You are here:---(11) BASISZINNEN – FRASES BÁSICAS

(11) BASISZINNEN – FRASES BÁSICAS

Naast de woordenschat en de vervoeging die we reeds onder de knie hebben wordt het aanbevolen om kleine en korte zinnetjes uit het hoofd te leren als we een nieuwe taal willen aanleren. Ook in het Spaans is dit een must omdat wij ons bij korte zinnen beter kunnen focussen op de uitspraak.

¿Habla usted español? – Spreekt u Spaans
Todavía no hablo español. – Ik spreek nog geen Spaans
Solo hablo un poco / poquito de español. – Ik spreek enkel een beetje Spaans
Por favor, hable más despacio. – Kan u trager spreken alstublieft?
Por favor, escríbelo. – Alstublieft, schrijf het op.
¿Podría, por favor, repetir eso? – Kan u dit herhalen, alstublieft?
No lo comprendo – Ik begrijp het niet
No lo entiendo / No lo oigo – Ik hoor het niet
Lo sé / no lo sé. – Ik weet het / Ik weet het niet.
Disculpe. ¿Dónde está el baño? – Excuseer, waar is het toilet (badkamer)?
¿Me deja la llave del aseo? – Kan u mij de sleutel geven voor het toilet?
Aquí está la entrada. – Hier is de ingang.
Allá esta la salida – Daar is de uitgang.
¿Tengo que ir a la derecha / la izquierda? – Moet ik naar rechts / naar links?
Siga todo recto por la calle. – Ga (volg) rechtdoor in de straat.
Salida de emergencia. – Nooduitgang
Fuera de servicio – Buiten dienst
Cambio de sentido – Mogelijkheid om terug te keren (op verkeersborden)
¿Qué hora es? – Hoe laat is het?
¿Tienes hora? – Heb jij het uur?
¿Me puede decir la hora, por favor? – Kan u mij zeggen hoe laat het is?
Es la una, no, perdón, son las dos – Het is een uur, sorry, twee uur.
Son las 5 en punto – Het is precies 5 uur.
Son las seis y cuarto / quince. – Het is zes uur kwart / en vijftien minuten.
Son las ocho menos veinte. – Het is twintig voor acht.
Son las 2 de la madrugada. – Het is twee uur ‘s nachts.
Son las 9 de la mañana. – Het is negen uur in de ochtend.
Es la 1 del mediodía. – Het is een uur ‘s middags.
Las 6 de la tarde. – Zes uur ‘s namiddags.
Las 10 de la noche – Tien uur ‘s avonds.
Desde las 11 de la mañana hasta las 6 de la tarde. – Van elf uur ‘s morgens tot zes uur ‘s avonds.
A partir de las 6 de la tarde. – Vanaf zes uur ‘s avonds
Ha salido el sol – De zon is verschenen.
Hace sol – Er is zon.
Hace un día soleado – Het is een zonnige dag.
Está solado – Het is zonnig
Hay nubes – Er zijn wolken.
Está nublado – Het is bewolkt.
Se está nublando (cuando comienzan a aparecer las nubes) – Het wordt bewolkt (als de wolken verschijnen.
Se está despejando (cuando las nubes se van) – Het wordt wolkeloos (als de wolken verdwijnen)
Hace viento / Hay viento –  Er staat wind / het waait
Hace un día ventoso – Het is een winderige dag
Está nevando – Het sneeuwt
Está lloviendo – Het regent
Hace un día lluvioso – Het is een regenachtige dag
Está granizando – Het hagelt
¿Hola, qué tal? Yo soy … (nombre) – Hey, hoe is het? Ik ben … (naam)
¿Y tú, cómo te llamas? –  En jij, hoe heet je?
Yo me llamo … – Ik heet …
Mucho gusto. ¿De dónde eres? – Aangenaam, waar kom je vandaan?
Soy de… (ciudad, país) ¿y tú? – Ik kom uit … (stad, land), en jij?
Yo soy (nombre). ¿Y usted? – Ik ben (naam). En jij?
¿Cómo se llama? – Hoe heet u / ¿Cómo te llamas? – Hoe heet jij?
Encantado de conocerle. – Aangenaam (met u) kennis te maken.
¿Está ocupado este asiento? – Is deze plaats (stoel/zetel) nog vrij?
Disculpa, ¿tu sabes a que hora cierran aquí? – Verontschuldig mij, weet je wanneer men hier sluit?
Que sombrero tan bonito. – Wat een mooie hoed.
Me gustan mucho tus zapatos – Ik hou van je schoenen (meervoud)
Me gusta mucha tu jersey. – Ik hou van je trui (enkelvoud)
¿Esa tienda está cerca de aquí? – Is deze winkel dichtbij?
¿Tienen otros colores disponibles? – Zijn er ander kleuren beschikbaar?
Gracias por la sugerencia. – Dank u voor de tip (de aanwijzing)
Aprecio la información. – Ik waardeer de informatie.
Eso fue muy útil. – Dit is zeer nuttig.
Eres de por aquí? – Ben je van hier
¿Y en que trabajas – En wat doe je (voor werk)?
¿Vienes con frecuencia aquí? – Kom je hier veel?
¡El fútbol es mi deporte favorito! – Voetbal is mijn favoriete sport.
No lo sé. ¿Tu que piensas? – Ik weet het niet. Wat denk jij?
¿Es eso algo bueno o algo malo? – Is dit goed of slecht?
¿Cual es tu postre favorito? – Welk is jouw favoriet nagerecht?
¡Disfruta tu comida! – Geniet van je maaltijd.

 

 

 

 

 

 

By | 2018-02-20T18:50:46+00:00 februari 19th, 2018|Categories: Blog, Spaans Leren|Tags: , , , , |1 Comment

About the Author:

Actief binnen een redactioneel en journalistiek netwerk heb ik Tenerife kunnen binden in mijn geschrijf. Het eiland waarop ik reeds decennia lang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van talloze artikels die door Marc Engels worden geredigeerd. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het bindmiddel is. Wat daar uit vloeit wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet, ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

One Comment

  1. wim 20 februari 2018 at 14:49 - Reply

    twintig voor acht ?

Leave A Comment