Op een paar kilometer van lcod de Los Viños ligt Garachico, een pittoresk dorpje aan de woeste noordkust. Eens was deze plaats, dank zij haar bloeiend havenverkeer, het commercieel centrum van Tenerife. Vandaag is toerisme de belangrijkste bron van inkomsten. Toch heeft Garachico dat typisch authentieke, dat zo eigen is aan Tenerife, weten te behouden. Garachico betekent in het Nederlands ‘kleine steen’.

Reeds tijdens het aanrijden zien we El Roque majestueus op het water liggen. Je gelooft me vast niet als ik schrijf dat het islote een oppervlakte heeft van 5 hectare. Dit kleine puntje dat vlak voor Garachico in de oceaan ligt heeft een grootte van vijf keer de Markt van Brugge. Bijna onvoorstelbaar.
In 1987 werd het kleine eilandje opgenomen in het beschermd patrimonium onder de naam Paraje Natural de Interés Nacional del Islote de Garachico. In 1994 veranderde de naam en op vandaag heet het officieel Monumento Natural del Roque de Garachico.

De geologische torenformatie bestaat uit basaltlagen; het eilandje ontstond door zee-erosie. Het duurde eeuwen eer het op natuurlijke wijze werd geïsoleerd van het vasten(ei)land door het schuur- en wrijfwerk van wind en golven. De enige bewoners zijn de Madeirastormvogeltjes, de grote pijlstormvogel en de Bulwers stormvogel. Het eilandje is begroeid met de Cardonal-Tabaibal, een struik die enkel maar op de Canarische Eilanden voorkomt.

Het is leuk vertoeven in de ongedwongen sfeer die deze gemeente uitstraalt. De restanten van een oude site met een uitgesproken Spaans karakter doet ons blijvend herinneren aan haar rijke geschiedenis.
De prachtige kustlijn, de zeezwembaden die elke keer bij vloed van vers water worden voorzien, de statige herenhuizen, de typische Canarische, in hout gesculpteerde balkons, de leuk beschilderde vissershuisjes en het aangeboden borduur- en kantwerk zijn de componenten die aan Garachico het gezicht van vandaag geven. 

In de jaren die volgden op de Spaanse bezetting werd de natuurlijke haven van Garachico vlug bekend als ideale laad- en losplaats voor vrachtschepen. Toen Alonso Fernández de Lugo zijn militaire activiteiten staakte, was de baai uitgerust met allerlei scheepsfaciliteiten en was het stadje Garachico gegroeid tot een florerend handelscentrum.
Rijke families uit Genoa arriveerden om munt te slaan uit de tal van nieuwe mogelijkheden die zich aanboden. Garachico stond toen lokaal bekend als de Rado del Genovés of de Genoa-straat. De vruchtbare Orotava-vallei zorgde voor een massale uitvoer van groenten en vruchten naar het Europees continent.

In de 17e eeuw beleefde Garachico het hoogtepunt van haar bloei. De Europeanen en vooral de Engelsen ontdekten een nieuw product uit Tenerife: de Malvasiawijn. Verder bestond er een handel van producten uit verre landen die met imperiale vloten werden aangevoerd. Op 11 december 1645 zorgden zware regenvallen dat het dorpje onder de modder en stenen werd bedolven. Meer dan honderd mensen kwamen hierbij om het leven en tenminste 40 schepen werden door de noodsituatie tot zinken gebracht. Garachico kwam deze schok te boven.

Maar op 5 mei 1706 was het voorgoed gedaan met het voorspoedige Garachico. Eén van de “Narices del Teide” scheurde open en stuwde kolkende lava naar buiten. Gelukkig stroomde de vulkaanrivier in een traag tempo zodat alle bewoners van de stad, te voet, te paard of al zwemmend naar de vlakbij gelegen rots, tijdig konden ontkomen. De lavarivier splitste zich op in twee stromen: één richting de haven die volledig werd vernield en het oceaanwater aan het koken bracht en de andere die alle huizen, handelspanden, magazijnen, de parochiekerk en het Santa Clara klooster in de as legde. Van de Santa Anakerk bleven alleen de voorgevel uit de 16de eeuw en de zuidelijke deur uit de 17de eeuw over. De rest van de kerk werd volledig verwoest. De kerk die er nu staat dateert uit de 18de eeuw.
De stad lag onder een laag zware rotsen, de wijngaarden en pijnbossen die eerder weelderig het landschap versierden waren in een etmaal getransformeerd tot een kaal en dampend landschap. Vele machtige handelslieden emigreerden naar Puerto de la Orotava (tegenwoordig Puerto de la Cruz) en Santa Cruz omdat er in Garachico niets meer te verdienen viel.

In de mooie Santa Anakerk bevinden zich enkele uitzonderlijke kunstwerken. Er is een retabel uit de 17de eeuw in de Cappella de Santissimo, een barok doopvont uit dezelfde eeuw en twee houtsnijwerken van Luján Pérez in de Cappella Maggiore: één siert San Joaquín, de andere Santa Ana. Verder is er ook een kruisiging die aan Martín de Andújar is toegeschreven. Het monumentale patrimonium van Garachico houdt hier niet mee op. Er zijn vele herenhuizen, zoals die van Conti della Gomera (17de eeuw) en vele kloosters. Het 17e-eeuwse Santo Domingo en het 18e-eeuwse San Franciscusklooster zijn zeker een bezoek waard.

Het kasteel van San Miguel, de oude militaire burcht die in 1575 onder de auspiciën van Garachico werd gebouwd, krijgt een aparte vermelding. Vanaf de hoogte op het bastion uit grijssteen hebben de Spaanse troepen meerdere malen de piraten verdrongen die de kust aanvielen. Dit kasteel is één van de weinige 16e-eeuwse gebouwen, die na de vulkaanuitbarsting van 1706 zijn overgebleven. De architectuur komt met vele andere 15e- en 16e-eeuwse Canarische burchten overeen. Typisch zijn de hoge muren, in grijze stenen opgetrokken, de uitkijkposten en de kantelen, de klokkentorens die dienden om alarm te slaan, de schildwachthuisjes en de heraldische tekens boven de enige toegangspoort. Het ongeschonden symbool van Garachico.

Garachico is het mekka van de houtsnijkunst en daarvoor staan de schitterende balkons garant. Je moet beslist het Casa de Los Balcones bezoeken, een aanrader. Maar ook het Centro Artesanal El Limonero en de tabakswinkel Tabacos Arturo annex museum zullen de aandacht genieten.

De eethuisjes zijn typisch Canarisch, de vergezichten adembenemend en de kuststrook imponerend. Een dagje uit naar Garachico zal je beslist aangenaam bevallen. Eens uitproberen?