📌 De Canarische eilanden hebben een vrij gelijkmatig klimaat dat in stand wordt gehouden door de passaatwinden, de nabije drukgebieden en de omringende Atlantische Oceaan met zeewatertemperaturen tussen de 19 en 24 graden die ervoor zorgen dat het langs de kusten vaak niet warmer wordt dan 22 graden in de winter en 27 in de zomer.

Het gebeurt soms dat het warmer is dan gemiddeld. Extra warme lucht uit het oosten of zuidoosten lekt soms op grotere hoogte uit en weet dan door te dringen tot de Canarische archipel. Dat gaat soms met wat minder helder weer gepaard. De temperaturen in de zomer lopen dan gemiddeld 5 op, in de winter is het verschil nauwelijks te merken. Je kunt dan van een calima ligera (lichte calima) spreken zoals de Spaanse weerman/weervrouw dit ook aan het publiek meedeelt. Maar soms zitten er uitschieters tussen en kan de temperatuur met wel tien graden Celsius stijgen.

Op nog geen 300 km afstand ligt de kust van West-Afrika. Zand- en stofstormen teisteren regelmatig de Westelijke Sahara en de volledige Noord-Afrikaanse stofgordel, zelfs tot in Syrië en Irak. Met voldoende drukverschillen tussen het Azorenhoog en een zogenaamd thermisch lagedrukgebied boven Afrika kan de wind uit oost tot zuidoost flink toenemen. Niet alleen op zeeniveau maar ook op grotere hoogte blaast er dan een flinke luchtstroom vanaf de Afrikaanse woestijnen richting de Canarische eilanden.  

Tot op 2 á 3 km en soms zelfs tot 5 á 6 km hoogte wordt er heel veel stof met deze zeer warme en gortdroge wind aangevoerd. De inversie die typerend is voor het Canarisch gebied zorgt ervoor dat deze microfijne deeltjes meestal niet hoger komen dan een paar kilometer.  Een beige tot bruinrode stoflaag boven zee is het eerste gevolg. De zon wordt zichtbaar verzwakt. Met de stevige wind verspreidt de laag zich snel richting het westen.

Eerst zijn de oostelijke eilanden Lanzarote en Fuerteventura aan de beurt: hogere temperaturen en een dalende luchtvochtigheid in een vrij korte tijd! Vaak volgen de andere eilanden een dag of twee dagen later. Zicht van 2 tot 5 km tijdens een calima is normaal. Het is in grote lijnen vergelijkbaar met de heiigheid van de nevel die wij in de Lage Landen goed kennen, maar hier is geen vocht aanwezig. In extreme gevallen daalt het zicht tot minder dan een paar honderd meter. De ene calima is duidelijk de andere niet. De Spaanse meteo werkt daarom met gradaties die afhangen van de concentratie stof per kubieke meter. De stofdeeltjes die uit een calima neerdwarrelen zijn zo klein dat ze niet met het blote oog waar te nemen zijn en worden uitgedrukt in gewicht per volume (µgr/m³). De concentraties worden op Tenerife onder meer in Izaña en in Santa Cruz gemeten met zeer gevoelige apparatuur. Een supercomputer berekent dan de modellen en de verplaatsing van de calimanevel op korte en middellange termijn.

Behalve het hinderlijke stof, hebben de hoge temperaturen in de zomer een grote impact. Wanneer de calima ineens met een opstekende oost-zuid-oostenwind aan land komt, stijgt de temperatuur vaak met 6 tot 10 graden in een half uur tijd. Zo kan het zijn dat het ‘s morgens vroeg al ruim boven de 30 graden kruipt, terwijl het normaal 20 tot 22 graden is. Maar sta zeker niet raar te kijken wanneer het kwik naar de 35 of zelfs naar de 40 graden vliegt. Op 17 augustus 1988 werd het op Tenerife 44,3 graden, de allerhoogste schaduwtemperatuur ooit.
In de winter is het temperatuurverloop amper op te merken en kan het enkele graden warmer worden. Dit is hoofdzakelijk afhankelijk van de temperaturen in het brongebied.

Het temperatuurverloop is sterk afhankelijk van de windrichting en snelheid. Stopt de krachtige tot harde oostelijke wind dan zie je de temperatuur vaak ook weer dalen. Het menselijk gestel vindt dat echt niet fijn. Zeer sterke temperatuurschommelingen, veel stof in de lucht en een vochtigheidsgraad vaak onder de 20% maakt het zeker voor mensen met long- en hartproblemen ondraaglijk lastig.

De calima heeft een zeer wispelturig karakter; van een halve dag tot een hele week kan deze blijven hangen. Meestal trekt de hemel weer schoon na 2 of 3 dagen en keren ook de temperatuur en vochtigheid terug naar de normale waarden. Een calima kan het hele jaar voorkomen maar de frequentie is hoger in het voorjaar en de zomer.

Hou vooral je lichaam koel en blijf in de schaduw wanneer de calima blaast. Mensen met ademhalingsproblemen blijven best binnen tot het fijn stof is overgewaaid.
Calima wordt soms verward met zeemist of met heiigheid. Heiigheid legt door verstrooiing van licht in de minuscule deeltjes een rood- of blauwachtige sluier over het landschap.

Zo zie je maar dat niet alle luchtverdoezeling automatisch moet gekoppeld worden aan een calima. Er zijn ook nog andere spelers in het meteoteam.

Wind trekt aan
en brengt gestaag stof
uit het land van de Afrikaan.

Het zicht neemt af,
je adem prikkelt en stokt.
Voor de gezondheid is dit een straf.

Calima, niet mijn vriend
maar ik onderga
met tranende ogen toeziend.