De grootste gemeente van het noorden met ruim 34.000 inwoners op negen vierkante kilometer is een pareltje. Gescheiden van de toeristische en zuidelijk gelegen enclaves door de Teide ligt Puerto de la Cruz vredig in de Orotavavallei in het noorden van Tenerife. Er zijn een aantal zaken die de stad aangenaam vertoeven maken. De sfeer is er onwaarschijnlijk, ondanks dat het toerisme de belangrijkste economische activiteit is. Je voelt er de massa niet, je voelt er de drukte niet. In niets te vergelijken met Santa Cruz en nog minder met de zuidelijke toeristische gebieden die weinig cultuur uitstralen.

Aan de kust ligt het kunstmatig aangelegde Lago Martiánez, in de jaren ’70 ontworpen door César Manrique die elementen uit de traditionele Canarische architectuur heeft gebruikt om in de oceaan een ontspanningscentrum aan te leggen met als blikvangers de verschillende zeezwembaden.
Tuinen, terrassen en eethuisjes vormen de rest van het tropisch decor in een subtropische regio waar aangename momenten te beleven vallen. In de categorie ‘historische tuinen’ is het domein als cultureel erfgoed erkend. Zo’n slordige 30.000 m², geschikt voor plezier en vertier. Het domein strekt zich uit vanaf Punta Brava tot aan het Castillo de San Felipe in het westen van de stad. Vlakbij ligt het grotere zwarte lavastrand van Playa Jardín, eenvoudig en ongerept.

De botanische tuin Jardin de Aclimatacion de La Orotava is een adembenemende locatie vol weelderige tropische vegetatie waar fauna, flora en wetenschap hand in hand gaan. Het park is onderverdeeld in tal van tuinen en parken en werd aangelegd in 1877 in opdracht van koning Carlos III. Met zijn 20.000 m² biedt de tuin onderdak aan meer dan 4.000 planten en bomen van over de hele wereld. De plantenshow wordt gestolen door de ficus, een boom waarvan de weelderige wortelgroei boven de grond steekt en daarmee spant deze tweezaadlobbige boom de ‘kroon van de fascinatie’.

Het centrum van de stad is een unicum. Nergens zijn er zoveel ijssalons als in Puerto, nergens zijn er zoveel barretjes en eethuisjes. Op straat kom je artiesten, kunstenaars en venters tegen. Puerto de la Cruz was de eerste toeristische topbestemming in Tenerife. Hier kwam ook Michel Huygen terecht vooraleer hij het zuiden opzocht waar hij later het familieresort Ten Bel oprichtte. Deze aantrekkelijke en bruisende badplaats was steeds de place to be van rijke families die de oase van weelderig groen en rust opzochten. Het gebied rond het oude pittoreske vissershaventje is bezaaid met stenen straatjes waar traditionele bars in koloniale stijl zijn gevestigd. Verspreid liggen mooie, kleine en grotere winkels die dure waren verkopen of traditionele spulletjes.
Het kleine vissersdorp is uitgegroeid tot een belangrijke havenstad en in de oude kern treft de bezoeker pittoreske hoekjes zoals de Plaza de Charco, San Telmo en de oorspronkelijke havenpier.

Puerto de la Cruz bevat een aantal bouwwerken die de moeite waard zijn om te bezoeken. Aan de kust, langs de zeedijk, staat de Capillo San Telmo. Deze witte kapel stamt uit de achttiende eeuw en vormt een mooi plaatje langs de slenterpromenade. Mooier en nog ouder is de Iglesia de San Francisco uit het jaar 1600. Dit is een kerk in een typisch Canarische stijl. In het westen van Puerto de la Cruz staat het Castillo San Felipe. Dit fort biedt een mooi uitzicht over Playa Jardín en op het wat verderop gelegen Punta Brava.

Puerto de la Cruz is een plek voor iedereen. Ga je alleen of met zijn tweetjes, met het gezin of met vrienden, steeds weer wordt ieder individu geboeid door deze fascinerende stad. Er is voor elk wat wils. Ook cultuur ontbreekt niet en hier wordt de functionele harmonie van de huidige stad gekoppeld aan de traditionele waarden van het kleine vissersdorpje dat Puerto was in het begin van de vorige eeuw, vooraleer het massatoerisme hier toestroomde.

Wat u niet mag overslaan is de zeedijk San Telmo, La Casa de las Aduanas of het oude douanehuis, de visserswijk La Ranilla, de kerk Nuestra Señora de la Peña en het Taoropark dat als een groene gordel om de stad ligt. De grond in de Orotavavallei is ontzettend vruchtbaar tot aan de gordel van het pijnbomenwoud, die de grens vormt tussen de groene kustzone en het ruwe berggebied richting de Teide.
Bovendien is het koeler verblijven in de zomer, maar het is killer en vochtiger in de winter als we dit vergelijken met het klimaat in het zuiden.

Kortom, een stad vol verrassingen die een daguitstap verantwoordt en die je je nog lang zal herinneren.

Foto: Marina Van der Haegen