Een natuurlijk gegeven dat we reeds leerden kennen van in de lagere school is dat de zon opkomt in het oosten en weer ondergaat in het westen.
🎶🎵 … ja mevrouw, ja meneer, op school geleerd … 🎵 🎶

De zonsopgang is het moment waarop het eerste stukje van de zon boven de oostelijke horizon verschijnt en daaraan gerelateerd, is de zonsondergang het laatste stukje zichtbare zon die we zien ondergaan boven de westelijke kim.

Wie naar Tenerife afreist of er regelmatig heen gaat, merkt duidelijke verschillen op in tijdstippen waarin de zon een hoofdrol speelt. Iedereen weet dat Canarias in een tijdzone ligt waarin de tijd een uurtje later voorbijkomt. Met andere woorden: in de Lage Landen staat de klok steevast een uurtje voor. Winter en zomer.

Maar ook de snelheid waarop de dag en de nacht zich aankondigt is verbazend rapper dan in de Lage Landen. Op Tenerife is er in de zomer ruim tweeënhalf uur minder daglicht dan in de Benelux, anderzijds is er in dezelfde vergelijking op Tenerife ruim twee uur meer daglicht in de winter.

Zonlicht is verantwoordelijk voor het daglicht. Dit is het zichtbare deel van het totale spectrum van elektromagnetische straling dat door de zon wordt verspreid. 

Een aantal factoren zijn bepalend voor het aantal lichturen per dag op één bepaalde locatie op aarde en daarnaast heeft elk factor onderliggende criteria waarvan het aantal uren daglicht afhankelijk voor is. Niet zo moeilijk om te begrijpen, alhoewel een beetje kennis van geografie best wel op zijn plaats is.

De geografische ligging bijvoorbeeld, is bepalend voor het aantal uren daglicht. Let wel, zonlicht is verantwoordelijk voor het daglicht maar om verwarring uit te sluiten mogen deze twee elementen niet onderling worden verwisseld.
De breedtegraadlocatie op de globe is bepalend voor de snelheid van opkomend en ondergaand zonlicht en de tijd daar tussenin. De breedtegraad geeft de precieze locatie van de noord-zuidpositie aan.

Uitwerking opdrachten - Breedteliggingen en temperatuurOp de evenaar duren dag en nacht altijd ongeveer even lang (12 uur). Het verschil tussen de lengte van de nacht en de lengte van de dag wordt steeds groter naarmate je je van de evenaar verwijdert, in de richting van de polen. Hoe dichter je bij de evenaar zit, hoe steiler de zon opkomt en ook weer ondergaat, hoe sneller het dag wordt en hoe sneller de nacht invalt.
Hoe dichter je naar de polen toegaat, hoe kleiner de hoek is waarin de zon opkomt en ondergaat, hoe langer het duurt voordat het donker is. Zit je in de zomer boven de poolcirkel, dan gaat de zon zo schuin neerwaarts, dat hij niet meer ondergaat en rondjes draait.

De zon gaat van een lage winterstand naar een hoge zomerstand. Op 21 juni gaat de zon door het zogenaamde zomerpunt; de zon bereikt die dag de hoogste stand boven de horizon; ze staat dus met andere woorden bijna loodrecht op onze hoofden. 
Rond deze periode staat de zon even na 2 uur ‘s middags (lokale tijd) precies in het zuiden en ruim 85° hoog! Dat is dus bijna loodrecht boven onze hoofden. In de Benelux komt de zon hartje zomer niet hoger dan 63° en dat is vergelijkbaar met de zonnestand in Tenerife rond het begin van de lente en herfst. Zelfs rond de kerst- en nieuwjaarsperiode staat de zon op de eilanden nog altijd hoog genoeg om het menselijk lichaam te verbranden.

Een hogere zonnestand betekent ook dat de zon meer geconcentreerde straling aflevert per m². Dit is te vergelijken met een zaklamp. Houden we een zaklamp recht boven een oppervlak dan zien we sterker licht in een mooi cirkeltje dan wanneer we de zaklamp onder een schuine hoek laten schijnen; we zien dan een veel zwakkere lichtvlek die ovaal is.
Een grotere hoeveelheid straling merken we snel als we te lang in de zon verblijven. Wij, West-Europeanen, zijn deze grote hoeveelheid straling niet gewend en kunnen dus snel verbranden op de eerste dag als we roekeloos omspringen met de zon. Een hoge zonnestand levert bovendien weinig of geen slagschaduw op. U moet dus helemaal onder de parasol of onder een (palm)boom kruipen om toch dat beetje schaduw te krijgen.

achtergrondlicht, afgetekend, atmosfeer

Het onderwerp van dit artikel is dan ook een verklaring schuldig bij de vraag waarom de zo fel begeerde zonsondergangen op Tenerife steeds oranje tot rood kleuren.
De lucht is bij een laagstaande of ondergaande zon vaak rood of oranje gekleurd door het effect van Rayleigh, waarbij deeltjes die kleiner zijn dan de golflengte van het licht en daarom voor de verstrooiing zorgen van het licht.
Bij een hoogstaande zon wordt er in de atmosfeer blauw licht verstrooid waardoor wij het firmament overdag als blauw zien. Bij een laagstaande zon wordt er rood licht verstrooid, wat de hemel rond de zon rood kleurt. Overigens is dit effect nog beter te zien bij zonsondergang doordat de lucht aan het einde van een dag meer stof bevat en waardoor de verstrooiing sterker is.

De oranje en rode kleuren van een zonsondergang kunnen worden versterkt door luchtvervuiling, roet en rook van bosbranden en vulkanische uitbarstingen.
Verstrooiing kan nog andere gevolgen hebben. Als iets in de lagere atmosfeer, zoals een heuvel of wolk, een deel van het zonlicht tegenhoudt, kan de rest van het licht zich als stralen manifesteren. Deze zogeheten schemeringsstralen worden versterkt door de verstrooiing van het licht in de lucht tussen het object en de waarnemer. De stralen lijken uiteen te wijken, maar dat is optisch bedrog, net zoals spoorrails aan de horizon in één punt lijken samen te komen.

Lees ook …