You are here:--WERKWOORDEN BETEKENISSEN
WERKWOORDEN BETEKENISSEN 2017-09-03T22:07:59+00:00

Home Forums Spaans Leren WERKWOORDEN BETEKENISSEN

1 bericht aan het bekijken (van in totaal 1)
  • Auteur
    Berichten
  • Guy Devos
    Moderator
    Post count: 146

    Werkwoorden leren is niet altijd het meest populaire item binnen een nieuwe taal maar zijn wel heel belangrijk in iedere zin. Niet alleen de vervoegingen op zich zijn een moeilijke kraker, soms hebben Spaanse werkwoorden verschillende mogelijke vertalingen.
    In deze les bekijken wij een aantal Nederlandse betekenissen van de meest gebruikte Spaanse werkwoorden.

    Het heeft geen zin om werkwoorden te leren die zelden gebruikt worden indien je pas aan het studeren bent gegaan. De 50 meestgebruikte werkwoorden komen vaker voor dan honderden overige die in mindere mate gebruikt worden.
    Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet over vervoegingen maar over de mogelijke vertalingen van het werkwoord.

    Tener → hebben, houden, bezitten, beschikken over, in eigendom hebben, vasthouden, wijzen op, bewaren, behoeden, passen, op, hoeden, bijhouden.

    Abrir → openen, ontgrendelen, aanbreken, inleiden, ontsluiten, toegankelijk maken, aansnijden, ontgrendelen, omlijnen, openslaan, losmaken, omlijnen, losbreken, kraken, aanknopen.

    Leer → lezen, voorlezen, doorbladeren, opnieuw lezen, overlezen, inlezen.

    Aceptar → aanvaarden, accepteren, ontvangen, aannemen, krijgen, goedkeuren, adopteren, inwilligen, toestaan, zich eigen maken, in ontvangst nemen, opstrijken, voor lief nemen, zich laten gevallen.

    Limpiar → schoonmaken, zuiveren, uitmesten, afvegen, poetsen, kuisen, wassen, reinigen, vegen, van zonden ontslaan, louteren, zuiveren,wissen, gladmaken.

    Apagar → stoppen, afzetten, uitmaken, stilzetten, tot stilstand brengen, doven, blussen, uitdoen, begrenzen, omlijnen, uitblazen, uitademen, uitdrukken, verwoorden, uiting geven aan, vertolken, dempen van geluid, uitdoen van licht.

    Llenar → vullen, bijvullen, plomberen, beslaan, ruimte innemen, volmaken, farceren, opvullen, volgooien, volgieten, bijtanken, bijschenken, volschenken, aanvullen, vollopen, bijwerken, complementeren

    Aprender → leren, ervaren, vernemen, te weten komen, op de hoogte gesteld worden, onderwijzen, aanleren, bijbrengen, instrueren, scholen, eigen maken, vernemen, te horen krijgen, kennis opdoen, iets leren, verwerven, onderwijzen, iets toekennen.

    Deze les is nog niet afgewerkt… volgende werkwoorden moeten nog uitgelegd worden

    bailar dansen
    mirar kijken
    beber drinken
    nadar zwemmen
    caber er in passen
    necesitar nodig hebben
    caerse vallen
    oir horen
    cambiar Veranderen/wisselen
    olvidar vergeten
    cancelar Opheffen/annuleren
    organizar organiseren
    cantar zingen
    pagar betalen
    cerrar sluiten
    peinar kammen
    comenzar beginnen
    pensar denken
    comer eten
    perder verliezen
    comprar kopen
    permitir/dejar toelaten
    conducir besturen
    poder kunnen
    contar tellen
    poner plaatsen
    correr rennen
    ponerse de pie gaan staan
    Creer geloven
    preguntar vragen
    dañar,
    herir Beschadigen/verwonden
    preocuparse zich zorgen maken
    Dar geven
    prestar lenen
    Decir zeggen
    quejarse klagen
    despertar wekken
    querer/desear willen/wensen
    dibujar tekenen reparar repareren
    dormir slapen
    responder terugschrijven
    encender Aansteken/aan zetten
    romper Breken/kapot maken
    encontrar vinden
    saber/conocer Weten te/beheersen
    enseñar Tonen/aanleren salir/marcharse uitrukken/vertrekken
    entender begrijpen sentarse gaan zitten
    enviar sturen tener exito succes hebben
    escribir a máquina typen terminar beëindigen
    escuchar luisteren
    tomar pakken/nemen
    esperar (ver)wachten
    toser hoesten
    estudiar studeren
    trabajar werken
    explicar uitleggen
    traducir vertalen
    firmar ondertekenen
    traer (mee)brengen
    fumar roken
    utilizar/usar gebruiken
    gastar uitgeven/slijten
    vender verkopen
    hablar spreken
    ver zien
    hacer doen
    viajar reizen
    intentar trachten
    vivir wonen/leven
    Ir gaan
    volar vliegen
    jugar spelen
    volar vliegen

     

    • Dit onderwerp is gewijzigd 6 maanden, 4 weken geleden door  Guy Devos.
    • Dit onderwerp is gewijzigd 4 maanden, 2 weken geleden door  Guy Devos.
1 bericht aan het bekijken (van in totaal 1)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.