You are here:---VAN KUST TOT KUST

VAN KUST TOT KUST

Herinner je je nog die eerste keer dat je op Tenerife aankwam? Nog vóór je je eerste stap op Tenerfiaanse bodem zette zag je het eiland vanaf je passagierszetel op het vliegtuig. Tenminste als je aan de juiste kant zat. Je merkte eerst een ontzaglijke berg, dan veel bergflanken en finaal een vloedlijn of de grens tussen land en oceaan. De kust.

Vanop deze hoogte keek je ongetwijfeld ook naar de kleuren en naar de schakeringen die de wijde omgeving uitstraalde terwijl het vliegtuig steeds maar verder daalde. Blauwgroen tot donkerblauw voor het water, zwart voor de kuststreek afgewisseld met geelbruin voor de flanken. Groen voor de beboste gebieden en helemaal boven; een kroon. Soms in het wit.

Pas later, toen je reeds het vliegtuig verlaten had, kon je het nog beter zien. De kust, de overgang tussen het land en de oceaan. Het ene plaatsje wat fraaier dan het andere. Het ene wat ruwer, het andere wat rustiger. Eén ding hebben ze niet gemeen; gelijkvormigheid. Alle stranden verschillen van elkaar.

Zelfs de zandstranden onderling hebben hoge differenties; het ene heeft bruingeel zand, het andere is zwart en nog een ander is bezaaid met fijne goudgele zandkorrels.

Een strand is een locatie die je fysiek kunt betreden zonder ongelukken. Dit is ook de scheiding tussen twee massa’s: water en land.

Ik geloof dat Tenerife 358 kilometer kustlijn heeft. Hiervan komt het grootste deel zelfs niet in aanmerking om strand genoemd te worden, echter wel om naar te kijken of om er mooie foto’s van te maken. De grillige en ontoegankelijke kustdelen vormen enkel het fotografisch decor en een natuurlijke barrière die vermijdt dat een deel van het eiland onder water zou lopen en als dusdanig de oppervlakte van het eiland gevoelig zou doen slinken.

Ik mag er niet aan denken hoe het ruim 2.000 vierkante kilometer grote eiland zou aangevallen worden door een zeespiegelverhoging ten gevolge van het smelten van de Antarctische polaire ijskap. Laten we nu nog aannemen dat de rechtstreekse oorzaak het verdwijnen is van de ozonlaag, te wijten aan het overvloedig gebruik van fossiele brandstoffen, dan nog zullen wij alles in het werk moeten stellen om de wondermooie archipel te beschermen. Ik mag er niet aan denken dat de oceaan oprukt en straks tot helemaal aan mijn voordeur staat. Kustlijnen zullen altijd blijven bestaan maar stranden zullen in deze optiek vooral vergaan.

We kunnen onmogelijk met z’n allen op de Teide gaan wonen of de bergflank omhoog kruipen.

Maar voor het zover mocht komen kunnen we nog even touren en een aantal stranden bezoeken die onder de noemer zandstrand vallen. Wij starten onze rondrit in Los Gigantes en treffen drie soorten kustlijnen aan. Los Acantilados maakt geen kans, je kunt geen strand terugvinden op 450 meter boven de zeespiegel. Wel is er een zwart strand tussen de haven en de kliffen. Wat meer naar het zuiden is het zand ook zwart; Playa La Arena en, nog verder het strand van San Juan, die beide onder de noemer lavastrand vallen. En zo zijn er nog meer.

Je neemt het mij niet kwalijk dat ik hier geen opsomming maak van de ruim 150 stranden en strandjes die Tenerife rijk is. Ik wil enkel maar een classificatie van playas brengen.

Een van de drukste stranden is ongetwijfeld dat van Las Vistas en wat verder noordoostwaarts ligt Costa Magallanes, dat gevormd wordt door de langgerekte zandstranden van El Médano en La Tejita. We laten hier in het midden of deze stranden al dan niet kunstmatig werden aangelegd.

Keistranden vind je meer aan de oostkust, daar kruipt het zand niet tussen je tenen. Of je daar makkelijker op wandelt is maar de vraag. Van Granadilla tot Las Caletillas liggen keien, veel keien met hier en daar een uitzondering die de regel bevestigt. Candelaria en Güímar zijn de grote uitzonderingen.

Het mooiste strand is ongetwijfeld Las Teresitas. En dan moeten we helemaal rond het Anagagebergte om in het noorden aan te komen.

Hoe inventief zijn de mensen hier geweest om hun grillige kusten om te vormen tot toegankelijke zeezwembaden. De oceaan spoelt bij iedere vloed vers zeewater in de halfopen bassins, en staat er een mar de fondo, dan kan de pret helemaal niet meer op. De zwarte strandjes in het noorden zijn legio, maar eens bij Garachico aangekomen is het over. Daar ligt het Teno-natuurpark en zwemmen kan daar niet, te gevaarlijk door de verraderlijke stromingen. Als je daar voorbij bent kom je weer in Los Gigantes terecht en is de cirkel helemaal rond.

By | 2017-10-05T10:52:50+00:00 september 5th, 2017|Categories: Blog, Columns|Tags: , , , |0 Comments

About the Author:

Actief binnen een redactioneel en journalistiek netwerk heb ik Tenerife kunnen binden in mijn geschrijf. Het eiland waarop ik reeds decennia lang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van talloze artikels die door Marc Engels worden geredigeerd. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het bindmiddel is. Wat daar uit vloeit wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet, ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

Leave A Comment