You are here:---IK VLIEG NAAR TENERIFE

IK VLIEG NAAR TENERIFE

Ik weet niet hoeveel keer jij in één jaar heen en weer vliegt tussen de Lage Landen en dit prachtig eiland, maar je wilt zoveel mogelijk tijd op het eiland met een ‘eeuwige lente’ doorbrengen. Op iedere vlucht is een veelvoud aan soorten mensen aanwezig en deze soorten bewegen zich allemaal door elkaar.

Het afscheid was lastig, de ochtend veelbetekenend. Iedereen weet dat ik graag vlieg, iedere keer kijk ik reikhalzend uit naar die blinkende vogel, iedere keer verlang ik naar de derde dimensie. Ook deze keer …

Maar het kropt in mijn keel; wat ben ik toch een slechte afscheidsnemer. Waar ik evenmin van verlost ben, is de drang om te vertrekken. Het vochtige en koude weer drijft mij naar de andere kant, de kant waar de eeuwige lente ook eeuwig aanwezig is. Niets of niemand zou mij tegenhouden, maar afscheid nemen voelt zwaar en emotioneel.

Gezellig aan boord was het niet. Van bij het instappen reeds voelde ik de fysieke krachten van mijn medereizigers. Ik was als allereerste aan boord en zag de cabine langzaam vollopen. Boeren en boerinnen, egoïsten en spelmakers duwden zichzelf vooruit; gelukkig werkte het lichaamsvet als een airbag en duwden ze net geen deuken in de vliegtuigwand vooraleer ze in de passagierszetels ploften.

Ik dacht, het deint wel uit, dat grove geweld, maar vanaf het ogenblik dat de piloot – of was het de copiloot – het lampje fasten seat belts doofde, herbegon de herrie. Iedereen had wel iets te doen: de kofferruimtes kregen geen rust, de toiletten ook niet. Ik zit op 29C en wie iets van zetelnummering kent, weet dat ik bijna helemaal achteraan de B738 zit, met mijn rechter elleboog net niet boven het gangpad.

Mijn buren, een jong koppel, hadden enkel oog voor elkaar en tortelduifden elkaar voortdurend op een hoogte van 37.000 voet. Daarbij vergaten ze soms dat er nog iemand naast hen zat. Ik, dus. Aan de andere kant van de gang, op minder dan één meter van mijn rechteroor verwijderd, zaten de kletswijven. Eén lichaamsdeel was behoorlijk geïrriteerd bij de landing, gelukkig hoor ik nog behoorlijk goed aan de andere kant.

Ben ik nu kwaad? Helemaal niet! Ik aanvaard met weemoed de situatie waarin ik mijzelf heb gedwongen. In feite werd ik wel kwaad op het moment dat de wielen de grond raakten en de piloot – of was het de co-piloot – de motoren in reverse zette en er een pak bange mensen begonnen te applaudisseren. Je hoorde hun opgeluchtheid door het geblaas tussen de lippen, terwijl hun billen ontspanden na een vlucht van ruim vier uur.

Zouden deze mensen dan ook handjes klappen als ze van de bus, de tram of de trein stappen?
Ik geloof het niet. Wat zou dat stom zijn … Geen enkele conducteur, wattman of buschauffeur zou zijn of haar oren geloven. Ongeloof is het sierstuk van deze toneelact. Menig hoofd zou in dezelfde richting draaien en nogal wat wijsvingers zouden tegen de slapen tikken. Maar toch wordt er in een vliegtuig in de handen geklapt.

Ik erger mij blauw maar deze kleur wordt niet geapprecieerd door mijn enge, doodsbenauwde en nu, sinds kort, opgeluchte vluchtgenoten. Ik kan het alleen maar proberen te negeren … hoe kinderachtig zo’n applaus ook klinkt.

Ik laat het uiteindelijk over mij heen gaan en als deze vogel zijn poten uitsteekt en zijn vleugels vergroot weet ik dat het tijd is om te landen. De landing op mijn favoriete luchthaven. Als de banden piepen weet ik dat er fysiek contact is met het eiland. Ik vergeet de lompe passagiers; er zaten heus ook wel fijne mensen op deze vlucht.

Ik vergeet de bange wezens, want er zaten ook moedige passagiers op deze vlucht. Ik vergeet de plompe doeners, want er zaten ook fijn besnaarde mannen en vrouwen in dat vliegtuig. Ik vergeet snel de transfer naar mijn favoriete eiland en wanneer de deuren opengaan en een warme, maar gezonde wind door het vliegtuig waait weet ik het zeker; het ruikt hier naar Tenerife, het smaakt naar het eiland, het voelt Canarisch.

Het eiland zal ons opnieuw vullen met haar idealen, met haar gunsten en met haar klimaat.

By | 2017-12-19T08:09:01+00:00 december 19th, 2017|Categories: Blog, Columns|Tags: , , |0 Comments

About the Author:

Actief binnen een redactioneel en journalistiek netwerk heb ik Tenerife kunnen binden in mijn geschrijf. Het eiland waarop ik reeds decennia lang verliefd ben heeft mij kunnen verleiden tot het schrijven van talloze artikels die door Marc Engels worden geredigeerd. Informatie en nieuwsfeiten zijn de producten, pen en papier zijn de middelen terwijl betrokkenheid het bindmiddel is. Wat daar uit vloeit wil ik met iedereen delen. Ik moest het eerst zelf ontdekken, daarna pas kon ik het verwoorden want we zitten met duizend draden aan onze herkomst vast. Ik niet, ik ben enkel op de verkeerde plaats geboren.

Leave A Comment