnieuw geïnvesteerd waardoor de capaciteit wordt verdubbeld en een grotere variëteit aan producten van betere kwaliteit wordt verkregen.

De Spaanse burgeroorlog brengt de raffinaderij weer in moeilijkheden, maar dankzij haar autonomie blijven er geraffineerde olieproducten worden gemaakt. Eerst is er een grote bedrijvigheid, daarna zorgde de tweede wereldoorlog voor oponthoud door gebrek aan olietankers om de grondstof aan te voeren.

Graffiti

Aangezien de raffinaderij was ingebed in een stadsgedeelte dat een grote toeristisch aantrekkingskracht had en werd ontwikkeld tot een recreatiegebied, was het noodzakelijk om de uitstoot van gassen onafgebroken te monitoren en daarvoor werden de schoorstenen uitgerust met sensoren. Tegelijkertijd werd ernaar gestreefd om het zicht van de opslagplaatsen te verfraaien en werden er kleurige afbeeldingen aangebracht door enkele Canarische graffitikunstenaars.

De raffinaderij produceerde vloeibaar petroleumgas (propaan en butaan), benzine (513.000 ton/jaar), Jetfuel of kerosine (541.791 ton/jaar), olie en brandstoffen voor motorvoertuigen. Sinds 1964 beschikt de raffinaderij over een eigen laadperron in La Hondura om de gevaren, die kunnen ontstaan door het laden van brandbare producten, buiten de stad te houden. De aanlegkade is 118 meter lang en daaraan kunnen tankers tot 25.000 ton aanmeren. Er kon tot 1.250 ton per uur brandstof worden geladen.

Schepen

Vanaf dit ponton werden er petroleumproducten vervoerd naar de verschillende Canarische Eilanden en naar Ceuta en Melilla, twee Spaanse enclaves in Noord-Afrika.

De tankers die deze taak uitvoerden waren de Mencey, die tot 6.000 ton brandstof kon vervoeren, de Nivaria (5.000 ton gasolie), de Herbania en de Junonia met respectievelijk 1.000 ton benzine en asfalt en de Guanarteme die propaan en butaangas vervoerde.

TERUG NAAR STARTSCHERM

Abonneer op onze nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van het laatste Tenerife Nieuws!
close
Abonneer op onze nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van het laatste Tenerife Nieuws!
Guy Devos
Guy Devoshttp://www.tenerifeconnect.be
Ik heb Tenerife steeds een centrale plaats gegeven en heb het eiland binnen mijn redactioneel en journalistiek netwerk steeds kunnen binden in mijn teksten. Het eiland waarop ik reeds decennialang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van twee boeken, talloze artikels, columns en proza. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het zetmeel is. Het resultaat wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet ..., ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

- Reclame -spot_img

POPULAIR

- Reclame -spot_img

COLUMN GUY

COLUMN KIM

FRANSE COMPLIMENTJES

OVERDAAD SCHAADT

- Reclame -spot_img

WEETJES

VALLENDE STERREN (4)

CUEVA DE BENCOMO

OVERAL TAXI’S